Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)
Artikel 26 Vorm van de gegevenstoezending
Geldend
Geldend van 17-07-2014 tot 22-05-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-01-2016.
- Bronpublicatie:
15-05-2014, PbEU 2014, L 189 (uitgifte: 27-06-2014, regelingnummer: 660/2014)
- Inwerkingtreding
17-07-2014
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-05-2014, PbEU 2014, L 189 (uitgifte: 27-06-2014, regelingnummer: 660/2014)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
De volgende informatie en documenten mogen per post worden ingediend:
- a)
een kennisgeving van een gepland transport als bedoeld in de artikelen 4 en 13;
- b)
een verzoek om informatie en documentatie als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 8;
- c)
de informatie en documentatie als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 8;
- d)
schriftelijke toestemming voor een aangemeld transport als bedoeld in artikel 9;
- e)
aan een transport gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 10;
- f)
tegen een transport ingebrachte bezwaren als bedoeld in de artikelen 11 en 12;
- g)
informatie over besluiten om vooraf goedkeuring te verlenen voor transporten naar specifieke inrichtingen voor nuttige toepassing als bedoeld in artikel 14, lid 3;
- h)
schriftelijke bevestiging van ontvangst van de afvalstoffen als bedoeld in de artikelen 15 en 16;
- i)
verklaring van verwijdering of nuttige toepassing als bedoeld in de artikelen 15 en 16;
- j)
voorafgaande informatie over de feitelijke aanvang van een transport als bedoeld in artikel 16;
- k)
informatie over wijziging van het transport na toestemming als bedoeld in artikel 17;
- l)
schriftelijke toestemmingen en vervoersdocumenten die krachtens de titels IV tot en met VI moeten worden toegezonden.
2.
Met goedkeuring van de betrokken bevoegde autoriteiten en van de kennisgever kunnen de in lid 1 bedoelde documenten tevens worden ingediend via elk van de volgende communicatiekanalen:
- a)
per fax; of
- b)
per fax, gevolgd door toezending per post; of
- c)
per e-mail met elektronische handtekening. In dat geval wordt een voorgeschreven stempel of handtekening vervangen door de digitale handtekening; of
- d)
per e-mail zonder elektronische handtekening, met nazending per post.
3.
De documenten die elke overbrenging moeten vergezellen overeenkomstig artikel 16, onder c), en artikel 18, mogen in elektronische vorm, met digitale handtekeningen, worden aangeboden indien zij op ieder moment tijdens de overbrenging leesbaar zijn en indien dit voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbaar is.
4.
Met goedkeuring van de betrokken bevoegde autoriteiten en van de kennisgever kunnen de in lid 1 bedoelde informatie en documenten worden ingediend en uitgewisseld door middel van elektronische gegevensuitwisseling met elektronische handtekening of elektronische authentificatie als bedoeld in Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad (1), of met een vergelijkbaar elektronisch authentificatiesysteem dat dezelfde mate van beveiliging biedt.
Om de tenuitvoerlegging van de eerste alinea te vergemakkelijken, stelt de Commissie, indien haalbaar, uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de technische en organisatorische eisen voor de praktische uitvoering van elektronische gegevensuitwisseling voor het indienen van documenten en informatie. De Commissie neemt alle toepasselijke internationale normen in aanmerking, en zorgt ervoor dat die eisen in overeenstemming zijn met Richtlijn 1999/93/EG, of ten minste dezelfde mate van beveiliging bieden als bepaald in die richtlijn. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 59 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Voetnoten
Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12).