Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2024/1640 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849
Artikel 67 Vereisten inzake beroepsgeheim
Geldend
Geldend vanaf 09-07-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1640 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1640)
- Inwerkingtreding
09-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1640 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1640)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten schrijven voor dat alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest voor toezichthouders en overheidsinstanties als genoemd in artikel 52, alsmede auditors of deskundigen die namens deze toezichthouders of autoriteiten optreden, aan het beroepsgeheim gebonden zijn.
Onverminderd de gevallen die worden bestreken door strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen op grond van het recht van de Unie en het nationaal recht, en onverminderd de op grond van de artikelen 42 en 43 aan de FIE's verstrekte informatie, mag vertrouwelijke informatie die de in de eerste alinea genoemde personen bij de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze richtlijn ontvangen, alleen in samengevatte of geaggregeerde vorm openbaar worden gemaakt, op zodanige wijze dat individuele meldingsplichtige entiteiten niet kunnen worden geïdentificeerd.
2.
Lid 1 van dit artikel vormt geen belemmering voor de uitwisseling van informatie tussen:
- a)
toezichthouders binnen een lidstaat of in verschillende lidstaten, met inbegrip van de AMLA handelend als toezichthouder of overheidsinstanties als bedoeld in artikel 52 van deze richtlijn;
- b)
toezichthouders, de overheidsinstanties bedoeld in artikel 52 van deze richtlijn en de FIE's;
- c)
toezichthouders, de overheidsinstanties als genoemd in artikel 52 van deze richtlijn en de bevoegde autoriteiten als genoemd in artikel 2, lid 1, punt 44), c) en d), van Verordening (EU) 2024/1624;
- d)
financiële toezichthouders en autoriteiten die belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen en financiële instellingen overeenkomstig andere rechtshandelingen van de Unie met betrekking tot het toezicht op kredietinstellingen en financiële instellingen, met inbegrip van de ECB handelend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013, binnen een lidstaat of in verschillende lidstaten.
Voor de toepassing van dit lid, eerste alinea, punt d), is de uitwisseling van informatie onderworpen aan de in lid 1 genoemde vereisten inzake beroepsgeheim.
3.
Autoriteiten of zelfregulerende organen die op grond van lid 2 vertrouwelijke informatie ontvangen, gebruiken deze informatie alleen:
- a)
bij de vervulling van hun taken uit hoofde van deze richtlijn of andere rechtshandelingen van de Unie op het gebied van AML/CFT, prudentiële regelgeving en prudentieel toezicht op kredietinstellingen en financiële instellingen, met inbegrip van sancties;
- b)
in het kader van een beroep tegen een beslissing van de autoriteiten of zelfregulerende organen, met inbegrip van gerechtelijke procedures;
- c)
bij rechtszaken die op grond van bijzondere bepalingen van Unierecht op het gebied van deze richtlijn of op het gebied van prudentiële regelgeving en toezicht op kredietinstellingen en financiële instellingen aanhangig zijn gemaakt.