Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 213 bis Gebruik van evenredigheidsmaatregelen op het niveau van de groep
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Groepen in de zin van artikel 212 die overeenkomstig artikel 213, lid 2, punten a) en b), onderworpen zijn aan groepstoezicht, worden door hun groepstoezichthouder als kleine en niet-complexe groepen ingedeeld volgens de procedure van lid 2 van dit artikel, wanneer zij voor de laatste twee boekjaren direct voorafgaand aan die indeling op het niveau van de groep aan elk van de volgende criteria voldoen:
- a)
wanneer ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de groep geen schadeverzekeringsonderneming is, moet aan elk van de volgende criteria worden voldaan:
- i)
de in artikel 105, lid 5, tweede alinea, punt a), bedoelde ondermodule renterisico, die is berekend op basis van geconsolideerde gegevens, is niet hoger dan 5 % van de geconsolideerde technische voorzieningen van de groep, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76, met uitzondering van ondernemingen waarop methode 2, zoals bepaald in artikel 233, wordt toegepast;
- ii)
het totaal van de geconsolideerde technische voorzieningen uit levensverzekeringsactiviteiten van de groep, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, is niet hoger dan 1 000 000 000 EUR;
- b)
wanneer ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de groep geen levensverzekeringsonderneming is, moet aan elk van de volgende criteria worden voldaan:
- i)
de gemiddelde gecombineerde ratio voor schadeverzekeringsactiviteiten na aftrek van herverzekering van de laatste drie boekjaren bedraagt minder dan 100 %;
- ii)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten van de groep zijn niet hoger dan 100 000 000 EUR;
- iii)
de som van de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten in de branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 van bijlage I, deel A, is niet hoger dan 30 % van de totale jaarlijkse geboekte premie-inkomsten van de schadeverzekeringsactiviteiten van de groep;
- c)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit overeenkomsten die door binnen de groep vallende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in andere lidstaten dan de lidstaat van de groepstoezichthouder zijn gesloten, zijn lager dan een van de volgende drempels:
- i)
20 000 000 EUR;
- ii)
10 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten van de groep;
- d)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit overeenkomsten die door de groep in andere lidstaten dan de lidstaat van de groepstoezichthouder zijn gesloten, zijn lager dan een van de volgende drempels:
- i)
20 000 000 EUR;
- ii)
10 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten van de groep;
- e)
de som van de punten i), ii) en iii) hieronder is niet hoger dan 20 % van de totale beleggingen berekend op basis van de geconsolideerde data:
- i)
de in artikel 105, lid 5, bedoelde module marktrisico;
- ii)
het deel van de module tegenpartijrisico als bedoeld in artikel 105, lid 6, dat betrekking heeft op blootstellingen aan securitisaties, derivaten, vorderingen op tussenpersonen en overige beleggingsactiva die niet onder de ondermodule spreadrisico vallen;
- iii)
elk kapitaalvereiste dat van toepassing is op beleggingen in immateriële activa die niet door de modules marktrisico en tegenpartijrisico worden gedekt;
- f)
de door de ondernemingen van de groep geaccepteerde herverzekering bedraagt niet meer dan 50 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten van de groep;
- g)
- h)
wanneer methode 2 of een combinatie van de methoden 1 en 2 wordt gebruikt, is elke onderneming waarop methode 2 wordt toegepast, een kleine en niet-complexe onderneming.
De criteria in de eerste alinea, punt a), i), en punt e), zijn niet van toepassing op groepen waarop alleen methode 2 wordt toegepast.
2.
Artikel 29 ter is van overeenkomstige toepassing op het niveau van de uiteindelijke moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding.
3.
Groepen waarop overeenkomstig artikel 213, lid 2, punten a) en b), groepstoezicht van toepassing is gedurende minder dan twee jaar, houden bij de beoordeling of zij aan de criteria van lid 1 van dit artikel voldoen, alleen rekening met het laatste boekjaar.
4.
De volgende groepen worden nooit als kleine en niet-complexe groepen ingedeeld:
- a)
groepen die financiële conglomeraten zijn in de zin van artikel 2, punt 14, van Richtlijn 2002/87/EG;
- b)
groepen waarvan ten minste één dochteronderneming een onderneming is als bedoeld in artikel 228, lid 1;
- c)
groepen die voor de berekening van hun solvabiliteitskapitaalvereiste een goedgekeurd geheel of gedeeltelijk intern model gebruiken.
5.
De artikelen 29 quater, 29 quinquies en 29 sexies zijn van overeenkomstige toepassing.
6.
De Commissie vult deze richtlijn aan door overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:
- a)
de criteria van lid 1, met inbegrip van de methode voor de berekening van het in de eerste alinea, punt e), van dat lid bedoelde bedrag;
- b)
de methode die moet worden gebruikt voor de indeling van groepen als kleine en niet-complexe groepen, en
- c)
de voorwaarden voor het verlenen of intrekken van goedkeuring door de toezichthouder voor evenredigheidsmaatregelen die gebruikt moeten worden door groepen die niet als kleine en niet-complexe groepen zijn ingedeeld.