Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.7:4.4.7 Verlegging voor aardgas of elektriciteit
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.7
4.4.7 Verlegging voor aardgas of elektriciteit
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS302884:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 57 Wbm.
HR 20 april 2005, nr. 40.395, LJN AR7288, BNB 2005/261, r.o. 3.3. Dit arrest is gewezen op basis van het oude art. 24 onderdeel b Wbm, thans: art. 50 Wbm.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de leverancier van aardgas of elektriciteit in Nederland is gevestigd noch hier te lande een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft, wordt de heffing van de EB verlegd naar de verbruiker.1 Zowel het eigen verbruik van de winner of producent als het verbruik van rechtstreeks door de verbruiker uit het buitenland betrokken aardgas of elektriciteit wordt in de heffing betrokken. Omdat in deze situatie eveneens sprake kan zijn van een levering door een buitenlandse ondernemer, is de verlegging van de belastingplicht naar de verbruiker in deze specifieke gevallen ook specifiek geregeld. De verbruiker is dan belastingplichtig en moet de in een tijdvak verschuldigde EB op aangifte voldoen. Daarbij kan hij dan op die verschuldigde EB een vermindering toepassen van € 199 (2008) per verbruiksperiode van twaalf maanden.
Als deze vermindering per saldo leidt tot een negatief bedrag, verleent de inspecteur teruggaaf van dat bedrag.2
Binnengrensoverschrijdende verlegging van accijnsheffing is daarom een fenomeen, dat niet bij een interne markt past.
Als een verbruiker aardgas of elektriciteit betrekt van een binnenlandse leverancier en daarnaast zelf rechtstreeks aardgas of elektriciteit betrekt uit het buitenland, is de verbruiker voor deze laatste aankoop belastingplichtig in Nederland. De belastingplicht wordt van de buitenlandse leverancier verlegd naar de binnenlandse verbruiker.
In dit geval moet de binnenlandse leverancier EB in rekening brengen met inachtneming van het schijventarief. De verbruiker houdt in zijn aangifte zelf rekening met de van een binnenlandse leverancier betrokken belaste hoeveelheden aardgas en elektriciteit.3 Deze samenloopbepaling geldt ook in gevallen van samenloop van leveringen via een aansluiting aan de verbruiker en het als levering aangemerkte verbruik van aardgas of elektriciteit die op andere wijze zijn verkregen dan door een levering via een aansluiting, of het verbruik van elektriciteit verkregen door tussenkomst van de APX. Uit de administratie van de verbruiker moet blijken hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd. Deze samenloopbepaling geldt ook voor gevallen van samenloop van leveringen via een aansluiting en het als levering aangemerkte verbruik van aardgas of elektriciteit.4
In gevallen van verbruik van aardgas of elektriciteit, waarin het aardgas of de elektriciteit op andere wijze zijn verkregen dan door een levering via een aansluiting, is de verbruiker van het aardgas of de elektriciteit de belastingplichtige.5 De EB wordt dan verlegd naar, dat wil zeggen: geheven van de verbruiker. Ingeval aanwijzingen ontbreken dat de verleggingsregeling ook is bedoeld voor aardgas dat buiten Nederland is gewonnen, moet de conclusie zijn dat indien op grond van het binnenbrengen een belastingplichtige is aan te wijzen, de omstandigheid dat deze binnenbrenger ook de winner is van het gas, er niet toe leidt dat in plaats van de binnenbrenger een ander de hoedanigheid van belastingplichtige krijgt.6