Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.2:4.4.2 Belastingplichtige volgens de Accijnsrichtlijn
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.2
4.4.2 Belastingplichtige volgens de Accijnsrichtlijn
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS301729:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7 lid 3 en art. 9 lid 1 tweede alinea Accijnsrichtlijn. Art. 21 lid 5 Richtlijn energiebelastingen.
Art. 9 lid 1 tweede alinea Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 21 lid 5 Richtlijn energiebelastingen.
Art. 53 lid 1 Wbm.
Op basis van art. 27 lid 4 Wa.
Art. 53 lid 1 Wbm.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Accijnsrichtlijn gaat er in zijn algemeenheid vanuit dat de accijns moet worden voldaan door degene die de goederen in het vrije verkeer van de Gemeenschap brengt.
Voor slechts enkele specifieke gevallen bepalen de Accijnsrichtlijn en de Richtlijn energiebelastingen door wie de accijns verschuldigd is, namelijk door een ieder die: (1) de levering van reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen verricht, (2) voor levering bestemde accijnsgoederen voorhanden heeft, (3) de geadresseerde is van accijnsgoederen welke zijn bestemd voor verbruik in een andere lidstaat dan die waarin zij zijn uitgeslagen voor verbruik1, (4) voor handelsdoeleinden accijnsgoederen voorhanden heeft in een andere lidstaat dan die waarin de producten tot verbruik zijn uitgeslagen2, (5) zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de accijns wanneer tijdens het intracommunautaire verkeer van accijnsgoederen een onregelmatigheid of overtreding is begaan3, (6) distributeur of herdistributeur van energieproducten is, (7) geregistreerd is met het doel energieproducten af te nemen in een lidstaat waar de distributeur of herdistributeur niet is gevestigd, of (8) geregistreerd is met betrekking tot kolen, cokes en bruinkool.4
Hoofdregel in dit verband is dat de accijns wordt geheven van de vergunninghouder van het belastingentrepot, ter zake van de uitslag of invoer. Bij vervoer tussen belastingentrepots blijft de vergunninghouder belastingplichtig totdat administratief is aangetoond dat de geadresseerde de goederen heeft ontvangen. Ook als de vergunning inmiddels op naam van een ander is gesteld, blijft de vorige vergunninghouder aansprakelijk voor de accijns van de goederen die zijn uitgeslagen gedurende de periode waarin de vergunning voor het belastingentrepot op zijn naam stond.
Met betrekking tot halfzware olie, gasolie en LPG, wordt de EB geheven van degene die ter zake accijns verschuldigd is of zou zijn, indien van deze energieproducten accijns zou worden geheven.5 De belastingplichtige in deze gevallen is degene die ter zake accijns verschuldigd is of zou zijn. Dit vloeit voort uit de keuze die is gemaakt om voor de onderhavige energieproducten de heffingssystematiek van de Wa te volgen.
Dientengevolge is – afgezien van in de Wa voorziene bijzondere gevallen van belastingplicht – de belastingplichtige de vergunninghouder van het belastingentrepot. In dit verband valt te denken aan raffinaderijen en handelaren in minerale oliën.
Indien LPG is bestemd voor ander verbruik dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, geldt voor de accijns het nihiltarief.6
Daarom is bepaald, dat ook degene die ter zake accijns verschuldigd zou zijn, belastingplichtig is voor de EB, indien van die brandstoffen accijns zou worden geheven.7
In dit geval is gewoon sprake van uitslag, maar dit leidt als gevolg van het nihiltarief niet tot het daadwerkelijk verschuldigd worden van accijns.