Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.4
4.4.4 Belastingplichtige naar nationaal recht
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS302883:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 51 lid 1 Wa.
Art. 3 en art. 62 Wa.
Art. 51 lid 2 Wa.
Art. 2a lid 1 Wa. Art. 51a onderdeel a Wa.
Art. 2b lid 1 Wa. Art. 51a onderdeel b Wa.
Art. 2c lid 2 Wa. Art. 51a onderdeel c Wa.
Art. 2d lid 1 Wa. Art. 51a onderdeel d Wa.
Art. 2e lid 1 Wa. Art. 51a onderdeel e Wa.
Art. 2f Wa. Art. 51a onderdeel f Wa.
Als bedoeld in art. 86a lid 1 Wa.
Art. 2h Wa. Art. 51a onderdeel g Wa.
Vgl. Kamerstukken II 1992/93, 22 849, nr. 10, p. 7.
Conform de Richtlijn energiebelastingen moeten gassen die dezelfde functie hebben als aardgas op gelijke wijze in de heffing worden betrokken. In de EB waren tot 1 januari 2008 voor een aantal van deze gassen, te weten voor hoogovengas, cokesovengas, kolengas, gas dat vrijkomt in een kolenvergasser, raffinaderijgas en chemisch restgas (tezamen aangeduid onder de verzamelnaam ‘overige gassen’), afzonderlijke tarieven van kracht. Deze afzonderlijke tarieven zijn geschrapt, waardoor voor deze overige gassen de tarieven van aardgas van kracht zijn worden. Deze gassen worden met name ingezet voor de productie van andere producten in de eigen inrichting of omdat zij dienen als inputbrandstof voor installaties die elektriciteit opwekken, waarvoor een vrijstelling geldt. Daarom zijn ze veelal onbelast. Kamerstukken II 2006/07, 30 887, nr. 3, p. 2-3.
Art. 53 lid 1 en lid 2 Wbm.
Als bedoeld in art. 50 lid 1 Wbm.
Art. 34 Wbm.
De belastingplicht is naar nationaal recht hier te lande nauwkeurig maar verbrokkeld geregeld. De accijnzen geregeld in de Wa (dat zijn de accijnzen van bier, wijn, tussenproducten, gedistilleerde dranken, minerale oliën en tabaksproducten) worden geheven van: (1) de vergunninghouder van het belastingentrepot1, (2) degene die accijnsgoederen invoert2, (3) de vergunninghouder van het belastingentrepot van waaruit accijnsgoederen zijn uitgeslagen in opdracht van de vergunninghouder van een ander belastingentrepot voor dezelfde soort accijnsgoederen3, (4) de vergunninghouder van het geregistreerd bedrijf (GB) of van het niet-geregistreerd bedrijf (NGB) dat een accijnsgoed ontvangt dat is overgebracht vanuit een belastingentrepot (deze ontvangst wordt als uitslag aangemerkt), (5) de fiscaal vertegenwoordiger van de vergunninghouder van een belastingentrepot van waaruit een accijnsgoed is overgebracht naar die fiscaal vertegenwoordiger die dat accijnsgoed ontvangt (deze ontvangst wordt als uitslag aangemerkt)4, (6) de ondernemer die voor handelsdoeleinden voorhanden heeft, levert en/of in het kader van zijn onderneming voor eigen verbruik aanwendt een accijnsgoed dat in een andere lidstaat is uitgeslagen en/of is ingevoerd en waarvan in Nederland de accijns niet is geheven (dit voorhanden hebben, leveren en/of aanwenden wordt als uitslag aangemerkt), (7) het publiekrechtelijke lichaam dat voor handelsdoeleinden voorhanden heeft, levert en/of het in het kader van het publiekrechtelijke lichaam voor eigen verbruik aanwendt, een accijnsgoed dat in een andere lidstaat is uitgeslagen en/of is ingevoerd en waarvan in Nederland de accijns niet is geheven (dit voorhanden hebben, leveren en/of aanwenden worden als uitslag aangemerkt) 5, (8) de natuurlijke persoon die een accijnsgoed voorhanden heeft voor andere doeleinden dan voor persoonlijk verbruik dat in een andere lidstaat is uitgeslagen dan wel ingevoerd (dat wil zeggen waarvoor in die andere lidstaat reeds accijns is voldaan) en waarvan in Nederland de accijns niet is geheven (dit voorhanden hebben wordt als uitslag aangemerkt)6, (9) degene voor wiens rekening de minerale oliën worden vervoerd of degene die de minerale oliën verkrijgt die in een andere lidstaat zijn uitgeslagen of ingevoerd en waarvan in Nederland de accijns niet is geheven, indien deze goederen op een atypische wijze worden vervoerd door een natuurlijke persoon, anders dan als ondernemer, of voor diens rekening (dit vervoer en/of deze verkrijging worden als uitslag aangemerkt)7, (10) de fiscaal vertegenwoordiger van de verkoper die een accijnsgoed levert dat direct of indirect door of voor rekening van die verkoper vanuit een andere lidstaat naar Nederland wordt verzonden of vervoerd (deze levering wordt als uitslag aangemerkt)8, (11) degene die een accijnsgoed vervaardigt en/of degene die het accijnsgoed voorhanden heeft buiten een belastingentrepot die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen (dit vervaardigen of voorhanden hebben wordt als uitslag aangemerkt)9, of van (12) de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die zekerheid heeft gesteld op grond van de wettelijke bepalingen van de lidstaat van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht10
ingeval van onttrekking van accijnsgoederen aan schorsing van accijns als gevolg van een onregelmatigheid of een overtreding in Nederland tijdens het intracommunautaire vervoer onder schorsing van de accijns via Nederland of met bestemming Nederland (deze onttrekking wordt als uitslag aangemerkt).11
De belastingplicht is in de Wbm verschillend geregeld naargelang het betreffende energieproduct al dan niet is aangemerkt als minerale olie krachtens de Wa.12 Aardgas wordt aangemerkt als minerale olie indien het de bestemming van motorbrandstof krijgt of als additief of vulstof daarvoor dient.13 De accijnzen die geregeld zijn in de Wbm (dat zijn de accijnzen van aardgas, elektriciteit, minerale oliën en kolen14) worden geheven van: (1) degene die accijns verschuldigd is of zou zijn, indien van halfzware olie, gasolie of LPG op basis van de Wa accijns zou worden geheven, (2) degene die de levering van energieproducten via het distributienet en via een aansluiting aan de verbruiker verricht15, (3) de verbruiker van het aardgas of de elektriciteit in geval van aardgas of elektriciteit op andere wijze zijn verkregen dan door een levering via een aansluiting16, (4) degene die halfzware olie, gasolie of LPG voor andere doeleinden dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen gebruikt 17, (5) de verbruiker van aardgas of elektriciteit wanneer de leverancier niet in Nederland is gevestigd noch een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft18, of van (6) degene die kolen aflevert of verbruikt.19