Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.9.2
4.9.2 Evaluaties tarieven en de reële waarde ervan
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298067:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Evaluatieverslag EC 2004, p. 6.
Art. 8 Tariefrichtlijn alcoholhoudende dranken. Art. 4 Tariefrichtlijn tabaksproducten. Art. 4 Tariefrichtlijn sigaretten.
Art. 29 Richtlijn energiebelastingen.
Overweging 8 considerans, art. 13 en art. 29 Richtlijn energiebelastingen.
Verslag EC 1995, par. 2.17. Verslag EC 2004, par. 1.2, nr. 6.
Growth, Competitiveness, Employment: The Challenges and Ways Forward into the 21st Century – White Paper, COM(93)700 final, 5 december 1993. Parts A and B, Bulletin of the European Communities, 6/93.
EC, Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 92/84/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, van 8 september 2006, COM(2006)486 def., 20060165 (CNS), Brussel 2006.
Overweging 8 considerans Richtlijn 2002/10/EG van de Raad van 12 februari 2002 tot wijziging van Richtlijn 92/79/EEG, Richtlijn 92/80/EEG en Richtlijn 95/59/EG wat de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabrikaten betreft. Art. 16 Structuurrichtlijn tabaksproducten. Art. 4 Tariefrichtlijn sigaretten en art. 4 Tariefrichtlijn tabaksproducten.
De EC acht tariefsaanpassingen nodig ‘om te vermijden dat de minimumtarieven in de loop der jaren hun nut verliezen’.1 De in 1992 overeengekomen minimumtarieven voor de alcoholaccijnzen, in 2003 voor de tabaksaccijnzen en voor de energieaccijnzen, zijn nadien niet meer aangepast. Stilstand heeft tot gevolg dat de inflatie de reële kracht van de tarieven doet afnemen. Het niet handhaven van de reële druk van de tarieven is een inbreuk op de besluitvorming over het niveau van de tarieven waarmee de Raad in 1992 (alcoholaccijnzen) en in 2003 (tabaksaccijnzen en energieaccijnzen) heeft ingestemd.
De minimumtarieven en tariefsdifferentiaties van de accijnzen van alcohol- en tabaksproducten en de reële waarde ervan worden door de Raad op basis van evaluatieverslagen van de EC tweejaarlijks bezien. De EC heeft in 1995 en 2004 evaluatieverslagen aan de Raad gezonden.2 Ook de minimumtarieven en de tariefsdifferentiaties van de accijnzen van energieproducten en elektriciteit worden op gezette tijden aan de hand van een verslag en, in voorkomend geval, een voorstel van de EC en met raadpleging van het EP bestudeerd in het licht van de goede werking van de interne markt, de ontwikkeling van de reële waarde van de tarieven, concurrentieposities van het bedrijfsleven van de Gemeenschap in internationaal verband en de bredere doelstellingen van het EG-verdrag.3 De tarieven van minerale oliën zijn herzien ter gelegenheid van de vervanging van de Tariefrichtlijn minerale oliën door de Richtlijn energiebelastingen per 1 januari 2004.4
Tussen de lidstaten bestaat nog aldoor weinig toenadering van de tarieven. De omvang van de tariefsverschillen tussen de lidstaten zijn fors, in het bijzonder wanneer deze worden vergeleken in relatie met de minimumtarieven.5 In sommige productgroepen, met name motorbrandstoffen, is sprake van omvangrijke reële tariefsverhogingen, vaak meer dan voor correctie van de inflatie of indexatie noodzakelijk is. Voor andere productgroepen, in het bijzonder voor alcoholhoudende dranken en in mindere mate verwarmingsbrandstoffen, is sprake van een stabilisatie van de nationale tarieven. Sommige lidstaten hebben hun tarieven voor deze goederen geïndexeerd. De mate waarin verschillende soorten alcoholhoudende dranken met elkaar concurreren is niet doorslaggevend voor het niveau waarop de desbetreffende tarieven worden vastgesteld. De vraag naar een bepaald soort alcoholhoudende drank is relatief ongevoelig voor wijzigingen in de prijs van die drank zelf of wijzigingen in de prijzen van concurrerende soorten van alcoholhoudende drank. In het Witboek van Delors (1993), dat de uitdagingen en de wegen voor de 21e eeuw bevat6, worden verhogingen van de accijnstarieven voor alle productgroepen voorgesteld ter verlaging van de lasten op arbeid en ondernemen en verbreding van de grondslag van de accijns van minerale oliën.
De alcoholaccijnzen zijn sedert 1993 reëel met ruim 30% in kracht afgenomen. Om de reële waarde van de minimumtarieven te herstellen en te vermijden dat de minimumtarieven hun nut verliezen, worden, mits de Raad instemt met een daartoe strekkend voorstel van de EC, de minimumtarieven van de alcoholaccijns per 1 januari 2008 een bescheiden opwaartse aanpassing ondergaan van 31%, overeenkomstig het jaarlijkse wijzigingspercentage van de geharmoniseerde consumentenprijsindex tussen 1993 en 2005.7 Daarmee loopt de reële waarde van deze minimumtarieven op 1 januari 2008 meteen al weer drie jaar achter.
Het communautaire tabaksaccijnsregime kent een systeem waarbij de tabaksaccijnzen met vierjaarlijkse correcties reëel constant worden gehouden. Om de vier jaar legt de EC de Raad een verslag en, in voorkomend geval, een voorstel voor over de accijnstarieven en over de structuur van de accijns als bepaald in de Structuurrichtlijn tabaksproducten. De Raad beziet het verslag en het voorstel en neemt, na raadpleging van het EP, de nodige maatregelen. In het verslag van de EC en bij de behandeling in de Raad wordt rekening gehouden met de goede werking van de interne markt, de uitsluitend op basis van de inflatie berekende reële waarde van de accijnstarieven en de doelstellingen van het EG-verdrag in het algemeen.8