Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.9.5
4.9.5 Wijn
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298069:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 5 Tariefrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Vgl. HvJ EG 17 juni 1999, nr. C-166/98, Société critouridienne de distribution (Socridis) vs. Receveur principal des douanes, r.o. 15.
EC, Excise Duty Tables, Ref 1.023, Part I – Alcoholic Beverages, Brussels: July 2006.
Art. 9 lid 3 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 9 lid 2 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Lidstaten die op 1 januari 1992 van bepaalde soorten niet-mousserende wijnen met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 15 doch niet meer dan 18%vol accijns hieven naar een gedifferentieerd hoger tarief, mogen dat tarief blijven toepassen, mits dat niet hoger is dan het eigen nationale accijnstarief voor tussenproducten.Art. 9 lid 4 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 13 lid 2 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 13 lid 3 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 10 Wa.
Art. 15 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 18 lid 5 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Personen die gemiddeld minder dan 1.000 hectoliter wijn per jaar produceren. Overweging 23 considerans Accijnsrichtlijn. Art. 29 Accijnsrichtlijn.
Overweging 36 considerans en art. 29 Accijnsrichtlijn. Overweging 7 considerans Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Als deze kleine wijnproducenten zelf intracommunautaire transacties verrichten, dienen zij te voldoen aan de bij verordening met betrekking tot de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de in de wijnsector bij te houden registers vastgestelde verplichtingen. Verordening (EEG) 968/89, (PbEg 1989, L 106). Dit houdt onder meer in dat het vervoer voor handelsdoeleinden van uit een lidstaat herkomstige wijn moet geschieden onder dekking van een handelsdocument waarin ten minste zijn vermeld de gegevens omtrent de koper en de verkoper, de afzender en de geadresseerde, de datum en het volgnummer van het document, en gegevens betreffende de omschrijving, het alcoholgehalte en de hoeveelheid van de wijnbouwproducten. De belastingdienst van de lidstaat van bestemming moet door de geadresseerde van de wijnleveringen in kennis worden gesteld door middel van het document of een verwijzing hiernaar; deze systematiek vervangt het normale geleidedocument. Art. 29 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Evaluatieverslag EC 2004, punt 61-62.
Vgl. ook: HvJ EG 27 februari 1980, en 12 juli 1983, nr. 170/78, EC vs. VK (zijdelingse bescherming van concurrerende nationale bierproductie ten opzichte van binnengebrachte wijnen), Jur. 1983, p. 2265, r.o. 15 (eindarrest).
COM(72)225, (PbEg 1972, C 43/32).
Antwoord van de EC van 4 januari 1978 op schriftelijke vraag nr. 756/77 van de heer Pisani (PbEg.1978, C 42/35).
Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, (PbEg 1999, L 179/1–84). Zie over de (gebrekkige) werking van de gemeenschappelijke marktordening wijn: EC, Naar een duurzame Europese wijnsector, Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, COM(2006)319 def., Brussel: 22 juni 2006.
EC, Naar een duurzame Europese wijnsector, Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, COM(2006)319 def., Brussel: 22 juni 2006, p. 4.
In 2006 heeft de EC 8 miljoen hectoliter van de Europese wijnplas doen verwerken tot andere producten. Dat kostte € 180 miljoen. Verordening (EG) nr. 81/2004 van de Commissie van 16 januari 2004 houdende opening van openbare verkopen van alcohol uit wijnbouwproducten voor gebruik als bio-ethanol in de Gemeenschap, (PbEg 2004, L 12/40-42). Verordening (EG) nr. 819/2004 van de Commissie van 29 april 2004 houdende opening van openbare verkopen van alcohol uit wijnbouwproducten voor gebruik als bio-ethanol in de Gemeenschap, (PbEg 2004, L 153/91-96). Verordening (EG) nr. 1895/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende opening van openbare verkopen van alcohol uit wijnbouwproducten voor gebruik als bio-ethanol in de Gemeenschap, (PbEU 2004, L 328/60-63). Evaluatieverslag EC 2004, par. 3.5.2. Landbouwbeleid.Cnossen 2006 , p. 12.
EC, Naar een duurzame Europese wijnsector, Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, COM(2006)319 def., Brussel: 22 juni 2006, p. 7-8.
4.9.5.1 Minimumtarieven en nationale tarieven
Het minimumtarief van de wijnaccijns bedraagt (vanaf 1 januari 1993) voor alle wijnen €0 per hectoliter product.1
Van niet-mousserende wijn wordt in 15 lidstaten van de EU27 accijns naar het minimumtarief, dus metterdaad géén accijns geheven.2 Van (een fles van) 0,75 liter niet-mousserende wijn van 13%vol wordt in Frankrijk € 0,03 wijnaccijns geheven, in België € 0,35, in Nederland € 0,44, in Finland € 1,59, in Zweden € 1,78, in het VK € 1,90 en in Ierland € 2,05. Het Europees gemiddelde bedraagt € 0,38; geabstraheerd van de 15 lidstaten die geen wijnaccijns heffen, bedraagt het gemiddelde € 0,85.
Van mousserende wijn wordt in 10 lidstaten van de EU27 accijns naar het minimumtarief, en derhalve metterdaad géén accijns geheven. Van (een fles van) 0,75 liter mousserende wijn wordt in Frankrijk € 0,08 wijnaccijns geheven, in België € 1,21, in Nederland € 1,51, in Finland € 1,59, in Zweden € 1,78, in het VK € 2,43 en in Ierland €4,09. Het Europees gemiddelde bedraagt € 0,42; geabstraheerd van de 15 lidstaten die geen wijnaccijns heffen, bedraagt het gemiddelde € 0,95.3
Voor mousserende dranken geldt een afzonderlijk tarief. Binnen elke categorie kunnen onderverdelingen worden gemaakt aan de hand van het alcoholgehalte. Voor zowel de druivenwijn als vruchtenwijn – zowel niet-mousserend als mousserend – mag een verlaagd tarief worden toegepast voor dranken met een alcoholgehalte van niet meer dan 8,5%vol.4 Voor niet-mousserende druivenwijn met een alcoholgehalte van meer dan 15%vol mag een hoger tarief worden toegepast. Van de categorie niet-mousserende wijnen wordt wijnaccijns geheven naar hetzelfde accijnstarief onderworpen. Evenzo wordt van de categorie mousserende wijnen accijns geheven naar hetzelfde tarief.
Van niet-mousserende en van mousserende wijn mag accijns worden geheven naar eenzelfde tarief.5 Van de categorie andere niet-mousserende gegiste dranken dan wijn en bier moet eveneens accijns worden geheven naar eenzelfde tarief. Evenzo wordt van de categorie andere mousserende gegiste dranken accijns geheven naar eenzelfde tarief. Voor beide categorieën mag ook eenzelfde tarief van toepassing zijn.6 Van alle soorten andere gegiste dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 8,5%vol mag accijns worden geheven naar verlaagde accijnstarieven.7
In Nederland bedraagt de wijnaccijns per hectoliter voor niet-mousserende wijn met een alcoholgehalte van:
niet meer dan 8,5%vol € 29,51;
meer dan 8,5%vol, maar niet meer dan 15%vol € 59,02;
meer dan 15%vol € 102,68.
Voor mousserende wijnen met een alcoholgehalte van niet meer dan 8,5%vol bedraagt de wijnaccijns per hectoliter € 38,16 en € 201,24 voor meer dan 8,5%vol.8
De bepalingen inzake wijn worden geacht gelijkelijk te gelden voor andere gegiste dranken.9 De Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken maakt het in feite noodzakelijk voor mousserende vruchtenwijn van meer dan 8,5%vol eenzelfde tarief te hanteren als voor mousserende druivenwijn van meer dan 8,5%vol. Dit houdt verband met de koppeling van het tarief van de mousserende tussenproducten aan het tarief voor mousserende vruchtenwijn van meer dan 8,5%vol.10
4.9.5.2 Kleine wijnproducenten
Kleine wijnproducenten11 zijn ontheven van een aantal administratieve verplichtingen inzake vervaardiging, verwerking, voorhanden hebben en intracommunautair verkeer van accijnsgoederen.12
4.9.5.3 Marktordening wijn
Het Europese nultarief voor de wijnaccijns is, ook volgens de EC (2004), ‘een zeer omstreden en politiek gevoelige kwestie’. Daadwerkelijke wijnaccijnsheffing zou volgens de wijnproducerende lidstaten gevolgen kunnen hebben voor de afzet van wijn, een marktordeningsproduct, en voor de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt. Het landbouwbeleid is altijd al door de wijnproducerende lidstaten aangegrepen als een rechtvaardiging voor de toepassing van een nultarief voor wijn. Sommige van deze lidstaten wijzen op de precaire situatie van wijnproducenten, die iedere mogelijkheid om metterdaad accijns van wijn te heffen, zou uitsluiten.13 Volgens deze lidstaten is van belang dat wijn een landbouwproduct is en bier een industrieel product. Het zou niet stroken met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)14 wanneer de voordelen van de wijnmarktordening teniet zouden worden gedaan door accijnsheffing.15
De wijnbouw omvat ruim 1,5 miljoen bedrijven, die daarvoor 3,4 miljoen hectare (2% van het Europese landbouwareaal) gebruiken, en vertegenwoordigt 5,4% van de waarde van de Europese landbouwproductie. Dit laatste aandeel bedraagt in Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Portugal, Luxemburg en Slovenië circa 10% en in Spanje iets minder.
De EC heeft in haar opvatting omtrent het wijnaccijnstarief een bestendige gedragslijn.
In haar voorstel (1972) voor een richtlijn betreffende een geharmoniseerde accijns van wijn constateert zij ‘verstoringen van de mededinging’ als gevolg van het ontbreken van een wijnaccijns in bepaalde lidstaten.16 In een vergelijkend overzicht waaruit blijkt dat in de wijnbouwlanden van de Gemeenschap de wijnproductie geheel is vrijgesteld van wijnaccijns dan wel onderworpen aan een louter nominale accijns, stelt de EC (1978) vast dat in de betrokken lidstaten wel uitbundig accijnzen van bier en andere dranken worden geheven.17
Het wijnbeleid is een van de meest bekritiseerde onderdelen van het GLB vanwege de structurele overproductie en de daardoor ontstane wijnplas. De marktordening wijn, neergelegd in de wijnverordening, is een veelomvattende en complexe marktordening.
Deze voorziet in instrumenten om het productiepotentieel te beheren: aanplantbeperkingen door middel van een systeem van aanplantrechten, premies voor definitieve rooiing en premies voor herstructurering van wijngaarden.18 Daarnaast omvat de marktordening wijn een keur aan marktondersteunende maatregelen, zoals voorschriften voor wijnbereidingsprocedés en kwaliteitsdistillatie, crisisdistillatie, steun voor het verrijken van wijn met druivenmost, de indeling van wijnen en handel.
Kwaliteitsdistillatie is verplicht bij het vervaardigen van wijn en zorgt voor een minimumkwaliteit van wijn. Het restproduct dat niet aan de minimumstandaard voldoet wordt gedistilleerd tot alcohol(voorraden). Zonder de kwaliteitsdistillatie zou meer restproduct tot wijn worden geperst. De crisisdistillatie wordt ingezet wanneer zich als gevolg van wijnoverschotten substantiële prijsdalingen voordoen. Crisisdistillatie placht een uitzondering te zijn, maar wordt steeds meer een gangbaar marktordeningsinstrument.
In de periode 2001-2005 is driemaal crisisdistillatie toegepast. Enkele wijnproducerende lidstaten hebben in het wijnoogstseizoen 2005-2006 voor aanzienlijke hoeveelheden tafelwijnen en ook VQPRD-kwaliteitswijnen om crisisdistillatie verzocht ondanks een daling van de productie met 11%.19 Verder is in de wijnverordening een groot aantal voorschriften opgenomen over oenologie, geografische aanduidingen en etikettering (waarmee wordt beoogd de consument een eerlijk en doorzichtig kwaliteitsniveau te garanderen). De wijnbouw wordt in het kader van het GLB jaarlijks met € 1,5 miljard gesteund, resulterend in overproductie en een fors structureel wijnoverschot (15 miljoen hectoliter, dat wil zeggen 8,4% van de wijnproductie), waarvan grote hoeveelheden Franse, Griekse, Italiaanse en Spaanse wijn tegen hoge kosten door middel van crisisdistillatie worden verwerkt tot bio-ethanol.20 Bij ongewijzigd beleid zal de overproductie in de Gemeenschap binnen afzienbare tijd oplopen naar 15% van de Europese wijnproductie, ongeveer 180 miljoen hectoliter. De EC concludeert dan ook dat de marktordening aan een fundamentele hervorming toe is. Als belangrijkste reden voor hervorming is de structurele en groeiende onbalans tussen vraag en aanbod. Bij ongewijzigd beleid zal de overschotproductie oplopen naar 27 miljoen hectoliter (ofwel 15% van de productie) in 2010, veroorzaakt door een combinatie van teruglopende consumptie in de Gemeenschap (reductie van 750.000 hectoliter per jaar), toenemende appreciatie van wijnen uit derde landen (Argentinië, Australië, Chili en Zuid-Afrika; het aandeel van geïmporteerde wijn in de Europese wijnconsumptie bedraagt thans 9%), onvoldoende beperking van het te omvangrijke Europese productieareaal en de te wensen overlatende concurrentiekracht, deels te wijten aan bepalingen van de marktordening. Op diverse niveaus van de Europese besluitvorming worden mogelijke hervormingsscenario’s besproken.
De wereldhandel in wijn is al sterk geliberaliseerd, waarbij de invoerrechten voor wijn aan de buitengrens laag zijn. Het is dan ook de toegenomen import van wijn uit derde landen die bijdraagt aan het Europese wijnoverschot en de communautaire maatregelen om de wijnmarkt in evenwicht te brengen contraproductief maakt. Het toenemende gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod in de wijnsector en de steeds grotere uitdagingen die zich op de Europese en de internationale wijnmarkt voordoen, vereisen een hervorming in de wijnsector. De 16 lidstaten die geen of zeer minimaal wijnaccijns heffen moeten bedenken dat zij door geen wijnaccijns te heffen ook de concurrentie uit de nieuwe wijnlanden onbelast op de wijnmarkt binnenhalen, en dat ook zij aansprakelijk zijn voor de maatschappelijke schade van alcoholgebruik en het toenemend riskant alcoholverbruik door jongeren, die zij met hun onbelaste dranken exporteren naar andere lidstaten.21 Met de aangekondigde nieuwe marktordening wijn, waarbij de EC de beschikbare middelen inzet voor kwaliteitsverbeteringsprogramma’s voor de Europese wijnproductie en wijnpromotiefondsen, is de wijnsector als eerste gebaat. Tot dusverre staat de wijnaccijns geheel los van de marktordening wijn, dus ook los van de financiering daarvan. Omdat de marktordening wordt bekostigd uit de gemeenschapsbegroting, is het een sociaal-economisch gezond uitgangspunt ter gelegenheid van de nieuwe marktordening wijn meer Europese samenwerking te betonen door de nieuwe marktordening wijn te bekostigen uit de opbrengsten van de wijnaccijns.
Indien toch de wijnaccijns in zijn nihilpositie wordt bestendigd en derhalve het nultarief niet aan inflatoire ontwikkelingen kan worden aangepast, onder ogen te worden gezien dat het in de lucht houden van de schorsingsregeling voor wijnproducten (bestaand uit schorsing van de accijns tijdens het verkeer en verblijf van wijnproducten binnen het stelsel van onderling verbonden belastingentrepots), het stellen van zekerheid voor de verschuldigde accijns en het gebruik van geleidedocumenten, waarmee de verblijfplaats ervan voortdurend kan worden gevolgd, uit het oogpunt van administratievelastendruk weinig zinvol is voor goederen die niet of nauwelijks worden belast.