De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.4.2.2:2.4.2.2 Intrekking van de oproeping in geval van aangedragen onderwerpen
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.4.2.2
2.4.2.2 Intrekking van de oproeping in geval van aangedragen onderwerpen
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649845:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 39; Van der Heijden/Dortmond 2013, nr. 212; GS Rechtspersonen/Schwarz 2019, art. 2:117 BW, aant. 5; Bier 2010, p. 33. Anders De Roo 2021, p. 320 in wiens ogen tegen afgelasting van een dergelijke vergadering geen onoverkomelijk bezwaar bestaat voor zover binnen een redelijke termijn een vergadering wordt bijeengeroepen waarvoor dezelfde punten geagendeerd zijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf concludeerde ik dat degene die een algemene vergadering heeft bijeengeroepen, in beginsel bevoegd is om de oproeping voor die vergadering in te trekken. Het uitgangspunt hierbij is dat op de bij de oproeping verstrekte agenda slechts onderwerpen staan die afkomstig zijn van de bijeenroepingsbevoegde. Verschillende juridische auteurs nemen aan dat wanneer de agenda onderwerpen bevat die zijn ingediend door iemand die op grond van de wet of de statuten een agenderingsrecht heeft, het bestuur of de rvc de oproeping niet zonder instemming van degene die het agenderingsrecht gebruikte, kan intrekken, tenzij de beraadslaging over de geagendeerde onderwerpen de facto zinloos is geworden.1 Ik ben het met deze opvatting graag eens, maar plaats daarbij één kanttekening. Als de agenderingsgerechtigde zijn instemming onthoudt en het bestuur of de rvc toch wil intrekken, staat het mijns inziens niet ter beoordeling van het bestuur en/of de rvc of beraadslaging over het aangedragen onderwerp zinloos is geworden. Als dat wel zo zou zijn, bestaat het risico dat het instemmingsvereiste niet meer is dan een wassen neus. Intrekking zonder instemming van degene die zijn agenderingsrecht succesvol gebruikte, acht ik daarom slechts met tussenkomst van de rechter mogelijk.