Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/3.2
3.2 Achtergrond van de richtlijn
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955448:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Trb. 1995, 130. Zie ook ov. 4, 5 en 7 Handhavingsrichtlijn.
Zie Grosheide 1995.
De bepaling schrijft daarnaast voor dat deze procedures zodanig worden vormgegeven dat doeltreffend kan worden opgetreden tegen inbreuk, dat het scheppen van belemmeringen voor legitiem handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze procedures. Het tweede lid van de bepaling voegt daaraan toe dat de genoemde procedures en billijk dienen te zijn, dat zij niet onnodig ingewikkeld of kostbaar zijn en dat zij geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen inhouden.
Ov. 8 Handhavingsrichtlijn.
Maas 2021, p. 94; Cornish e.a. 2003, p. 447; McGuire 2004, p. 255-258. Zie ook Kamerstukken 2005/06, 30392, nr. 3 (MvT), p. 3.
TRIPs-overeenkomst. De Handhavingsrichtlijn is gebaseerd op de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (‘TRIPs-overeenkomst’; ‘TRIPs’), een bijlage van het in Marrakesh ondertekende Verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (‘WTO-verdrag’).1 De TRIPs-overeenkomst is het meest omvattende multilaterale verdrag op het gebied van de intellectuele eigendom. Het belang van de overeenkomst is vooral gelegen in Deel III, dat betrekking heeft op civielrechtelijke handhaving.2 In art. 41 lid 1 TRIPs is de verplichting opgenomen voor verdragsstaten om te voorzien in procedures voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van het creëren van snelle middelen om deze inbreuken te voorkomen.3 Uit art. 41 lid 5 TRIPs volgt dat individuele staten vrij zijn om naar eigen inzicht invulling te geven aan de in het verdrag neergelegde verplichtingen. Als gevolg daarvan bestonden ook na de inwerkingtreding van de overeenkomst nog belangrijke verschillen tussen de verdragsstaten, wat tot gevolg had dat rechthebbenden niet overal een beroep konden doen op een vergelijkbaar beschermingsniveau. Het tot stand brengen van een gelijk speelveld in de Europese Unie vormde een belangrijk motief voor verdergaande harmonisatie. Deze wens kreeg uiteindelijk gestalte in de Handhavingsrichtlijn.4 Niet geheel verrassend is het beschermingsniveau van de richtlijn ruimer dan dat van de TRIPs-overeenkomst.5
3.2.1 Totstandkoming van de richtlijn3.2.2 Inwerkingtreding en implementatie3.2.3 Kritische ontvangst van de richtlijn