Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.1.2
9.1.2 Politieke betrokkenheid: belangstelling en participatie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977107:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor het begrip politieke betrokkenheid, zie: J.W. van Deth, ‘Interest in politics’, in: Kent Jennings & Van Deth (eds.) 1989.
Vgl. A. Dijkshoorn, ‘Politieke desinteresse’, M & P 2019, 02, p. 31.
Lijphart 1982, p. 79; C. Aarts & P. Castenmiller, ’Politieke betrokkenheid en democratie’, in: Thomassen (red.), 1991 en C. Brons, ’Hoe zou een hoopvolle politiek er in de praktijk uit moeten zien volgens burgers’, CDV Lente 2015, p. 123 e.v.
Ibid., p. 13.
Ibid., p. 19.
Zie: Easton 1965, Daemen 1991, p. 22, 53 en Gemmeke 1998, p. 211.
H. Woldring, ’Bijzonder onderwijs en de sociale cohesie in de samenleving’, in: Van der Ploeg e.a. (red.) 2000, p. 231-241; B.P. Vermeulen, ´Vraagstukken rondom de vrijheid van onderwijs´, in: Idem 2000, p. 281-300 en 2001.
Woldring 1996, p. 262-263.
Ibid., p. 221-222 (Ware vriendschap is liefde voor de ander, omwille van de ander); vgl. B. de Graaf, ´Burgers en politici, leest Aristoteles´, NRC 1 april 2017 en De Waal 2019, p. 37.
B. Oomen, ’Constitutioneel bewustzijn in Nederland: van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet’, RdW 2009, 2, p. 55-79.
Ibid., p. 9.
Curs.W; Ibid., p. 59.
Staatscommissie Grondwet, Rapport. Adviesopdracht a. De toegankelijkheid en de betekenis van de Grondwet voor burgers, 2010 (Staatscommissie-Thomassen).
Vgl. ook: Caesaristische burgerzin: Caesar (100-44 v.Chr) was Romeins politicus, dictator en keizer; vgl. S. Julius Caesar, De bello Gallico, London: Phillipson 1900 en Eutropius, Korte geschiedenis van Rome, Amsterdam: Atheneum 2019, p. 82, 97. Caesarisme duidt op stabiliteit.
Commissie-Weerbaarheid van de democratische rechtsorde. Rapport Koester de democratie!, 2023 (Commissie-Marcouch) en Bart Zuidervaart, ’Interview A. Marcouch: De overheid duwt mensen van zich af’, Trouw 2 november 2023, p. 9.
Zie: J. Meerdink, ’Jongeren over politiek en politici’, P&SV 1986, 6, p. 8-12.
Vgl. G.J. Kleinjan, ’Tobben met het thema burgerschap’, Trouw, 9 oktober 2018, p. 2-3 (Scholen worstelen met het thema burgerschap. Met hulp van Unesco leren ze de leerlingen ‘wereldburger’ worden. Is dit een oplossing?), vgl. kader ‘krakkemikkig niveau’ (p. 3).
Debat- en gespreksvaardigheden bevorderen de participatiemogelijkheden van (toekomstige) burgers in een democratische rechtsstaat.1 Politieke interesse maakt de kans dat leerlingen naderhand gaan stemmen groter is dan in het geval van politieke onwetendheid.2 Bovendien versterkt de politieke participatie het (staats)burgerschap en geeft het de gewenste invulling.3 Burgers gaan zich pas als kiezer gedragen, als er sprake is van politieke betrokkenheid.4 Deze bestaat onder meer uit de belangstelling voor en de deelname aan de verkiezingen en de politiek in het algemeen.5
Socialisatie tot democratisch burger bevordert volgens de normatieve democratietheorieën de politieke betrokkenheid, welke een voorwaarde vormt voor de stabiliteit van de democratische rechtsstaat.6 Woldring postuleert dan ook terecht dat een democratische rechtsstaat geschoolde democratische burgers nodig heeft.7 Hij ziet burgerzin als een sociaal-emotionele houding, als een vermogen tot bezinning op het staatsburgerschap, ‘waarbij deze attitude competente en weerbare burgers veronderstelt die kritisch-solidair handelen’.8 Hij wijst - als een vorm van politieke betrokkenheid - op de Aristotelische burgervriendschap van wederzijdse genegenheid, die een fundament vormt van de gewenste en bereikbare politieke gemeenschap. En wat geldt voor de politieke gemeenschap geldt voor politiek burgerschap’, aldus Woldring.9
Versterking doorwerking van de Grondwet
Oomen bespreekt in het kader van de bevordering van politieke betrokkenheid in Constitutioneel bewustzijn in Nederland: van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet de aanzwellende roep in de samenleving om de Grondwet te versterken tot een tot de verbeelding sprekende geschreven constitutie. ‘De Grondwet moet ons meer verbinden’.10 Oomen stelt de burger centraal in de ambitie de Grondwet te herzien en noemt de gewenste versterking ‘democratie en burgerschap’.11 Het huidige discours legt volgens haar tot dusverre nog te weinig nadruk op het democratisch burgerschap en stelt eerder de burgerzin centraal.12 De Staatscommissie-Grondwet adviseerde in 2010 over de toegankelijkheid en de betekenis van de Grondwet voor burgers.13 Burgerzin is voor velerlei uitleg vatbaar. Oomen wijst hier op de democratische burgerzin.14 In 2023 adviseert de Commissie-Weerbaarheid van de democratische rechtsorde aandacht te besteden in een regeerakkoord aan de ‘Staat van de grondrechten’ en het aanwijzen van een nationale feestdag om de democratie te vieren.15
Normatieve democratietheorieën legitimeren burgerschapsvorming
Een burger die belangstelling koestert voor de politiek participeert eerder in de democratische samenleving dan een ongeïnteresseerde buitenstaander die ‘de politiek over zich heen laat komen’.16 Politieke betrokkenheid is in de normatieve democratietheorieën noodzakelijke voorwaarde voor de continuïteit van de democratische rechtsstaat.17 De politieke belangstelling en participatie als politieke betrokkenheid vormen een legitimatie voor burgerschapsvorming.