Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/5.4.3
5.4.3 Conclusie samenhang bij toezeggingen
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685316:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook de annotatie van Allaart en Dijkshoorn JA 2009/129 bij Rb. Rotterdam 13 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI6102 en Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:3989, rov. 2.17: “Het hof is van oordeel dat de Gemeente miskent dat in dit geding niet voorligt de vraag of enig besluit of een daarop betrekking hebbende mededeling onjuist en onrechtmatig is, maar de vraag of sprake is van niet nagekomen toezeggingen van de zijde van de Gemeente. In zoverre speelt de formele rechtskracht geen rol.” Anders: Van der Grinten 2008, onder 5.4.1, die betoogt dat toezeggingen die in de bestuursrechtelijke procedure niet tot vernietiging van het besluit hebben geleid, niet tot onrechtmatigheid bij de civiele rechter kunnen leiden en A-G Keus, ECLI:NL:PHR:2007:BB3776, onder 2.25, Euroase, JB 2008/22: “alhoewel juist is dat een schending van opgewekt vertrouwen naar burgerlijk recht onder omstandigheden een onrechtmatige daad kan vormen, is dat volgens de door de Hoge Raad ontwikkelde criteria niet het geval indien die schending nu juist is gelegen in (de vaststelling van) een (van de verwachtingen van betrokkenen afwijkend) bestemmingsplan dat de burgerlijke rechter (op grond van de formele rechtskracht daarvan) voor rechtmatig moet houden.”
Deze rechtshandeling heeft een sterkere binding dan feitelijk handelen in de vorm van informatieverstrekking. Zie hoofdstuk 3 en 4.
Par. 4.3.
Een toezegging wordt niet gedekt door de formele rechtskracht van het daaropvolgende besluit in de zin dat met het rechtmatige besluit de civiele rechter ook moet aannemen dat de toezegging correct is nagekomen.1 Dit betekent dat de gevolgen van de niet-nakoming van een toezegging ‘gewoon’ kunnen worden getoetst aan het juridisch kader zoals uiteengezet in paragraaf 3.4 en paragraaf 8.3-8.5. Mijns inziens maakt het rechtshandeling-karakter van de toezegging in het civiele recht dat zij zelfstandig en los van een eventueel daarmee samenhangend rechtmatig besluit tot een schadevergoedingsverplichting voor de overheid kan leiden indien zij haar toezegging niet honoreert.2 Uit een eenzijdige, gerichte toezegging, vloeit in civielrechtelijke zin een sterke (want: verbintenisscheppende rechtshandeling) binding voort.3 Een overheid gaat een rechtshandeling aan waaruit een nakomingsverplichting volgt. Een overheid moet zich daarvan bewust zijn bij het doen van een dergelijke toezegging en aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de gevolgen van niet-nakoming. Het rechtshandelingskarakter van de bevoegdhedenovereenkomst uit de volgende paragraaf leidt tot een vergelijkbare civielrechtelijke binding onafhankelijk van de daarmee samenhangende publiekrechtelijke besluitvorming.