Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.4.1.0
4.4.1.0 Een orgaan van de vennootschap
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS300193:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze term dient ook niet te worden verward met de ‘orgaantheorie’. Löwensteyn koos er daarom voor om de term ‘instantie’ te hanteren. Zie in dit verband: Löwensteyn 1959, p. 29; Mendel 1971, p. 10; Van Schilfgaarde 1979, p. 34.
Zie in dit verband onder meer: Asser/Van der Grinten/Maeijer 1997, nr. 37; Mendel 1971, p. 10 e.v.
Zie in dit verband eveneens Van der Velden, die tevens wijst op de weinig bevredigende definities van de term ‘orgaan’ wanneer deze wordt gehanteerd om de interne verhouding van de rechtspersoon (in zijn geval vereniging) te beschrijven (Van der Velden 1969, p. 81).
Zie daarnaast voor het begrip orgaan ook onder meer: de artikelen 2:12/13/101/129/132a/135/142a/153/189a/192/197/198/206/210/216/227/239/242a/244/252a/346/349/356/361/393 BW.
Van Schilfgaarde 1979, p. 33. Vergelijkbare omschrijvingen zijn te vinden in: Asser/Van der Grinten/Maeijer 1997, nr. 37; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 200; Slagter/Assink 2013, p. 166; Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 3; Hof Arnhem 10 juli 2012, JOR 2012, 318 m.nt. Blanco Fernández.
Artikel 2:78a/189a BW: Voor de toepassing van de artikelen 87, 96, 96a, 101 lid 6 en 129 wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering, de vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
Zie in dit verband onder meer: artikel 23 en 24 WOR (recht op overleg), artikel 31-31c lid 2 WOR (recht op informatie) en artikel 25 WOR (adviesrecht). Daarnaast heeft de Ondernemingsraad op grond van artikel 2:158/268 lid 6 BW de bevoegdheid om bij een structuurvennootschap een aanbeveling te doen bij de benoeming van een derde van de commissarissen.
Van Schilfgaarde 1979, p. 33. Zie in dit verband verder hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.2.
De term ‘orgaan’ wordt in de literatuur op verschillende manieren gehanteerd.1 De term wordt gebruikt in verband met de vraag of een rechtshandeling dient te worden toegerekend aan de vennootschap.2 Hoewel ook dit een interessant aspect is, ligt de relevantie in dit kader meer bij de term in een abstracter verband van de positie van een orgaan binnen de vennootschap.3 Welke positie neemt een orgaan in binnen de vennootschap? Dient zij in beginsel autonoom te zijn of mag zij ondergeschikt zijn aan het belang van een ander orgaan dan wel het belang van haar eigen leden?
De term ‘orgaan’ komt veelvuldig terug in de wet. In artikel 2:14 BW wordt bijvoorbeeld bepaald dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon nietig is wanneer dit in strijd is met de wet of statuten, tenzij uit de wet anders voortvloeit.4 Hoewel de term dus regelmatig voorkomt, is de inhoud van de term in de wet niet (nader) gedefinieerd. Van Schilfgaarde geeft wel een omschrijving van de term ‘orgaan’:
‘Als globale omschrijving van het begrip orgaan kan wellicht dienst doen: een persoon of college aan wie door de wet of de statuten een bepaalde rol is toebedeeld met betrekking tot de besluitvorming en het beleid van de rechtspersoon.’5
Dat de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, het bestuur en de raad van commissarissen voldoen aan deze omschrijving lijkt onbetwist. In artikel 2:78a/189aBW wordt dit bovendien bevestigd.6 Of bijvoorbeeld de Ondernemingsraad als orgaan in deze zin dient te worden gekwalificeerd, is daarentegen zeer de vraag. Winter en Wezemen menen dat het meeste recht aan het wettelijk systeem zou worden gedaan wanneer de Ondernemingsraad niet wordt aangemerkt als een orgaan in de zin van artikel 2:14/16 BW en overwegen daarbij dat de Ondernemingsraad niet als orgaan wordt aangeduid in artikel 2:78a/189a BW.7 Desalniettemin overwegen zij ook dat de Ondernemingsraad wel een aantal kenmerken van een orgaan heeft.8 De Ondernemingsraad heeft immers invloed op het beleid en de besluitvorming van de vennootschap middels de aan hem toegekende rechten in de Wet op de ondernemingsraden en Boek 2 BW.9 Van Schilfgaarde zou de Ondernemingsraad dan ook wel als orgaan van de rechtspersoon willen aanmerken.10