Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.3.2.1
5.3.2.1 Inleiding
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652438:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Josephus Jitta (onder 9) in zijn annotatie bij OK 14 december 2007, JOR 2008/34 (e-Traction); Klaassen 2010b, p. 193; Borrius 2015, p. 80; Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 223; Borrius 2017a, p. 289 en p. 298; Eikelboom 2017, p. 547 en p. 554-555; Lemstra 2017, p. 284; Duynstee 2018, p. 129; Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 828.
Zie ook Josephus Jitta 2003, p. 469; Olden 2009, p. 131; Van Hassel 2015, p. 171; Eikelboom 2017, p. 634. Zie hiertegen Eikelboom 2012, p. 111, voetnoot 110.
Lafarre e.a. 2018, p. 120.
OK-functionarissen lopen een risico op (dreiging met) aansprakelijkstelling. Het risico op daadwerkelijke vaststelling van aansprakelijkheid van OK-functionarissen schat ik laag.1 Dat neemt niet weg dat het van belang is dat de Ondernemingskamer functionarissen benoemt die in voldoende mate zijn gehard en kunnen leven met het vooruitzicht aansprakelijk te worden gesteld.2 Daarnaast dient verhaal van de kosten van verweer voldoende zeker te zijn gesteld. Art. 2:357 lid 6 BW bepaalt:
‘De ondernemingskamer kan bepalen dat de rechtspersoon de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van de bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen terzake de vaststelling van aansprakelijkheid vanwege onbehoorlijke taakvervulling tijdens de tijdelijke aanstelling, betaalt.’
Het brengen van de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van OK-functionarissen ten laste van de rechtspersoon wordt door de minister beschouwd als noodzakelijk en gerechtvaardigd vanuit een oogpunt van een eerlijke en efficiënte rechtsbedeling.3 Uit de in 2018 door Lafarre e.a. uitgevoerde evaluatie van de Wet aanpassing enquêterecht 2013 blijkt dat 66% van de 125 respondenten het met die stelling eens is. Verder geeft 47% van de 125 respondenten aan dat onderzoekers en OK-functionarissen door de nieuwe regeling van de kosten van verweer minder terughoudend zijn om te worden betrokken bij een enquêteprocedure; 9% van de respondenten geeft aan dat onderzoekers en OK-functionarissen nog steeds terughoudend zijn om te worden betrokken bij een enquêteprocedure. Een aantal respondenten geeft bovendien aan dat de regel van de kosten van verweer in de praktijk niet veel toevoegt, omdat veel rechtspersonen onvoldoende middelen zouden hebben om de redelijke kosten van verweer te kunnen voldoen.4
Hierna bespreek ik de noodzaak van een beschikking van de Ondernemingskamer op de voet van art. 2:357 lid 6 BW (par. 5.3.2.2) en de exclusiviteit van de daarin vervatte regeling (par. 5.3.2.3), de reikwijdte van de begrippen ‘kosten van verweer’ (par. 5.3.2.4), ‘redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer’ (par. 5.3.2.5), ‘gemaakte kosten van verweer’ (par. 5.3.2.6) en ‘kosten van verweer terzake de vaststelling van aansprakelijkheid vanwege onbehoorlijke taakvervulling’ (par. 5.3.2.7), de verhouding tussen de regeling van art. 2:357 lid 4 en lid 6 BW (par. 5.3.2.8) en art. 2:357 lid 2 en lid 6 BW (par. 5.3.2.9) en de toepassing van art. 2:357 lid 2 en lid 6 BW op bij onmiddellijke voorziening benoemde OK-functionarissen (par. 5.3.2.10).