Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.2.1
5.6.2.1 Algemene opmerkingen
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394793:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Richtlijn voorziet niet in een termijn waarbinnen de verzekeraar een schaderegelaar moet aanstellen. In de praktijk kunnen er (korte) perioden zijn waarbij de schaderegelaar niet meer kan of mag optreden (denk aan zijn faillissement) en de verzekeraar nog niet in de gelegenheid is geweest in de leemte te voorzien. Art. 4:70 lid 5 Wft bepaalt dat de verzekeraar twee weken heeft (na de aanvang van zijn werkzaamheden, dan wel na de wijziging van de gegevens) om de Informatiecentra van alle lidstaten de naam en het adres van zijn schaderegelaars door te geven. Op de Richtlijn kan deze termijn, hoezeer zij ook met de eisen van de praktijk rekening houdt. 4
Art. 24 van de Richtlijn ziet op de situatie waarin de verzekeraar weliswaar een schaderegelaar heeft aangesteld maar deze, dan wel de verzekeraar, niet binnen drie maanden een met redenen omkleed antwoord geeft op alle punten van het verzoek om schadevergoeding. Ook is art. 24 van toepassing als de verzekeraar niet door een schaderegelaar wordt vertegenwoordigd. Van deze laatste situatie kan sprake zijn als de verzekeraar heeft nagelaten om een schaderegelaar aan te stellen, maar ook is denkbaar dat de schaderegelaar of de verzekeraar de lastgeving heeft beëindigd, zonder dat de verzekeraar al een nieuwe schaderegelaar heeft aangesteld.1
De Richtlijn bepaalt niet naar welk moment moet worden vastgesteld of de verzekeraar een schaderegelaar heeft aangesteld. Denkbaar is dat de verzekeraar op de datum van de schade geen schaderegelaar heeft aangesteld, maar later in deze lacune voorziet. De vraag is dan of de benadeelde dan toch toegang heeft tot het schadevergoedingsorgaan. In aanmerking komen als peildata de dag van het ongeval of het moment waarop de benadeelde zich tot het informatiecentrum van art. 23 van de Richtlijn wendt. Een redelijke uitleg lijkt die waarbij de benadeelde geen toegang heeft tot het schadevergoedingsorgaan als de verzekeraar een schaderegelaar aanstelt die - eventueel met terugwerkende kracht - bevoegd is het ongeval te behandelen en de schade met de benadeelde te regelen, vooropgesteld dat de termijn van drie maanden voor het verstrekken van een gemotiveerde reactie niet in gevaar komt. Bedacht moet worden dat de taak van het schadevergoedingsorgaan in het kader van art. 24 vooral is, de verzekeraar (en diens schaderegelaar) tot het verstrekken van een met redenen omkleed antwoord te bewegen. Dit laat onverlet dat de verzekeraar die geen schaderegelaar aanstelt, niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het uitoefenen van de branche aansprakelijkheid motorrijtuigen en op die grond aan sancties bloot staat.
Zie voor de voorwaarden waaronder de benadeelde op grond van art. 24 van de Richtlijn toegang heeft tot het schadevergoedingsorgaan en de beperkingen in die toegang paragraaf 4.8.3.