De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.9.2.3:5.9.2.3 Toetsingskader van het Cbe
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.9.2.3
5.9.2.3 Toetsingskader van het Cbe
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949388:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 1997, 117.
Artikel 7.61, tweede lid, van de Whw (Stb. 1997, 117).
Kamerstukken II, 1995/96, 24 646, nr. 3, p. 30.
Bangma en Valkenburg 2005, p. 78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Cbe bepaalt of het beroep dat de student heeft ingesteld tegen de beslissing van de examinator of examencommissie gegrond of ongegrond is. Daarbij hanteert het Cbe een toetsingskader. Dit kader bestaat reeds sinds de jaren ‘80. Uit de memorie van toelichting van de Wub blijkt dat het toetsingskader van het Cbe in het hoger onderwijs beperkt is. De wetgever schrijft hierover het volgende:
“Omdat de beroepscommissie niet tot taak heeft zich inhoudelijk over het examen te beraden, maar het er juist om gaat – zoals hiervóór reeds gezegd – de genomen beslissing te toetsen op de vraag of deze is genomen in overeenstemming met de bij of krachtens de wet vastgestelde regelen dan wel met de redelijkheid of billijkheid, […]”1
Uit de toelichting bij de Wwo blijkt eveneens dat het toetsingskader van het Cbe beperkt is. De wetgever schrijft dat het Cbe moet toetsen of de betreffende beslissing, waartegen beroep is ingesteld, in overeenstemming is met de bij of krachtens de wet vastgestelde regels dan wel met de redelijkheid of billijkheid.2 Onder die regels wordt niet enkel de Whw verstaan, maar ook de regels van de instelling zoals de Oer. De wetgever schrijft dat via het Cbe de mogelijkheid openstaat om deze regels exceptief te toetsen. De regels waarop een beslissing berust kan het Cbe in haar beoordeling betrekken. Het Cbe toetst dan of deze regels in strijd zijn met een hogere regeling of de redelijkheid en billijkheid.
Eind 1997 is het toetsingskader van het Cbe in het hoger onderwijs gewijzigd.3 Sindsdien dient het Cbe te toetsen of een beslissing in strijd met het recht is.4 De wetgever heeft ervoor gekozen de toetsingsgronden te wijzigen, omdat dit beter tot uitdrukking brengt dat het Cbe beslissingen toetst aan zowel het geschreven als hetongeschreven recht.5
Anders dan de Whw voorziet de Web niet expliciet in een toetsingskader voor het Cbe. De Awb geeft eveneens geen toetsingskader voor administratief beroep.6 De hoofdregel is evenwel dat in administratief beroep ‘vol’ getoetst wordt. Enige terughoudendheid kan op zijn plaats zijn om het bestuursorgaan aan wie de bevoegdheid toekomt om het betreffende besluit te nemen niet te frustreren. Aangenomen kan dan ook worden dat het Cbe in het middelbaar beroepsonderwijs – net als het Cbe in het hoger onderwijs – beslissingen toetst aan de geldende regels en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De bevoegdheid om de uitslag van een examen vast te stellen komt immers niet toe aan het Cbe, maar aan de examencommissie. Dit kan afgeleid worden uit de beslissing het Cbe kan nemen in administratief beroep. Het Cbe is enkel bevoegd om beslissingen geheel of gedeeltelijk te vernietigen.7 Zijn eigen beslissing kan het Cbe dan ook niet in de plaats stellen van de beslissing van de examencommissie. Wel kan het Cbe bepalen dat het examen opnieuw wordt afgenomen onder door de commissie te stellen voorwaarden. De ruimte voor het Cbe om een beslissing van de examencommissie te toetsen is dan ook beperkt.