Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.4.1
9.7.4.1 Verbindend democratisch burgerschap
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976966:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hendriks 2006, p. 35-36; vgl. G.J. Kleinjan, ’Tobben met het thema burgerschap’, Trouw, De Verdieping 9 oktober 2018, p. 2-3 (Kader: ‘krakkemikkig niveau’).
M. Terpstra, ‘De zinvolheid van het begrip ‘nationale gemeenschap’, CDV Winter 2017, p. 46.
Van Achter 1998, p. 20 e.v.
M. Neuteboom, ’De staatsgemeenschap als gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en samenleving' in: Dijkman e.a., 2014, p. 79, E. Hooge, ’Onderwijs als verbindingspunt van gemeenschapsvorming’, NTOR 2015, 4, p. 267-275 en Duynstee 1956, p. 67-70.
Vgl. ECNAIS, Seminar Prague, 22-25 november 2017, ´Inclusion in education. The role of independent schools in organizing inclusive and equal education for all learners.
Vgl. M ten Hooven 2018 en S. van Bijsterveld, ‘Food for thought over de staat van de democratie’, Boek & Cultuur, CDV Lente 2018, p. 130-132.
Wijte 1978, p. 2; vgl. WI-CDA, ‘Globalisering: lokale eigenheid in een globale wereld’, CDV 2016 en T. van Rietbergen 2021.
Chr. Carabain e.a. Amsterdam: NCDO 2012, p. 30. Hier is transnationaal burgerschap te vermelden bij personen die vertrouwd zijn met onze samenleving, maar elders geworteld, die zich eigengemaakte basiswaarden kunnen overdragen en in de pluraliteit een brug-functie kunnen vervullen.
De Goede 2012, p. 5, 28-29.
Ibid., p. 34-35; vgl. Wijte 1978, p. 2, WI-CDA, ‘Globalisering: lokale eigenheid in een globale wereld’, CDV 2016 en Veugelers e.a., 2008.
Vgl. M. Mooijman, ’Column NVLM’, M & P 2021, 04, p. 30.
Onderwijsraad 1999.
Vgl. Leune 2001, p. 207-208.
Vgl. S. Waslander, ’Controleren en stimuleren’, NTOR 2019, 2, p. 79.
Om het (empathisch) verbindend democratisch burgerschap te kunnen uitoefenen dienen vormen van burgerzin te ontstaan in sociale structuren. Deze sociale structuren vormen de basis voor onderlinge solidariteit en gemeenschapszin.1 Leerlingen leven in twee parallelle gemeenschappen: in hun door gebruiken, gewoonten en waarden bepaalde leefomgeving en tegelijk in de wereldsamenleving.2 Ter bevordering van het verbindend democratisch burgerschap dienen leerlingen kennis te maken met dialogisch-reflexieve3 leerprocessen, interculturele contacten en (inter)nationale verhoudingen.4 De bevordering van een duurzame, inclusieve samenleving door kwalitatief goed onderwijs5 en een democratische rechtsstaat met integere (staats)burgers geniet prioriteit.6
Door globalisering en informatisering kan het verbindend democratisch burgerschap in een nationale context niet meer het enige doel van burgerschapsvorming vormen.7 Carabain e.a. zien een mondiale burgerschapsdimensie als een houding die recht doet aan het appèl op het gezamenlijk realiseren van een democratische wereldsamenleving.8 Uit het onderzoek van het NCDO blijkt de helft van de leerlingen op de basisschool zichzelf voor wereldburger te houden. Bij degenen die zich zo voelen ziet onderzoeker De Goede een beter besef van wederzijdse afhankelijkheid in de wereld: ‘Ze zijn sterker overtuigd van de gelijkwaardigheid van mensen en hebben een groter gevoel voor het nemen van verantwoordelijkheid voor het mondiaal samenleven’.9 Niet alleen burgers moeten hun verantwoordelijkheid nemen, ook instellingen en organisaties dienen deze als producent, beleidsmaker, werkgever en grondstoffengebruiker te onderhouden. Mondiaal burgerschap gaat iedere burger aan.10 Bovendien is een open houding en een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers voor de oplossingen van de mondiale vraagstukken kenmerkend voor verbindende democratische burgers.
Democratische gemeenschapswaarden leren
Burgerschapsopvoeding gaat primair om het verwerven van democratische attitudes. Het dragen van verantwoordelijkheid vergt socialisatie, kwalificatie en het praktiseren van gemeenschapszin door een democratische instructie en maatschappelijk/politieke oriëntatie. Gemeenschapswaarden beïnvloeden de ontwikkeling van de morele waardenoriëntaties die daarmee participatievoorwaarden zijn. De Winter ziet dit oriëntatieproces als een empowerment, een noodzakelijk proces voor de persoonsvorming en sociale ontwikkeling. Het is gericht op versterking van de positie van de jeugdigen ten opzichte van de volwassenen. Van Achter ziet verantwoordelijkheidsbesef en vertrouwen, welke de grootste pedagogische waarden zijn, en de zelfkennis van de opvoeder en de opvoedeling, als de belangrijkste basiswaarden van een democratische opvoeding. Mijn vormingsideaal sluit hierop ten nauwste aan.
Standaardkennisbasis: leerdoelen en programma van toetsing en afsluiting
De onderwijs- en leerdoelen burgerschapsvorming beogen concrete resultaten. Het toerusten van leerlingen met democratische kennis, vaardigheden en burgerschapsattitudes vereist de inrichting van curricula voor burgerschapsvorming met onderwijs- en leerdoelen. Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) is daarop afgestemd. Het vastleggen van een kennisbasis in een doorlopende leerlijn burgerschap is voor optimale burgerschapsvorming vereist.11
Artikel 83 lid 5 en 6 en burgerschapsvorming
De kennisbasis standaardiseert vanuit een vastgelegd referentiekader formele kennis, sociaalemotionele vaardigheden en - in afgrensbare zin - de burgerschapsattitudes in het hanteren van de minima moralia. Het is zeer wel denkbaar en toepasbaar de leidraad (als een leerstandaard) te beschouwen als deugdelijkheidseis (artikel 23 lid 5 en 6 Gw), voor de diverse programma’s burgerschapsvorming.12 Dit alles is niet alleen denkbaar, maar juridisch ook haalbaar: Deugdelijkheidseisen met betrekking tot basisnormen inzake burgerschapsvorming verdragen zich - mits zorgvuldig en proportioneel vorm-gegeven - met de vrijheid van onderwijs in artikel 23 Gw.13 Als daaraan is voldaan, is het aanvaardbaar als op de bijzondere school het onderwijs voldoet aan minimale basisnormen en gedragsregels. De vrijheid van onderwijs kan nimmer een alibi zijn voor ondeugdelijk onderwijs.14 In par. 11.6 ga ik hier nader op in.