Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.6.1.1:7.6.1.1 Toetsing aan het rechtszekerheidsbeginsel
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.6.1.1
7.6.1.1 Toetsing aan het rechtszekerheidsbeginsel
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661601:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Immers, de legaliteitseis dient ook het rechtsgelijkheids- en democratiebeginsel (paragraaf 2.3.2). Vgl. Oldenziel 1998, p. 44-45; Scheltema 1984, p. 547, 549; Scheltema 2021.
Zie Oldenziel 1998, p. 32, 34; Scheltema 1984, p. 545-546.
Zie Scheltema 2021, p. 813; Scheltema 2020b, p. 10, 13. Vgl. Witteveen 1992, p. 92-93.
Oldenziel 1998, par. 2.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtsstatelijke waarde van het rechtszekerheidsbeginsel is dat dit beginsel ertoe strekt duidelijkheid over de rechtspositie en voorspelbaarheid van overheidshandelen te waarborgen (paragraaf 2.3.2.1).
Mijn voorstel voldoet aan het criterium van het rechtszekerheidsbeginsel, want het voorstel betekent dat burgers duidelijkheid over hun rechtspositie en voorspelbaarheid over het handelen van de Belastingdienst kunnen ontlenen aan de bij hen door voorlichting gewekte (redelijke) verwachtingen. In die gevallen wordt rechtszekerheid gerealiseerd via toepassing van het vertrouwensbeginsel.
In mijn voorstel wordt méér nadruk gelegd op de rechtsstatelijke waarde (doel) die het rechtszekerheidsbeginsel beoogt te bevorderen, terwijl de manier waarop dat wordt bereikt, minder vasthoudt aan de ‘traditionele’weg ernaartoe, te weten de wet (middel). Overigens betekent een alternatieve route naar rechtszekerheid uiteraard niet dat in het voorstel de wet of het legaliteitsbeginsel niet relevant zijn, of zouden moeten zijn, als bron van rechtszekerheid.1 Het vertrouwensbeginsel biedt weliswaar een alternatieve weg naar rechtszekerheid, maar die komt naast (en niet in plaats van) het legaliteitsbeginsel.2 Deze aanvullende route verstevigt de verwezenlijking van de waarde van het rechtsstatelijke rechtszekerheidsbeginsel. Het voorkomt bovendien dat een beginsel, dat is bedoeld om de burger te beschermen, zich tegen die burger keert en juist de overheid beschermt.3 De versterking van de rechtszekerheid betekent dat het voorstel, beter dan de huidige koers, het burgerperspectief in acht neemt in gevallen waarin de burger rechtszekerheid niet verkrijgt via de wet, maar via een andere weg.
Vergelijking van de huidige koers en het voorstel
Bezien vanuit de rechtsstatelijke waarde van het rechtszekerheidsbeginsel, leidt het voorstel voor de burger tot een verbetering van de verwezenlijking van de rechtsstatelijke waarde van rechtszekerheid. Daarbij neemt het gewicht van één van de door Oldenziel onderscheiden dimensies van rechtszekerheid (toepassing van de wet) af, terwijl het gewicht van de zes andere hier relevante dimensies van rechtszekerheid juist toeneemt (duidelijkheid over de rechtspositie, voorspelbaarheid van bestuurshandelen, kenbaarheid van het recht, honorering van gewekte verwachtingen, rechtsbescherming en voorspelbaarheid).4 De waarde uit het rechtszekerheidsbeginsel wordt met het voorstel dus duidelijk in hogere mate verwezenlijkt. Daarnaast komt in het voorstel meer ruimte voor de alternatieve weg naar rechtszekerheid via het vertrouwensbeginsel (doel). Op deze wijze wordt het burgerperspectief in het juridisch perspectief beter in acht genomen. Overigens geldt dit alles enkel in situaties van redelijke verwachtingen, wat afhankelijk zal zijn van de omstandigheden van het geval (zie paragraaf 7.4). Bij onredelijke, ongegronde of willekeurige verwachtingen ontleend aan voorlichting biedt het vertrouwensbeginsel – net als in het huidige recht – geen zekerheid.