Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/4.10:4.10 Conclusie
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/4.10
4.10 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859172:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vergeving kan zowel voorafgaand aan de gedraging als na die tijd plaatsvinden. Vergeving bij voorbaat is daarbij niet beperkt tot euthanasiegevallen. De gedraging wordt door de erflater volledig vergeven of niet. Een tussenweg is niet mogelijk. Dat betekent dat gedeeltelijke vergeving geen optie is. Het intrekken van de vergeving is evenmin aan de orde. Indien de erflater in een later stadium een standpunt inneemt waaruit volgt dat hij de gedraging de onwaardige nog toerekent, dan wordt niet voldaan aan de eis van ondubbelzinnige vergeving.
Nu ondubbelzinnige vergeving niet betekent dat de vergeving expliciet dient te geschieden en de vergeving bovendien niet aan vormvoorschriften is gebonden, is een heel scala aan gedragingen en verklaringen denkbaar waar door de onwaardige een beroep op kan worden gedaan. De besproken jurisprudentie toont hiervan het bewijs. Om discussie te vermijden, verdient het aanbeveling dat schriftelijk – en bij voorkeur notarieel – wordt vastgelegd of de gedraging is vergeven of niet.
Indien schriftelijke stukken ontbreken en er geen consensus bestaat tussen de betrokken partijen over de vraag of van vergeving sprake is, moet de notaris aansturen op de benoeming van een vereffenaar. De rechter dient dan uit te maken of de omstandigheden van voldoende gewicht zijn om ondubbelzinnige vergeving aan te nemen. Bij de beoordeling of dit het geval is, kan de vraag behulpzaam zijn of sprake is van een afwijking van het verwachte gedragspatroon. Totdat duidelijkheid is verkregen, kan de notaris geen verklaring van erfrecht afgeven waarin de potentiële onwaardige al dan niet als verkrijger, executeur en/of bewindvoerder wordt vermeld.