Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.4.1:4.4.1 Uitgiftebesluit bestuur
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.4.1
4.4.1 Uitgiftebesluit bestuur
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS345815:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in paragraaf 4.3.2 aangegeven, verliest het instrument van beschermingsprefs aan effectiviteit indien de algemene vergadering omtrent de uitgifte moet besluiten. Om die reden verdient het de voorkeur om het bestuur aan te wijzen als het tot uitgifte van beschermingsprefs bevoegde orgaan. Het feit dat de uitgiftebevoegdheid bij het bestuur ligt, stelt de vennootschap in staat om snel te reageren in een situatie van oorlogstijd. Tot een uitgifte van beschermingsprefs zal het echter niet snel komen. Het instrument is een sluimerende constructie en de introductie van beschermingsprefs in de statuten, jaarverslag en/of de website van de vennootschap heeft op zich reeds een afschrikkende werking.1 De aanwijzing van het vennootschapsbestuur versterkt die werking.
Is het vennootschapsbestuur eenmaal aangewezen als het tot uitgifte bevoegde orgaan en is het van mening dat de uitgifte van beschermingsprefs gerechtvaardigd is met het oog op de continuïteit van (het beleid van) de vennootschap en van de belangen van degenen die daarbij zijn betrokken, dan zal het een besluit tot uitgifte moeten nemen. Indien in het aanwijzingsbesluit van de algemene vergadering rekening is gehouden met een eventuele verhoging van het aantal beschermingsprefs in het maatschappelijk kapitaal door statutenwijziging, kan het bestuur besluiten tot uitgifte van een groter aantal beschermingsprefs dan het aantal dat ten tijde van het aanwijzingsbesluit in het maatschappelijk kapitaal was opgenomen.2
Ik meen dat het besluit tot uitgifte van beschermingsprefs door het voltallige bestuur gedragen moet worden. Zou een of meer bestuurders tegen de uitgifte zijn, dan zouden daarmee twijfels worden gewekt omtrent de toelaatbaarheid van de uitgifte. In paragraaf 3.5 ben ik ingegaan op de geoorloofdheid van de uitgifte van beschermingsprefs. In paragraaf 9.5 behandel ik de geoorloofdheid van de uitgifte van beschermingsprefs krachtens uitoefening van de optie door de stichting continuïteit.