Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/3.4.5:3.4.5 Europese richtlijn
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/3.4.5
3.4.5 Europese richtlijn
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS494449:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 6:233 BW, waarin is vastgelegd dat een onredelijk bezwarend beding vernietigd kan worden, spreekt niet over consumenten. Uit artikel 6:235 BW, waarin is bepaald welke partijen geen beroep kunnen doen op de vernietigingsgronden uit artikel 6:233 en 234 BW, volgt kort gezegd dat particulieren en kleine ondernemingen een beroep kunnen doen op het onredelijk bezwarend zijn van een beding. De zwarte en grijze lijst in artikel 6:236 en 6:237 BW, zijn wel specifiek op de consument gericht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de artikelen in het BW, is ook de Europese regelgeving van belang. Consumenten1 worden niet alleen beschermd door artikel 6:231 BW en verder, maar tevens onder meer door de Europese Richtlijn 1993/13/EEG inzake oneerlijke bedingen consumentenovereenkomsten (zij het indirect, nu er geen directe werking is). Uit de overwegingen bovenaan deze richtlijn blijkt dat de richtlijn mede is opgesteld omdat de regels in de diverse lidstaten van elkaar verschillen en omdat ‘het de taak van de Lid-Staten is erop toe te zien dat geen oneerlijke bedingen in overeenkomsten met consumenten worden opgenomen’.
Enkele arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna aangeduid als HvJ EU) over de reikwijdte van de Richtlijn Oneerlijke bedingen en de wijze waarop de richtlijn moet worden uitgelegd, komen in dit proefschrift aan de orde. Zie onder meer paragraaf 3.4.5.4 en 6.2.2.
3.4.5.1 Europees recht3.4.5.2 Reikwijdte3.4.5.3 Verschillen tussen de Richtlijn en de Nederlandse wet3.4.5.4 Ambtshalve toetsing