Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.5
6.5 Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft (de aanvraag van instemming met een overdracht)
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950447:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er zou hier niet alleen een verwijzing naar lid 1, maar ook naar lid 2 moeten staan.
Idem.
Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot verscheidene bijzondere prudentiële maatregelen, het beleggerscompensatie- en het depositogarantiestelsel op grond van de Wet op het financieel toezicht (Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft), (Staatsblad 2006, 507).
Besluit van 11 december 2006, houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht, twee andere wetten en diverse besluiten, (Staatsblad 2006, 664).
Staatsblad 2006, 507, p. 28: “Deze bepaling strekt ter uitvoering van artikel 3:116 van de wet en is overgenomen uit de artikelen 122, eerste lid, en 130, eerste lid, van de Wtv 1993 en artikel 53, eerste lid, van de Wtn. Onder de Wtv 1993 en de Wtn was sprake van een open geformuleerde eis voor het meezenden van stukken bij de aanvraag ter verkrijging van toestemming:
Staatsblad 2006, 507, p. 26: “Het Verbond vroeg aandacht voor de gegevens die op grond van artikel 2 van het ontwerpbesluit zouden moeten worden overgelegd bij een portefeuilleoverdracht. Het bepaalde in artikel 2 van het ontwerpbesluit week naar het oordeel van het Verbond af van de praktijk. In overleg met het Verbond en DNB is artikel 2 van het besluit aangepast. Uitgangspunt hierbij is geweest dat op grond van het besluit niet meer gegevens overlegd hoeven worden dan thans in de praktijk het geval is.”
Staatsblad 2008, 334 en Staatsblad 2008, 335.
Staatsblad 2014, 524 en Staatsblad 2014, 534.
Staatsblad 2015, 308 en Staatsblad 2015, 309.
Staatsblad 2015, 308, p. 65.
Dit aanvraagformulier is alleen beschikbaar via het Digitaal Loket Toezicht van DNB. DNB biedt via dit ‘loket’ webdiensten aan financiële instellingen.
Idem.
DNB Toelichting 2019, p. 11.
Inleiding
In aanvulling op de wettelijke regeling bevat het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft (‘Besluit bijzondere prudentiële maatregelen’) een hoofdstuk 2 met het opschrift “Portefeuilleoverdracht, fusies en splitsingen” bestaande uit 1 artikel “bepaling ter uitvoering van artikel 3:116 van de wet”. In dat artikel wordt opgesomd welke stukken bij DNB moeten worden ingediend in geval van een aanvraag ter verkrijging van instemming met een overdracht. Het hier vermelde art. 3:116 Wft zegt simpelweg dat de aanvraag van instemming met een overdracht als bedoeld in art. 3:112, eerste lid, 3:113, eerste en tweede lid, 3:114, eerste lid, of 3:114a, eerste lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. In art. 2 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen is het volgende bepaald:
“Een aanvraag ter verkrijging van instemming met een overdracht als bedoeld in artikel 3:112, eerste lid, 3:113, eerste lid,1 3:114, eerste lid, 3:114a, eerste lid, 3:115, eerste lid, 3:126, eerste lid, 3:127, eerste lid, 3:127a, eerste lid, 3:130, eerste lid, 3:131, eerste lid, 3:131a, eerste lid, of 3:131b, eerste lid, van de wet geschiedt, onverminderd artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, onder opgave van een ontwerpovereenkomst met de volgende ter toelichting dienende stukken:
a. een omschrijving van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 3:112, eerste lid, 3:113, eerste lid,2 3:114, eerste lid, 3:114a, eerste lid of 3:115, eerste lid, van de wet, die door de verzekeraar worden overgedragen;
b. ontwerpteksten van de mededelingen die de overdragende verzekeraar zal doen op grond van artikel 3:119, eerste lid, van de wet;
c. een opgave van de verkrijgingsprijs van de rechten en verplichtingen, bedoeld in onderdeel a, door de verkrijgende verzekeraar;
d. een opgave van de veranderingen in het eigen vermogen als gevolg van de overdracht en, voor zover de overdracht van materiële betekenis is, van de verwachte ontwikkeling van dat eigen vermogen in de twaalf maanden volgend op die overdracht van betrokken verzekeraars met dien verstande dat indien sprake is van een gehele overdracht dit laatste alleen geldt voor de overnemende verzekeraar;
e. een opgave van de omvang van de aan te houden technische voorzieningen in verband met de rechten en verplichtingen, bedoeld in onderdeel a;
f. een opgave van de aard en omvang van de over te dragen beleggingen ter dekking van de technische voorzieningen; en
g. ingeval van winstdeling, een beschrijving van de winstdefinitie.”
Historie van art. 2 Besluit bijzondere prudentiële maatregelen
De Wet op het financieel toezicht is per 1 januari 2007 in werking getreden. Dit Besluit bijzondere prudentiële maatregelen3 trad per dezelfde datum in werking.4
De Nota van Toelichting die in het Staatsblad ten aanzien van dit besluit was opgenomen, bevat in totaal twee alinea’s met betrekking tot dit artikel. (1e) Het artikelsgewijze commentaar bevat één alinea5 ter toelichting van het hiervoor geciteerde artikel 2. Uit deze alinea blijkt dat het artikel een codificatie is van de gegevens die DNB al voor 1 januari 2007 verlangde te ontvangen in geval van een portefeuilleoverdracht. (2e) Hetzelfde blijkt uit een alinea6 in de algemene toelichting.
Artikel 2 is sinds de invoering op 1 januari 2007 tot nu toe drie keer gewijzigd:
-per 1 september 20087 in verband met de wijziging van de Wft waardoor toezicht op herverzekeraars werd ingevoerd. Zie hoofdstuk 2.2.9 van dit proefschrift. In de aanhef van artikel 2 en in onderdeel a werd een verwijzing naar art. 3:114a, eerste lid, Wft toegevoegd. Door deze wijziging van de Wft werd ook een regeling voor de portefeuilleoverdracht door een herverzekeraar ingevoerd. Artikel 2 regelt welke stukken moeten worden overgelegd bij een portefeuilleoverdracht. Hier moest dus een verwijzing naar het artikel worden toegevoegd waarin de portefeuilleoverdracht in geval van een herverzekeraar is geregeld.
-per 1 januari 20158 in verband met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2015. Daarbij werd art. 3:118, eerste en zesde lid, Wft gewijzigd. Art. 3:118, eerste lid, onderdelen a en c, en zesde lid, onderdelen a, b, en c van de Wft gingen vanaf dat moment bepalen dat slechts sprake kan zijn van een portefeuilleoverdracht indien de betrokken overnemende verzekeraar ook gedurende een periode na die overdracht blijft voldoen aan bepaalde solvabiliteitseisen. In lijn hiermee werd artikel 2, onderdeel d, van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen aangevuld met een verwachting van de ontwikkeling van de aanwezige solvabiliteitsmarge. Aan de oorspronkelijke tekst van onderdeel d “een opgave van de veranderingen in de aanwezige solvabiliteitsmarge als gevolg van de overdracht” werd letterlijk toegevoegd “en, voorzover de overdracht van materiële betekenis is, van de verwachte ontwikkeling van die solvabiliteitsmarge in de twaalf maanden volgend op die overdracht van betrokken verzekeraars met dien verstande dat indien sprake is van een gehele overdracht dit laatste alleen geldt voor de overnemende verzekeraar”.
-per 1 januari 20169 in verband met de inwerkingtreding van het Implementatiebesluit richtlijn en verordening solvabiliteit II. Daarbij werden enerzijds een aantal verwijzingen in de aanhef aangepast in verband met de wijziging van de wetsartikelen over de portefeuilleoverdracht per dezelfde datum en anderzijds werd in onderdeel d “de aanwezige solvabiliteitsmarge” vervangen door “het eigen vermogen” en “van die solvabiliteitsmarge” door “van dat eigen vermogen”. Volgens de toelichting was die wijziging nodig omdat “niet meer wordt gesproken over de aanwezige solvabiliteitsmarge, maar over het (aanwezige) eigen vermogen”.10 Alhoewel uit art. 3:118 Wft de per 1 januari 2015 toegevoegde teksten over de solvabiliteitsmarge gedurende een periode na de overdracht weer werden verwijderd, bleef dat in art. 2, onderdeel d, van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen wel staan. Dit artikel werd dus niet meer in de “oude staat” teruggebracht.
Aan DNB aan te leveren gegevens en bescheiden
Voorafgaand aan de invoering van dit Besluit bijzondere prudentiële maatregelen per 1 januari 2007, en vanaf de invoering daarvan, werd het aanvankelijk aan de verzekeraars overgelaten op welke wijze zij al deze informatie overzichtelijk aanleverden.
Vervolgens heeft DNB drie vragenformulieren ontwikkeld:
Aanvraagformulier portefeuilleoverdracht;11
Aanvraagformulier fusie12 (Aanvraag ter verkrijging van instemming als bedoeld in artikel 3:115, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor een overgang van rechten en verplichtingen bij een juridische fusie);
Aanvraagformulier splitsing13 (Aanvraag ter verkrijging van instemming als bedoeld in artikel 3:115, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht voor overgang van rechten en verplichtingen bij een juridische splitsing).
De aanvraag tot instemming moet worden ingediend door de overdragende verzekeraar (art. 3:112, art. 3:113, 3:114 en 3:114a Wft). Het betreft dus aanvraagformulieren die door de overdragende verzekeraar worden ingediend.
Alle in art. 2 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen onder a tot en met g genoemde teksten en opgaven komen terug in de in de aanvraagformulieren geformuleerde vragen.
Alleen ten aanzien van het doen van een opgave “(...) voor zover de overdracht van materiële betekenis is, van de verwachte ontwikkeling van dat eigen vermogen in de twaalf maanden volgend op die overdracht van betrokken verzekeraars met dien verstande dat indien sprake is van een gehele overdracht dit laatste alleen geldt voor de overnemende verzekeraar”, zoals in het tweede deel van art. 2, onderdeel d, van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen staat vermeld, is in de aanvraagformulieren voor een variatie daarop gekozen. In de formulieren wordt (indien de bestaande portefeuille van de verkrijgende verzekeraar met 20% of meer wordt uitgebreid) om een korte toelichting gevraagd op de bruto premie inkomsten van de verkrijgende verzekeraar voor en na portefeuilleoverdracht en een prognose voor 3 jaar van de ontwikkeling van deze inkomsten. De verklaring hiervoor is neem ik aan dat de desbetreffende formulering uit art. 3:118 Wft is verdwenen.
In de aanhef van art. 2 wordt ook om de ontwerpovereenkomst gevraagd. Volgens het aanvraagformulier moet de ontwerpovereenkomst met alle relevante bijlagen worden aangehecht. Ik wijs er nog een keer op dat het echt om de ontwerpovereenkomst moet gaan (zie hoofdstuk 4 van dit onderzoek). Het is niet de bedoeling de activa-passivaovereenkomst al te ondertekenen met daarin de voorwaarde dat de op grond van de Wet op het financieel toezicht benodigde instemming van DNB wordt verkregen. In het aanvraagformulier voor een juridische fusie wordt door DNB ook om de concept notariële akte van fusie inclusief eventuele statutenwijziging gevraagd. In het aanvraagformulier voor een juridische splitsing wordt ook om de concept notariële akte van splitsing “en de statuten(wijziging)” van beide verzekeraars gevraagd. DNB kan de aanvrager verzoeken om het aanbrengen van wijzigingen in deze stukken voordat instemming wordt verleend.
Naast de vragen die voortvloeien uit hetgeen is vermeld in art. 2 Besluit bijzondere prudentiële maatregelen onder a tot en met g worden in de aanvraagformulieren meerdere extra gegevens gevraagd. In de aanhef van art. 2 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen is een verwijzing opgenomen naar art. 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van art. 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht kan DNB aanvullende gegevens verlangen indien dat nodig is voor een goede beoordeling van de portefeuilleoverdracht. Lid 2 daarvan luidt letterlijk:
“De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.”
Door bestudering van deze aanvraagformulieren wordt duidelijk dat relatief veel van de vragen in de formulieren op die juridische grondslag zijn gebaseerd. Ik geef enkele voorbeelden zoals opgenomen in het huidige aanvraagformulier portefeuilleoverdracht:
“Licht de wijze toe waarop de overdracht past in de bedrijfsstrategie en het verdienmodel van de verkrijgende verzekeraar” (dit indien de bestaande portefeuille met 20% of meer wordt uitgebreid);
“Is er sprake van een claimrisico in verband met beleggingsverzekeringen in de over te dragen portefeuille?” (met vervolgvragen indien daarvan sprake is);
“Specificeer in welke mate de verkrijgende verzekeraar de overdracht qua ICT en infrastructuur aankan”.
Naast al deze informatie zal DNB bij de beoordeling neem ik aan ook informatie gebruiken die in het kader van het reguliere toezicht op de overdragende verzekeraar en de verkrijgende verzekeraar is verkregen.
De conclusie is derhalve al met al dat DNB een brede toetsing verricht van het verzoek van de overdragende verzekeraar om instemming, waarbij zij informatie gebruikt die uit hoofde van drie “pijlers” is verkregen:
Informatie op grond van artikel 2 a tot en met g Besluit bijzondere prudentiële maatregelen.
Informatie op grond van art. 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht: “De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.”
Informatie uit het reguliere toezicht op de overdragende verzekeraar en de verkrijgende verzekeraar.
Drie opmerkingen naar aanleiding hiervan
(a) DNB geeft zelf in de toelichting bij het aanvraagformulier voor instemming met een overdracht aan dat de beoordeling van de voorgenomen portefeuilleoverdracht erop neer komt, dat DNB onderzoekt “of de overdragende maar ook de verkrijgende verzekeraar na de overdracht aan alle wettelijke eisen kan voldoen, waaronder de solvabiliteitseisen, eisen aan een beheerste bedrijfsvoering en eisen aan de governance van een verzekeraar”.14 De in de aanvraagformulieren gevraagde gegevens en bescheiden geven het beeld dat inderdaad zo’n brede toetsing wordt uitgevoerd.
(b) Een verzekeraar die een portefeuilleoverdracht aan het voorbereiden is, kan het beste het aanvraagformulier er al in een vroeg stadium bij pakken om in zijn eigen organisatie aan de hand van het formulier al informatieverzoeken naar verschillende afdelingen te sturen. De te verstrekken informatie zal uit het domein van verschillende afdelingen moeten komen.
(c) Een verzekeraar die een portefeuilleoverdracht aan het voorbereiden is, doet er in ieder geval ook verstandig aan om in de contractuele documentatie overeen te komen dat de wederpartij aan hem (of: DNB) alle informatie zal verstrekken die door DNB wordt verlangd bij het behandelen van het verzoek om instemming.