Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.3.0:9.3.3.0 Introductie
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.3.0
9.3.3.0 Introductie
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977297:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetgever heeft, mede in het licht van artikel 23 Gw en de Verdragsbepalingen, niet alleen de bevoegdheid en de plicht om het onderwijs, dat de fundamenten van de democratische rechtsstaat ondermijnt, tegen te gaan, maar ook de ruimte om in positieve zin doelen vast te leggen die uitgaan van het leren van de democratische kernwaarden en de basisbeginselen van de democratische rechtsstaat.1
Op grond hiervan adviseert de Onderwijsraad in 2003 om burgerschapsvorming niet in de Grondwet, maar in de sectorwetten te regelen. In 2006 is een doelbepaling door een initiatiefwet-Hamer (PvdA) in de sectorwetten vastgelegd: ‘Het onderwijs is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie’ (artikel 8 Wpo, 11 lid 3b Wec en 17 Wvo).2
Kennisgebied of vak burgerschap
Het invullen van burgerschapsvorming met een kennisgebied of vak burgerschap heeft mijns inziens meer nut voor de bevordering van actief burgerschap dan het louter aanscherpen van de burgerschapsopdracht. Zo wil bijvoorbeeld Wesselingh burgerschapsvorming krachtiger ter hand nemen (nog krachtiger dan het vastleggen van een open doelbepaling of een kennisgebied of vak burgerschap) en de overheid uitdrukkelijk laten vastleggen wat geleerd en gevormd moet worden: ‘Het is immers een overheidsplicht te zorgen voor democratische burgers’.3