Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2:3.2 Voordeelsbegrip uit artikel 4:3 BW
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2
3.2 Voordeelsbegrip uit artikel 4:3 BW
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859144:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De kern van deze paragraaf is eerder verschenen: De vries, WPNR 2020/7294, p. 606-613.
Parl. Gesch. Vast. Boek 4 2002, p. 92-93. Vgl. ook Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, p. 23.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gedragingen uit artikel 4:3 BW maken iemand onwaardig om uit een nalatenschap voordeel te trekken.1 Niet in discussie is dat hieronder erfgenaamschap wordt verstaan alsmede dat de bepaling zich uitstrekt tot de legitimaris, legataris en lastbevoordeelde.2 Hetzelfde geldt voor de wettelijke rechten uit afdeling 4.3.2.3 Hoe zit het met het ouderlijk vruchtgenot en het zijn van executeur of bewindvoerder? In deze paragraaf staat de beantwoording van die vragen centraal. De paragraaf vangt aan met enkele algemene opmerkingen over onwaardigheid en het verkrijgen van voordeel.
3.2.1 Het voordeelsverbod in het algemeen3.2.2 Ouderlijk vruchtgenot3.2.3 Executeur3.2.4 Bewindvoerder3.2.6 Praktische implicaties3.2.7 Beschikkingsonbevoegdheid en derdenbescherming3.2.8 Onwaardige executeur of bewindvoerder3.2.9 Onzeker of van onwaardigheid sprake is