Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.2.2.3
4.2.2.2.3 Verbondenheid met de grond
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291683:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Conclusie A-G Jacobs 6 juni 2002, zaak C-315/00, ECLI:EU:C:2002:344, punt 42 (Maierhofer).
HvJ EG 16 januari 2003, zaak C-315/00, BNB 2003/123, m.nt. Van Kesteren, r.o. 31 (Maierhofer).
HvJ EU 15 november 2012, zaak C-532/11, V-N 2012/61.16 (Leichenich).
HR 22 juli 1988, nr. 25.546, BNB 1988/282, r.o. 4.3 en HR 15 januari 2010, nr. 07/13305, FED 2010/23, m.nt. Snoijink, r.o. 4.3.
Alvorens wordt toegekomen aan de vraag of de constructie vast met de grond verbonden is, dient eerst te worden nagegaan of de constructie met de grond verbonden is. In de zaak Maierhofer was niet in geschil dat hiervan sprake was. De prefabgebouwen in deze zaak rustten op betonsokkels die waren geplaatst op een in de grond verzonken fundering en waren in die grond verankerd met in de fundering aangebrachte schroefbouten. Uit de conclusie voor de zaak Maierhofer is af te leiden dat A-G Jacobs het standpunt huldigt dat ook tenten, caravans en stacaravans met de grond verbonden zijn.1 Blijkens het Maierhofer-arrest zit het Hof van Justitie op dezelfde lijn.2 Het beschouwt op de grond geplaatste tenten, caravans en stacaravans niet als roerend omdat de verbondenheid met de grond ontbreekt, maar omdat geen sprake is van een vaste verbondenheid met de grond. Hieruit valt op te maken dat een constructie die op of in de grond staat verbonden is met de grond.
Drijvende constructies, zoals woonboten of waterwoningen, staan niet op of in de grond, maar kunnen wel met de grond verbonden zijn. Uit het Leichenich-arrest is op te maken dat sprake is van verbondenheid met de grond indien de drijvende constructie met ankers aan een afgebakend gedeelte van de bodem is vastgemaakt en met kettingen en touwen aan de oever is bevestigd.3 Door de nadruk te leggen op deze voorzieningen waarmee de drijvende constructie aan de bodem én de oever is vastgemaakt (ankers, kettingen en touwen), komt het mij voor dat net als in het Nederlandse civiele recht de enkele verbinding van een drijvende constructie met de oever door middel van kabels en de aansluiting op nutsleidingen en riolering onvoldoende zijn om een vereniging met de oever aan te nemen.4