Einde inhoudsopgave
Borgtocht (O&R nr. 84) 2014/7.2.1
7.2.1 Algemeen
Mr. Dr. G.J.L. Bergervoet, datum 01-09-2014
- Datum
01-09-2014
- Auteur
Mr. Dr. G.J.L. Bergervoet
- JCDI
JCDI:ADS362014:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Hammerstein & Vranken 2003, p. 1.
TM, Parl. Gesch. Boek 7, p. 453.
Ibid: “Heeft iemand zich echter borg gesteld voor toekomstige verbintenissen welke niet rechtstreeks voortvloeien uit de bestaande rechtsverhoudingen – men denke aan een kredietovereenkomst –, dan is het redelijk de borg het recht te geven te allen tijde op te zeggen, tenzij een zekere duur is overeengekomen.”
MvT, Parl. Gesch. Boek 7, p. 455.
Vgl. Mijnssen 2010, p. 5 en A.J. Verdaas, De bancaire kredietovereenkomst, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2012, p. 77.
196. Het BW kent geen algemene regel ter zake van het opzeggen van overeenkomsten.1 Slechts voor bepaalde, benoemde overeenkomsten heeft de wetgever daarvoor wel een regeling gemaakt. Dit is ook (ten dele) het geval voor borgtocht. In art. 7:861 BW is namelijk een regeling opgenomen voor de opzegging van de borgtocht door de particuliere borg (vgl. art. 7:857 BW). Op deze plek zal deze regeling van opzegging nader worden onderzocht, beginnend met de redenen waarom de opzeggingsbevoegdheid uit art. 7:861 BW slechts op de particuliere borg van toepassing is.
197. De reden om slechts voor de particuliere borg een opzeggingsregeling op te nemen, is gelegen in het bieden van bescherming aan dit type contractant. Degene die zich verbindt als borg, moet worden beschermd tegen een te grote last die de aansprakelijkheid uit de borgtocht met zich kan brengen. Als de gewaarborgde verbintenissen al ten tijde van de totstandkoming van de borgtocht bestaan, of tegelijk met de borgtocht ontstaan, en de inhoud daarvan bij de borg bekend is, wordt opzegging echter niet mogelijk geacht.2 Het is derhalve de bescherming van de particuliere borg tegen de aansprakelijkheid voor toekomstige verbintenissen die gewenst was, zo blijkt uit de parlementaire geschiedenis.3 Hoewel de aansprakelijkheid voor toekomstige verbintenissen ook voor de professionele borg wellicht een drukkende last kan opleveren, is besloten om aan de professionele borg geen expliciete wettelijke opzeggingsbevoegdheid toe te kennen. De reden hiervoor is in dat geval het belang voorop staat dat de schuldeiser kan vertrouwen op het voortbestaan van de borgtocht. De borgtocht wordt in een dergelijk geval immers vaak aangegaan in het kader van het verlenen van krediet aan de hoofdschuldenaar, waar de borg zelf ook zakelijk belang bij heeft.4 Hierbij moet worden gedacht aan een directeur-grootaandeelhouder van een BV, die de meerderheid der aandelen heeft en een borgtocht aangaat ter securering van de terugbetaling van een bedrijfskrediet in rekening-courant dat is aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf van die BV. Hoewel een rekeningcourantkredietovereenkomst kan worden gesloten voor een bepaalde tijd, komt het veel voor dat zij wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.5 Bij een rekening-courantkrediet voor onbepaalde tijd zou het voor de kredietverlener uiteraard bezwarend zijn als de professionele borg zich al te snel zou kunnen ontdoen van zijn aansprakelijkheid voor toekomstige verbintenissen. De keuze van de wetgever om de professionele borg geen uitdrukkelijke opzeggingsbevoegdheid toe te kennen, komt aan de belangen van de kredietverlener bij het verlenen van een krediet in rekening-courant voor onbepaalde tijd dan ook tegemoet.