Einde inhoudsopgave
Borgtocht (O&R nr. 84) 2014/7.2.2
7.2.2 Opzegging door de particuliere borg
Mr. Dr. G.J.L. Bergervoet, datum 01-09-2014
- Datum
01-09-2014
- Auteur
Mr. Dr. G.J.L. Bergervoet
- JCDI
JCDI:ADS357159:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Slijkhuis 1990, p. 759, Du Perron 1995, p. 367 en Blomkwist 2012, nr. 30.
Vgl. HR 3 december 1999, NJ 2000/120, JOR 2000/44 (Maison Louis Latour/De Bruijn Wijnkopers) en HR 28 oktober 2011, NJ 2012/685 (De Ronde Venen/Stedin).
Gedacht kan worden aan een voogdijborgtocht, waarbij de voogd op grond van art. 1:361 BW door de kantonrechter kan worden bevolen om zekerheid te stellen voor zijn bewind. Indien het bewind langer dan vijf jaar duurt, kan de borgtocht die voor bepaalde tijd is verstrekt dus worden opgezegd. De verplichting om zekerheid te stellen door de voogd vervalt hiermee echter niet. Vgl. TM, Parl. Gesch. Boek 7, p. 453 en Blomkwist 2012, nr. 30.
198. De semi-dwingendrechtelijke regeling (vgl. art. 7:862 BW) van opzegging in art. 7:861 lid 1 BW regelt twee gevallen, te weten i) de particuliere borgtocht die is aangegaan voor toekomstige verbintenissen strekkend voor bepaalde tijd en ii) de particuliere borgtocht die is aangegaan voor toekomstige verbintenissen voor onbepaalde tijd. In art. 7:861 lid 1 sub a BW wordt bepaald dat de particuliere borgtocht voor toekomstige verbintenissen strekkend voor onbepaalde tijd door de borg te allen tijde kan worden opgezegd. Het feit dat de particuliere borg te allen tijde de borgtocht kan opzeggen, betekent overigens niet dat deze opzegging telkens het beoogde effect sorteert. Terecht is in de literatuur opgemerkt dat de opzeggingsbevoegdheid van de particuliere borg getoetst kan worden aan de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid.1 Indien de opzegging door de particuliere borg naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zal de opzegging zonder rechtsgevolg zijn.2
De particuliere borgtocht voor toekomstige verbintenissen die voor een bepaalde tijd is aangegaan, kan op grond van art. 7:861 lid 1 sub b BW in ieder geval na een periode van vijf jaren worden opgezegd. Een borgtocht die een langere afgesproken duur heeft dan vijf jaar, zal de borg dus minimaal binden voor de verbintenissen die gedurende die vijf jaar ontstaan. Voor de toekomstige verbintenissen die ontstaan na de periode van vijf jaar, komt de borg pas het recht toe om de borgtocht op te zeggen. Het feit dat de borgtocht kan worden opgezegd, betekent uiteraard niet dat de verplichting om zekerheid te stellen daarmee ook vervalt. In sommige gevallen zal de wet of de rechtsverhouding van partijen meebrengen dat nieuwe, vervangende zekerheid moet worden gesteld.3