Totdat het tegendeel is bewezen
Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VI.2.1:VI.2.1 Charged with a criminal offence
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VI.2.1
VI.2.1 Charged with a criminal offence
Documentgegevens:
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS599806:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder de verschillende rechtsbronnen is de onschuldpresumptie van toepassing op eenieder die charged with a criminal offence is. De totstandkomingsgeschiedenis van de UVRM laat zien dat die toepassingsvoorwaarde moest onderstrepen dat het onschuldvermoeden een louter strafrechtelijk recht betreft.1 Over het strafrechtelijke karakter van het beginsel bestaat nauwelijks discussie.2 De behandelingsdimensie komt dus pas in beeld waar een bejegeningswijze betrekking heeft op een strafbaar feit en aldus een zekere strafrechtelijke lading heeft. Problematisch is derhalve niet het criminal aspect van de toepassingsvoorwaarde. Dat de betrokkene charged moet zijn, brengt meer complicaties met zich. Die voorwaarde betreft eerst en vooral het temporele aspect van het toepassingsbereik. De prangende vraag is hier of iemand die niet, nog niet, of niet meer charged is, mag worden bejegend als schuldige aan een strafbaar feit. En ook wanneer de verdachte charged is ten tijde van de litigieuze bejegeningswijze, kan de vraag opkomen in hoeverre die bejegening verband moet houden met de strafrechtelijke procedure. Is zuiver gelijktijdigheidsverband voldoende of moet de bestreden bejegening onderdeel uitmaken van het strafproces?
De literatuur is over deze vragen verdeeld en de grondslagen van de behandelingsdimensie wijzen niet alle in dezelfde richting.3 Zo is het belang van de verdachte niet buiten een procedure om straf en stigmatisering te ondergaan aanwezig, ongeacht of een strafproces nog plaatsvindt of reeds heeft plaatsgevonden. Maar bijvoorbeeld beïnvloeding van de oordelende rechter is daarentegen niet aan de orde indien de verdachte niet of niet langer charged is. Dat de ECieRM, het Comité, het EHRM en de richtlijn de toepassingsvoorwaarde op vier, sterk uiteenlopende wijzen hanteren, illustreert de onzekerheid over de verhouding tussen het charge-vereiste en de behandelingsdimensie. De ECieRM heeft de temporele toepassingsvoorwaarde door de bank genomen laten vallen, terwijl het VN Mensenrechtencomité daaraan strikt de hand houdt. De EHRM-rechtspraak en de richtlijn bevinden zich daartussen, maar op uiteenlopende wijzen.
VI.2.1.1 Benadering van de ECieRMVI.2.1.2 Benadering van het VN MensenrechtencomitéVI.2.1.3 Benadering van het EHRMVI.2.1.4 Benadering in de richtlijn