Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.3.2:6.3.2 De betekenis van de goede trouw
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.3.2
6.3.2 De betekenis van de goede trouw
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955569:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. art. 5:54 lid 3 BW (over onevenredigheid bij overbouw): “De vorige leden zijn niet van toepassing, indien dit voortvloeit uit een op de wet of rechtshandeling gegronde verplichting tot het dulden van de bestaande toestand of indien de eigenaar van het gebouw of werk ter zake van de bouw of zijn verkrijging kwade trouw of grove schuld verweten kan worden”.
Siebrasse e.a. 2019, p. 147-148.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de kwalificatie van de evenredigheidstoets als hardheidsclausule volgt dat de inbreukmaker geen beroep kan doen op de toets als hij zich niet te goeder trouw heeft gedragen ten opzichte van de wederpartij.1 Daarnaast zijn ook het gedrag en de goede trouw van de rechthebbende in de aanloop naar de inbreukprocedure van belang.2 In deze paragraaf besteed ik aandacht aan beide perspectieven.
6.3.2.1 Het gedrag en de goede trouw van de inbreukmaker6.3.2.2 Het gedrag en de goede trouw van de rechthebbende