Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.5.4:9.5.4 Japan
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.5.4
9.5.4 Japan
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258507:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Japan zijn op 1 april 2013 nieuwe bepalingen vastgesteld met betrekking tot de vaststelling van de douanewaarde. Daarvoor was het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om de verkoop tussen twee niet-gevestigde entiteiten te gebruiken voor de vaststelling van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Dit systeem toonde sterke gelijkenissen met de first-sale zoals gebruikt in Canada, de Verenigde Staten en de Europese Unie. Een belangrijke kanttekening is echter, dat de praktijk leert dat Japanse douaneautoriteiten ook voor de inwerkingtreding van de nieuwe douanewaardebepalingen, een first-sale benadering maar mondjesmaat toelieten.
Onder de nieuwe douanewaardebepalingen wordt definitief afscheid genomen van het first-sale principe. Een verkoop voor uitvoer wordt in het Japanse douanerecht gedefinieerd als ‘the transaction that brings the goods to Japan’. Bij het bepalen van de relevante verkooptransactie voor het bepalen van de douanewaarde bij opeenvolgende verkopen, speelt de vestigingsplaats van partijen een rol. Uit de Japanse douanewetgeving volgt namelijk dat de Japanse douaneautoriteiten de verkoopprijs verwerpen indien de koper niet in Japan is gevestigd. Op basis van Japanse douanewetgeving, is een Japanse inwoner een persoon die zijn woonplaats, hoofdkantoor, filiaal, zakelijke vestiging of andere faciliteiten in Japan heeft. Het vestigingscriterium lijkt strenger dan in Canada waar een niet in Canada gevestigde koper onder bepaalde voorwaarden toch nog onder de noemer ‘purchaser in Canada’ kan vallen.
Het voorbeeld in figuur 9.10 kan inzichtelijk maken waarom de inkleding van het last-sale principe in de Japanse douanewetgeving tot gevolg heeft dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen minder snel toepassing vindt door de introductie van het vestigingscriterium in 2013. Neem de situatie dat een Chinese fabrikant zijn goederen verkoopt aan een Singaporese distributeur, waarbij de goederen als onderdeel van de verkoop rechtstreeks van China naar Japan worden verscheept. Hoewel de goederen in dat geval bestemd zijn voor uitvoer naar Japan, kan de transactiewaarde van de ingevoerde goederen geen toepassing vinden, omdat de Singaporese distribiteur niet (secundair) gevestigd is in Japan. In mijn optiek is dat onwenselijk, nu in dergelijke gevallen de douanewaarde altijd op basis van een alternatieve waarderingsmethode gebaseerd moet worden, terwijl voor het vaststellen of sprake is van een verkoop voor uitvoer, primair gekeken moet worden naar de goederen en niet naar de vestigingsplaats van partijen. Het werpt met andere woorden een non-tarifaire belemmering op om de transactiewaarde van de goederen bij invoer vast te stellen voor niet in Japan gevestigde ondernemingen, wat kan leiden tot overschrijding van de non-discriminatiebepalingen zoals vastgelegd in de GATT 1994.
Figuur 9.10 –Verkoop voor uitvoer naar Japan aan een niet-gevestigde partij.