Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.4:10.4 Gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.4
10.4 Gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf wordt nader stilgestaan bij het gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs. Allereerst komen de eisen aan bod die de wet en de Hoge Raad stellen aan de inhoud van het bewijsmiddel mede in relatie tot de te bewijzen hypothese. Het betreft de vaststelling of de verklaring voldoet aan het gestelde in artikel 342 lid 1 Sv, de vraag naar de betrouwbaarheid en de redengevendheid. Dit laatste is eigenlijk een criterium dat de wet noemt in relatie tot de motivering, maar het stelt indirect ook eisen aan het gebruik van de getuigenverklaring aan het bewijs. Vervolgens wordt ingegaan op de rol van de getuigenverklaring bezien vanuit de wettelijke minima, in het bijzonder het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv, en de eisen die de Hoge Raad in navolging van het EHRM stelt aan de uitoefening van het ondervragingsrecht.
10.4.1 Inhoudelijke eisen aan de getuigenverklaring als bewijsmiddel10.4.2 Wettelijk bewijsminimum: meer dan één getuige en andere vereisten10.4.3 Consequenties van de (niet-)uitoefening van het ondervragingsrecht