De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.3:7.3.3 De balans van een BV
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.3
7.3.3 De balans van een BV
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS392221:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ross e.a. 1994, p. 23 en Mendel & Oostwouder 2013, p. 85.
Ross e.a. 1994, p. 24.
Ross e.a. 1994, p. 23.
Ross e.a. 1994, p. 25.
Van Schilfgaarde e.a. 2013, p. 326.
Zie artikel 3:264 lid 2-4 BW en Slagter/Assink 2013 (Deel 2), nr. 131.1.
Zie ook Van der Zanden in zijn noot onder Hof Amsterdam (OK) 28 december 2007, JOR 2008/38 (Spyker).
Ross e.a. 1994, p. 27 en 74.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De balans van een BV is een momentopname van het vermogen van die BV. Een balans geeft – beknopt gezegd – een overzicht van wat een BV bezit (de activa), wat de BV aan schulden heeft uitstaan (het vreemd vermogen) en het verschil tussen beiden (het eigen vermogen). De bezittingen van de BV (inclusief de vorderingen) – oftewel de activa – worden aan de linkerzijde van de balans opgesomd. De verplichtingen van de BV (het vreemd vermogen en het eigen vermogen, oftewel de passiva) worden aan de rechterzijde van de balans opgesomd.1 De hoofdindeling van de balans is opgenomen in artikel 2:364 BW. De activa worden onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij bestemd zijn om de uitoefening van de werkzaamheden van de BV al dan niet duurzaam te dienen. Vaste activa hebben een relatief lange levensduur (langer dan één jaar). Vlottende activa hebben een relatief korte levensduur van minder dan één jaar. Dit betekent dat de vlottende activa binnen één jaar worden omgezet in liquide middelen. Men kan hierbij denken aan voorraden, kasmiddelen en vorderingen.2
Het tweede lid van artikel 2:364 BW bepaalt dat onder de vaste activa afzonderlijk worden opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa. Het derde lid van artikel 2:364 BW bepaalt vervolgens dat onder de vlottende activa afzonderlijk worden opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten, liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen zijn vermeld, de overlopende activa.
De passiva worden in het vierde lid van artikel 2:364 BW onderverdeeld in het eigen vermogen, de voorzieningen, de schulden en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld, de overlopende passiva. De schulden worden onderverdeeld in kortlopende en langlopende schulden, waarbij de kortlopende schulden een levensduur van minder dan één jaar hebben en langlopende schulden niet binnen één jaar vervallen. Bij kortlopende schulden kan men denken aan crediteuren, terwijl men bij langlopende schulden kan denken aan langlopende leningen bij een bank.3
De artikelen 2:365 e.v. BW vermelden voorts waarin de immateriële vaste activa, de materiële vaste activa, de financiële vaste activa, de vlottende activa en de passiva dienen te worden onderscheiden.
Het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden wordt ook wel het netto-werkkapitaal van de BV genoemd. Het netto-werkkapitaal van een BV is positief wanneer de vlottende activa groter zijn dan de kortlopende schulden.Wanneer dit het geval is, betekent dit dat het komende jaar meer geld beschikbaar zal zijn dan dat er in datzelfde jaar moet worden betaald. Het netto-werkkapitaal is bij een gezonde onderneming dan ook veelal positief.4 Wanneer deze voor de bedrijfseconomische balans geldende minimumvoorschriften worden toegepast, ziet de hoofdindeling van de balans van een BV er – gesimplificeerd weergegeven – als volgt uit:
Activa
Passiva
Vaste activa
immateriële vaste activa (artikel 2:365 BW)
materiële vaste activa (artikel 2:366 BW)
financiële vaste activa (artikel 2:367 BW)
Eigen vermogen (artikel 2:373 BW)
geplaatst kapitaal
agio
herwaarderingsreserve
wettelijke reserves en statutaire reserves
overige reserves
Vlottende activa
voorraden (artikel 2:369 BW)
vorderingen (artikel 2:370 BW)
effecten (artikel 2:371 BW)
liquide middelen (artikel 2:372 BW)
Voorzieningen (artikel 2:374 BW)
de voorziening voor belastingverplichting, die na het boekjaar kunnen ontstaan, doch aan het boekjaar of een voorafgaand boekjaar moeten worden toegerekend, met inbegrip van de voorzieningen voor de belastingen die uit waardering boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs kan voortvloeien
de voorziening voor pensioenverplichtingen
overige voorzieningen
Langlopende schulden (artikel 2:375 BW)
Kortlopende schulden (artikel 2:375 BW)
De hiervoor opgesomde voorschriften met betrekking tot de indeling van de balans zijn te beschouwen als minimumvoorschriften. Dit betekent dat wanneer voor een behoorlijk inzicht in de vermogenspositie en het jaarresultaat een verdere detaillering dan wettelijk is voorgeschreven, vereist is, de jaarrekening deze dient te bevatten. 5 In artikel 2:362 lid 4 BW is zelfs bepaald dat – wanneer dit noodzakelijk is voor het verschaffen van een juist inzicht – van de bijzondere wettelijke voorschriften dient te worden afgeweken. In een dergelijk geval dient de reden van de afwijking in de toelichting uiteengezet te worden. De balans dient een getrouwe weergave van de omvang van het vermogen te behelzen (het getrouwheidsvereiste). 6 Juist omdat de balans een dergelijke getrouwe weergave van het vermogen van de BV dient te verschaffen, dienen latente belastingteruggaven in beginsel te worden opgevoerd als actief. Ingevolge IAS 12.24 jo. 12.34 dient een actief op de balans te worden opgevoerd indien het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil respectievelijk de niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden verrekend. Dit betekent dat slechts een latente belastingteruggave als actief op de balans mag worden opgevoerd wanneer de BV over voldoende belastbare tijdelijke verschillen beschikt of als er andere overtuigende aanwijzingen zijn dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee de niet-gecompenseerde fiscale verliezen of ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden verrekend door de entiteit (IAS 12.35).7
De balans van een BV is voor vele actoren van belang en heeft zowel interne als externe functies. 8