De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.2:7.3.2 De fiscale winst
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.2
7.3.2 De fiscale winst
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS383865:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De winst van een BV is belast met vennootschapsbelasting, aldus artikel 2 lid 1 sub a jo. artikel 7 jo. artikel 8 Wet VPB 1969. In artikel 2 lid 1 sub a VPB is namelijk bepaald dat ‘als binnenlandse belastingplichtigen aan de belasting onderworpen zijn de in Nederland gevestigde naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, open commanditaire vennootschappen en andere vennootschappen welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld.’
Uit artikel 7 VPB volgt dat belasting wordt geheven naar het belastbare bedrag, waaronder wordt verstaan de in een jaar genoten belastbare winst verminderd met de te verrekenen verliezen als bedoeld in Hoofdstuk IV VPB. Het derde lid van voormeld artikel bepaalt vervolgens dat de belastbare winst de winst is verminderd met de aftrekbare giften. Artikel 8 VPB bepaalt tot slot dat de winstbepaling in de Wet VPB 1969 in beginsel de winstbepaling in de Wet IB 2001 volgt; uit het eerste lid van artikel 8 VPB volgt namelijk dat de winst wordt opgevat en bepaald aan de hand van enkele expliciet genoemde artikelen uit de Wet IB 2001. De genoemde artikelen uit de Wet IB 2001 zijn echter niet onverkort van toepassing. Door het verschil in wezen tussen een natuurlijke persoon (waarop de Wet IB 2001 ziet) en een aan de heffing van de vennootschapsbelasting onderworpen entiteit kan een expliciet genoemde wettelijke bepaling toch buiten toepassing blijven.1 De omschrijving van de totale winst voor de vennootschapsbelasting vindt men in artikel 3.8 Wet IB 2001:
‘Het bedrag van de gezamenlijke voordelen die, onder welke naam en in welke vorm ook, worden verkregen uit een onderneming.’
De fiscale winst wordt in de praktijk in beginsel bepaald aan de hand van een vermogensvergelijking:
‘De totale winst wordt gekwantificeerd door het objectieve waardeverschil tussen het begin- en het eindvermogen van de onderneming, vermeerderd met de gedurende de gehele bestaansperiode van het lichaam plaatsgevonden hebbende onttrekkingen en verminderd met de kapitaalstortingen. Onder het begrip ‘onttrekkingen’ vallen zowel de terugbetalingen van kapitaal als de winstuitkeringen door het lichaam. De kapitaalstortingen door de verschaffers van eigen vermogen (bij de NV/BV zijn dat de aandeelhouders) en de onttrekkingen van vermogen ten behoeve van deze vermogensverschaffers als zodanig vat men samen onder de benaming: mutaties in het kapitaalverkeer. Overtreffen de kapitaalstortingen de onttrekkingen dan is het saldo van de mutaties in het kapitaalverkeer positief; in het omgekeerde geval is dit saldo negatief. Doordat de geconstateerde vermogenstoename van het lichaam wordt gecorrigeerd met het saldo van de kapitaalmutaties, worden deze mutaties dus uit de winst geëlimineerd.’2
Anders gezegd, allereerst wordt de vermogensmutatie vastgesteld, hetgeen plaatsvindt door het eindvermogen in een bepaald jaar te verminderen met het beginvermogen van datzelfde jaar. Deze vermogensmutatie dient als uitgangspunt voor de bepaling van de winst. Vervolgens wordt de vermogensmutatie gecorrigeerd met de kapitaalstortingen en de kapitaalonttrekkingen welke tussentijds ten gunste respectievelijk ten laste van de BV hebben plaatsgevonden. Uitzondering hierop vormt het kapitaalverkeer tussen de aandeelhouders en participanten enerzijds en de BV als zelfstandig lichaam anderzijds. Dergelijke kapitaalstortingen (men denke aan emissie van aandelen)3 en kapitaalonttrekkingen (men denke aan dividenduitkeringen)4 verhogen respectievelijk verlagen immers de winst – fiscaal bezien – niet.