Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.5.2:6.5.2 Commerciële activiteiten
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.5.2
6.5.2 Commerciële activiteiten
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633581:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Bakel & De Wijkerslooth-Lhoëst 2020, par. 4.2.12.3.
Steenvoorde 2011, p. 34.
Ontleend aan Van Bakel & De Wijkerslooth-Lhoëst 2016, par. 3.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, Stcrt. 2012, 12737, p. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat het ontplooien van commerciële activiteiten voor het financieren van de doelstelling van een anbi geen belemmering vormt voor het verkrijgen of behouden van de anbi-status, is sinds 1 januari 2012 vastgelegd in artikel 1a, lid 2 Uitv.reg. AWR 1994. ‘Commerciële activiteiten’ definieert de regelgever als werkzaamheden of diensten die de instelling tegen commerciële tarieven verricht respectievelijk verleent om daarmee een positief resultaat te behalen voor het financieren van haar algemeen nuttige activiteiten (art. 1a, lid 6 Uitv.reg. AWR 1994). Gelet op deze definitie merkt de regelgever beleggingsactiviteiten van een anbi niet aan als commerciële activiteiten.1
De inkomsten van de commerciële activiteiten – het saldo van baten en lasten, verminderd met eventueel verschuldigde vennootschapsbelasting – moet de instelling binnen een redelijke termijn voor minstens negentig procent (90%-bestedingsnorm) ten goede laten komen aan haar doelstelling (art. 1a, lid 2 Uitv.reg. AWR 1994). Onder ‘ten goede komen’ verstaat de wetsgeschiedenis ook een reservering die voor de verwezenlijking van de doelstelling noodzakelijk moet worden geacht.2 De gerealiseerde baten van de commerciële activiteiten moeten dus als middel dienen om het algemeen nuttige doel te bereiken. Deze 90%-bestedingsnorm geldt niet voor beleggingsactiviteiten, omdat die niet als commerciële activiteiten kwalificeren. Beleggingsactiviteiten vallen wel onder de hierna te bespreken bestedingscriterium of anti-oppoteis (art. 1b Uitv.reg. AWR 1994).3 Door de 90%-bestedingsnorm geldt voor de opbrengsten uit commerciële activiteiten een explicietere eis dan voor de andere anbi-inkomsten dat ze moeten worden aangewend voor de doelstelling van de anbi. Dit vereist van een anbi met commerciële activiteiten een nauwkeurige administratievoering waaruit blijkt dat de inkomsten uit commerciële activiteiten tijdig voor het goede doel worden aangewend.4
Aanvankelijk bleek uit de wetsgeschiedenis dat met louter kerkelijke en levensbeschouwelijke instellingen geen organisaties werden bedoeld waarvan de activiteiten voor een belangrijk deel bestaan uit (semi)commerciële activiteiten zoals het tegen betaling geven van cursussen of het verkopen van cursusmateriaal, al dan niet met religieus of levensbeschouwelijk karakter.5 Naar aanleiding hiervan vroeg de ChristenUnie aan de staatssecretaris wat dit criterium zou betekenen voor de seminaries en ambtsopleidingen van kerken.6 Het CDA vroeg in dit verband de aandacht van de regering voor kerken die rommelmarkten organiseren of betaalde cursussen of opleidingen in hun gedachtegoed organiseren, de diaconale taken en het opvangen van dank- en thuislozen. Andere voorbeelden zijn kloosterwinkels of exploitatie van kerkruimten voor derden en repetities en uitvoeringen van muziekverenigingen.7 De staatssecretaris antwoordde daarop dat ook kerkelijke en levensbeschouwelijke instellingen commerciële activiteiten mochten verrichten zolang ze de opbrengsten daarvan aan het algemeen nut zouden besteden.8
Omdat in de praktijk vragen rijzen over de verhouding tussen de commerciële activiteiten en de doelactiviteiten voor de kwantitatieve toets, wil ik dit aan de hand van een schema verduidelijken. Figuur 6.1. geeft schematisch weer hoe de doelactiviteiten en de commerciële activiteiten zich in de tweetrapstoets tot elkaar verhouden bij de beoordeling van de kwantitatieve toets.
Figuur 6.1. Schematisch weergave van de tweetrapstoets9
Toelichting bij figuur 6.1
Per doelactiviteit moet vanuit het perspectief van de instelling beoordeeld worden of de activiteit tegen een commercieel tarief in de zin van de Uitvoeringsregeling AWR 1994 wordt verricht, dat wil zeggen een tarief dat de integrale kostprijs te boven gaat.10 Inkomsten uit subsidies, giften of legaten tellen daarbij niet mee als inkomsten. Vrijwilligerskosten daarentegen moeten daarentegen wel als kosten in aanmerking worden genomen, waarbij aansluiting kan worden gezocht bij de fictieve vrijwilligerskostenaftrek in de vennootschapsbelasting (art. 9 lid 1, onderdeel h Wet Vpb 1969).
Als niet alle doelactiviteiten tegen een commercieel tarief worden verricht, dan kwalificeren de activiteiten als algemeen nuttige activiteiten, zodat ze geen belemmering vormen voor de anbi-status. Wel geldt daarbij de voorwaarde dat op grond van de kwantitatieve toets de doelactiviteiten voor minstens negentig procent deel uitmaken van alle activiteiten. De commerciële activiteiten die geen doelactiviteit zijn maar bedoeld zijn om middelen te verwerven (in het schema: A) tellen binnen het kwantitatieve criterium niet mee voor de omvang van alle activiteiten.
De overige activiteiten (in het schema: B), die niet rechtstreeks het algemeen belang dienen en evenmin bedoeld zijn om middelen te genereren, tellen binnen het kwantitatieve criterium wel mee voor de omvang en verhouding van de totale activiteiten, omdat de financiering van de overige activiteiten ten koste van de doelactiviteiten gaat. Als deze overige activiteiten meer dan tien procent van alle activiteiten uitmaken, dan wordt het kwantitatieve criterium niet vervuld, zodat niet aan de eisen van de anbi-status wordt voldaan.