De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.6.4:15.2.6.4 Voorwaarde: het voldoen aan de biedplicht door een gezamenlijk aangewezen “bieder” uit de eigen gelederen
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.6.4
15.2.6.4 Voorwaarde: het voldoen aan de biedplicht door een gezamenlijk aangewezen “bieder” uit de eigen gelederen
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371187:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie eerder over de vraag wie in een dergelijk geval als bieder heeft te gelden in het kader van de billijke prijs-regels § 14.2.2.
NvT, Stb. 2008/27, p. 7.
Het verplicht bod van Parcom en Gilde op Gamma Holding (2010) werd uitgebracht door een dochter van Gilde. Parcom kreeg onder inbreng van haar belang in Gamma Holding – als gevolg waarvan de biedplicht ontstond – 38,1% van de aandelen; Gilde hield de rest, zie par. 8.1 biedingsbericht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede voorwaarde voor vrijstelling is dat aan de biedplicht wordt voldaan door één van de onder art. 2 lid 2 Vrijstellingsbesluit bedoelde verkrijgers, welke is aangewezen door de verkrijgers gezamenlijk (art. 2 lid 4 Vrijstellingsbesluit).1
De eis dat iemand moet worden aangewezen is begrijpelijk. Het kan niet zo zijn dat uiteindelijk niemand een bod uitbrengt. Indien degene die daartoe is aangewezen het bod uiteindelijk niet uitbrengt, herleeft de biedplicht voor alle “verkrijgers” (zie hierna).2
Moeilijker valt in te zien waarom noodzakelijk een van de partijen die overwegende zeggenschap hebben verkregen moeten worden aangewezen. Ik zie geen goede reden waarom een verplicht bod niet ook door een later opgericht biedvehikel3 of door een derde kan worden uitgebracht (§ 13.4.4.3). Ten slotte valt ook niet in te zien waarom als bijkomende voorwaarde wordt gesteld dat verkrijgers gezamenlijk een bieder aanwijzen. Zeker in een concern van enige omvang vormt dit een administratieve last waarvoor een duidelijke grondslag ontbreekt.
Indien niet wordt voldaan aan deze voorwaarde – er wordt bijvoorbeeld wel een groepsmaatschappij aangewezen, maar deze brengt uiteindelijk geen bod uit – dan herrijst de biedplicht voor alle groepsmaatschappijen (§ 15.5.3.2).