Einde inhoudsopgave
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/7.2.3
7.2.3 Inroepen opschortingsrecht is een essentieel verweer
G.J. Boeve, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
G.J. Boeve
- JCDI
JCDI:ADS950371:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Dempsey e.a./Van der Wiel, Cassatie (BPP nr. 20) 2019/71 (Van der Voort Maarschalk) en 116 (Van der Wiel), waarin voorts, aan de hand van verdere verwijzingen, uiteen wordt gezet dat de betreffende stelling relevant moet zijn voor de bestreden rechtsoverweging en van voldoende gewicht moet zijn om de uitkomst van de procedure te kunnen veranderen (‘belangvereiste’). Zie ook Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2015/188.
HR 1 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5379, RvdW 2006/775 (Wild Water World), r.o. 3.3.
Zie § 2.7.1.
Zie over het dictum § 7.8.
HR 1 juli 1977, ECLI:NL:HR:1977:AB7005, NJ 1978/73, m.nt. G.J. Scholten (Van Doorn/Van Blokland), p. 227 (“Dat hiertegen in cassatie alleen dan met succes met motiveringsklachten kan worden opgekomen, als de motivering van de bestreden uitspraak kennelijke vergissingen bevat of als daarbij essentiele stellingen van pp. klaarblijkelijk over het hoofd zijn gezien, of als de motivering geen inzicht verschaft, hoe de rechter tot de vaststelling van de schadevergoeding is gekomen;”). Zie ook Dempsey e.a./Van der Wiel, Cassatie (BPP nr. 20) 2019/70 (Van der Voort Maarschalk); Asser 2018, p. 43 en Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2015/186.
Zie over motiveringsklachten uitvoeriger Dempsey e.a./Van der Wiel, Cassatie (BPP nr. 20) 2019/4.4 (Van der Wiel); Asser 2018, p. 42-43 en Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2015/219.
De rechter mag een bij wijze van verweer ingeroepen opschortingsrecht niet onbehandeld laten of ongemotiveerd verwerpen, omdat het inroepen van een opschortingsrecht een essentieel verweer van de schuldenaar is.
Aan een essentiële stelling mag de rechter niet stilzwijgend voorbijgaan, door deze onbehandeld te laten of ongemotiveerd te verwerpen.1 Of een stelling essentieel is, is afhankelijk van de vraag of die stelling, als die juist is, tot een andere uitkomst van de zaak zou kunnen leiden.2 Het inroepen van een opschortingsverweer heeft de Hoge Raad aangemerkt als een dergelijke essentiële stelling:
“Onderdeel I, dat erover klaagt dat het hof niet heeft beslist op het beroep dat, naast het beroep op verrekening, door [eiseres] was gedaan op opschorting, is gegrond. (…) [eiseres heeft] zich in verband met het onbetaald blijven van haar (…) factuur (…) subsidiair beroepen ‘op het recht haar prestatie op te schorten totdat in rechte is vastgesteld welke vorderingen partijen over en weer kunnen doen gelden’. Dit verweer heeft [eiseres] in hoger beroep herhaald in de vorm van de (…) klacht dat de kantonrechter daaraan niet had mogen voorbijgaan. Desondanks heeft het hof het evenmin behandeld, en daarmee verzuimd in te gaan op een essentiële stelling van [eiseres], waarmee deze toewijzing van de vordering van WWW c.s. trachtte af te wenden.”3
Dat een geslaagd opschortingsverweer zou kunnen leiden tot een andere beslissing in het concrete geval laat zich verklaren aan de hand van de rechtsgevolgen van de bevoegde uitoefening van een opschortingsrecht.4 Omdat een gegrond opschortingsverweer leidt tot niet-opeisbaarheid van de verbintenis van de schuldenaar, kan hij in dat geval niet tot nakoming of schadevergoeding worden veroordeeld wegens niet-nakoming van zijn verbintenis, en kan, in geval van verbintenissen uit overeenkomst, geen ontbinding worden uitgesproken. Daarom vormt het opschortingsverweer een essentiële stelling tegen een vordering tot bijvoorbeeld nakoming, ontbinding of schadevergoeding in het geval waarin zonder dat verweer grond voor toewijzing zou bestaan, omdat, indien de schuldenaar opschortingsbevoegd is, een dergelijke vordering dient te worden afgewezen.5 De rechter zal in dat geval het verweermiddel gemotiveerd moeten behandelen.
Het onbehandeld of ongemotiveerd verwerpen van het opschortingsverweer kan een grond voor cassatie van de uitspraak van de rechter – doorgaans oordelend in hoger beroep – opleveren. Wanneer de rechter heeft verzuimd een essentiële stelling van een partij te behandelen, is dat een motiveringsgebrek.6 Daartegen kan een partij in cassatie opkomen met een zogenoemde motiveringsklacht.7