Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.5.2.1:6.5.2.1 Praktische uitwerking
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.5.2.1
6.5.2.1 Praktische uitwerking
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571172:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de zojuist beschreven oplossing zal de rechter bij een pleitbaar standpunt verweer, nadat het opzet is vastgesteld, in het kader van de beoordeling of de strafuitsluitingsgrond “toelaatbaar handelen” van toepassing is, moeten onderzoeken of aan de onjuiste aangifte een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt ten grondslag ligt.
Het oordeel dat een standpunt naar objectieve maatstaven pleitbaar is vormt, zoals zojuist opgemerkt, in beginsel geen bewijsoordeel. Strikt genomen hoeft zelfs niet door de belastingplichtige te worden gesteld of beargumenteerd dat het standpunt pleitbaar is. Ik houd het ervoor dat niet alleen de belastingrechter, maar ook de strafrechter bevoegd is om uit eigen beweging te onderzoeken of kan worden gesproken van een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt. De conclusie dat de onjuiste aangifte is gebaseerd op een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt, brengt echter nog niet mee dat de boete- of strafrechtelijke aansprakelijkheid ontbreekt. De rechter zal daarnaast, in beginsel op aangeven van de belastingplichtige, moeten onderzoeken of de belastingplichtige het standpunt ook daadwerkelijk op het oog heeft gehad én heeft verondersteld dat het pleitbaar was.
In beginsel ligt het op de weg van de belastingplichtige om aannemelijk te maken dat hij het standpunt op het oog heeft gehad én heeft verondersteld dat het pleitbaar was. Die last lijkt echter niet alleen bij hem te liggen, omdat aanwijzingen daarover meestal reeds zullen zijn opgekomen met het door het openbaar ministerie of de inspecteur te leveren bewijs van het opzet. Daarnaast ligt het, als aannemelijk is dat de belastingplichtige het standpunt op het oog heeft gehad, bij een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt voor de hand dat de belastingplichtige ook heeft verondersteld dat zijn standpunt pleitbaar is, zoals hiervoor in paragraaf 6.5.1.2. opgemerkt.
Als met het bewijs van het opzet echter al duidelijk is geworden dat de belastingplichtige ten tijde van het doen van de aangifte geen standpunt op het oog heeft gehad of niet heeft verondersteld dat zijn standpunt pleitbaar is, is een onderzoek of aan de onjuiste aangifte een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt ten grondslag heeft gelegen niet meer nodig. Toepassing van de ongeschreven bijzondere strafuitsluitingsgrond “toelaatbaar handelen” is dan immers al uitgesloten.