Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.3.3.2:6.3.3.2 Verantwoordelijkheid van de zender en vertaler
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.3.3.2
6.3.3.2 Verantwoordelijkheid van de zender en vertaler
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661555:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de Belastingdienst ‘verantwoordelijk’ voor zijn voorlichtende uitingen, en zo ja, in welk opzicht? Vanuit juridisch oogpunt geldt het uitgangspunt van niet-gebondenheid, omdat de wet dominant is. Vanuit communicatief oogpunt ligt het anders. Vanuit deze invalshoek geldt dat de zender in zijn algemeenheid verantwoordelijk is voor de inhoud (de informatie) én de verbale presentatie (de formulering) van zijn uitingen (paragraaf 5.7).
Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de zender als hij niet tevens de bron van de inhoud van die uiting is (zoals bij de genoemde voorbeelden van de persvoorlichter, tolk, woordvoerder, etc.)? Kan de zender als niet-bron verantwoordelijk worden gehouden voor de door hem verstrekte informatie? Volgens de theorie van Bax is dat inderdaad het geval. Bax betoogt dat van zulke ‘professionele’ taalgebruikers mag worden verwacht ‘dat ze optimaal in staat zijn de boodschap op adequate wijze te communiceren’.1 Precies daar ligt én ontstaat hun verantwoordelijkheid:
‘Hoeft een toverkol die de toekomst voorspelt, geen rekenschap af te leggen over de via haar verschafte informatie, zoiets geldt wél voor woordvoerders, voorlichters, public relations-functionarissen en dergelijke ‘spreekbuizen’. Zij dragen weliswaar geen verantwoordelijkheid voor de informatie als zodanig, maar wel – uit hoofde van hun deskundigheid te dien aanzien – voor de verbale presentatie daarvan.’2
Er moet communicatief bezien dus onderscheid worden gemaakt tussen verantwoordelijkheid voor de verschafte informatie als zodanig (de inhoud van de informatie) en voor de verbale presentatie daarvan (de formulering, de uiting).3 Samengevat in een tabel:
Zender valt samen met bron
Zender valt niet samen met bron
Verantwoordelijk voor
Inhoud van informatie + verbale presentatie
Verbale presentatie
Tabel 17: Verantwoordelijkheid van zender (bron en niet-bron) voor uiting
Als we dit toepassen op de juridische opvatting van voorlichting van de Belastingdienst over fiscale wet- en regelgeving ontstaat het volgende beeld.
Zender valt samen met bron
Zender (Belastingdienst) valt niet samen met bron (wetgever)
Verantwoordelijk voor
Inhoud van informatie + verbale presentatie
Niet de inhoud
Wel verbale presentatie
Tabel 18: Verantwoordelijkheid van zender (bron en niet-bron) voor uiting toegepast op Belastingdienst bij voorlichting
Als de Belastingdienst bronteksten van de wetgever vertaalt naar voorlichting, valt de Belastingdienst als zender niet samen met de ‘bron’ van de informatie (wetgever). Met een communicatieve blik leidt dat tot de conclusie: de Belastingdienst is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de wet, maar wel voor zijn weergave daarvan. Oftewel, de Belastingdienst is als vertaler weliswaar niet verantwoordelijk voor de informatie in de inhoud van de boodschap (de inhoud van de wet- en regelgeving zelf), maar wel voor de formulering van die boodschap (de verbale presentatie van die regels in de voorlichting).
Treffende illustratie van de verantwoordelijkheid van de Belastingdienst als vertaler biedt het voormalige motto van de Belastingdienst, dat de Belastingdienst het niet leuker kan maken (dus: de inhoud is aan de wetgever), maar de Belastingdienst het wel makkelijker zal maken (dus: de vormgeving, uitvoering en presentatie is aan de Belastingdienst) (paragraaf 3.2.5.2, 3.2.7.3).
De Belastingdienst is communicatief gezien dus bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de verbale presentatie, de door hem gekozen bewoordingen en getallen (zie casusposities 2 en 3). Tevens bestaat verantwoordelijkheid voor de adequaatheid van die gekozen bewoordingen. De gekozen verbale presentatie van de inhoud, moet de ontvanger, gegeven de context en de wijze waarop talige communicatie werkt, niet op het verkeerde been zetten (zie casusposities 5 en 6). Bovendien dient de inhoudelijke representatie van de brontekst adequaat te zijn (zie casusposities 1, 4 en 7). Waar de verbale presentatie tekort schiet, is vanuit communicatief oogpunt logisch dat de ontvanger de zender daarvoor verantwoordelijk houdt.
Deze communicatieve invalshoek voegt nieuwe kennis toe aan het juridisch perspectief. Deze inzichten kunnen verklaren dat burgers de Belastingdienst in zijn algemeenheid verantwoordelijk zullen (willen) houden voor zijn voorlichting.
Situatie a: burger percipieert Belastingdienst als ‘bron’
Situatie b: burger percipieert Belastingdienst als ‘vertaler’
Verantwoordelijk voor
Inhoud van informatie + verbale presentatie
Niet de inhoud
Wel verbale presentatie
Tabel 19: Perceptie burger op verantwoordelijkheid van Belastingdienst voor zijn uiting
In de situatie (a) dat burgers zich niet bewust zijn van het gegeven dat voorlichting van de Belastingdienst is gebaseerd op wetgeving, zullen burgers erop rekenen dat de Belastingdienst verantwoordelijk is voor zowel de inhoud als de verbale presentatie in de voorlichting. Dit is de variant waarbij de burger in feite geen verschil maakt (of ziet) tussen de Belastingdienst en de wetgever (paragraaf 5.6.4, 6.3.1).
In de situatie (b) dat burgers zich wél realiseren dat de Belastingdienst optreedt als vertaler van wetgeving, zullen zij erop rekenen dat de Belastingdienst (ten minste) instaat voor de verbale presentatie van zijn uitingen. Zo liet casuspositie 1 zien dat de notaris het de Belastingdienst aanrekent dat hij informatie geeft in de toelichting waarvoor de Belastingdienst vervolgens niet instaat. In casuspositie 2 verwijt de echtgenote het de Belastingdienst dat hij ‘op de stoel van de wetgever’ is gaan zitten, te eenvoudige bewoordingen kiest en uitingen doet waarop de burger zich later niet mag beroepen. In communicatief opzicht lijkt dit verwijt erop te zien dat (i) de Belastingdienst zich onduidelijk heeft geïdentificeerd (wel zender, niet bron) en (ii) dat de zender (niet-bron) niet in staat voor de gekozen verbale presentatie. In communicatief opzicht zijn dergelijke verwijten verklaarbaar, omdat taalgebruikers erop mogen rekenen dat de zender – ook al is hij ‘slechts’ vertaler – ten minste instaat voor de formulering van zijn uitingen. In dat opzicht botst het dus met het burgerperspectief als de Belastingdienst geen verantwoordelijkheid neemt voor ‘vertaalfouten’ die de burger in de gegeven context niet had kunnen onderkennen.
Het voorgaande laat zien waarom burgers er ‘linksom of rechtsom’ op rekenen dat de Belastingdienst instaat voor zijn uiting, namelijk als zender en/of als bron. Communicatief bezien is dat begrijpelijk en – voor zover de Belastingdienst en de burger de regels van taal en communicatie adequaat hebben toegepast – redelijk.