Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.9.0
5.9.0 Introductie
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859295:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onwaardigheid werkt ook door op andere terreinen, zoals het huwelijksvermogensrecht en alimentatierecht. Deze gevolgen blijven buiten beschouwing.
Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 727, p. 16 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013).
Barbaix 2018, p. 431-432. Vgl. ook Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1165, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 20 en Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 727, p. 16 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013).
Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1165.
Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1166 en Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 22.
Barbaix 2018, p. 432, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1165, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 20 en Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 727, p. 16 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013).
Indien sprake is van onwaardigheid, dan heeft dat gevolgen voor de onwaardige zelf, de rechtsopvolgers van de onwaardige en voor derden.1 De hervorming van het erfrecht in 2012 heeft ingrijpende wijzigingen aangebracht op al deze terreinen.2 De nieuwe wet komt in belangrijke mate tegemoet aan de nadelige gevolgen die onwaardigheid kon hebben voor zowel de afstammelingen van de onwaardige als derden.3 Daarbij is de draagwijdte van onwaardigheid verscherpt door de invoering van de afgeleide onwaardigheid.4 Dit brengt mee dat de onwaardige naast de aanspraken in de nalatenschap van het slachtoffer ook alle toekomstige erfrechtelijke aanspraken op de goederen verliest die anderen uit de nalatenschap van het slachtoffer hebben gekregen.5 De nieuwe regeling versterkt daarmee het persoonlijke karakter van onwaardigheid en heeft voortaan uitsluitend (strengere) gevolgen voor de onwaardige zelf.6 De bepalingen luiden als volgt:
‘Art. 4.8. Gevolgen van de onwaardigheid
De wegens onwaardigheid van de nalatenschap uitgesloten erfgerechtigde wordt geacht nooit enig recht in de nalatenschap te hebben gehad, zonder evenwel afbreuk te doen aan de rechten van derden die te goeder trouw handelden.
De onwaardige is gehouden tot teruggave van alle vruchten en inkomsten die hij sinds het openvallen van de nalatenschap genoten heeft.
Het aandeel van de onwaardige komt ten goede aan zijn afstammelingen, indien plaatsvervulling plaatsvindt. Zo niet, komt zijn aandeel door aanwas ten goede aan de andere erfgerechtigden in dezelfde graad. Indien de onwaardige alleen is in zijn graad, vervalt het aan de overige erfgerechtigden die tot deze nalatenschap geroepen zijn.’
‘Art. 4.9. Kinderen van de onwaardige
De kinderen van de onwaardige zijn niet van de nalatenschap uitgesloten wegens de schuld van hun ouder. Ze kunnen bij plaatsvervulling tot de nalatenschap komen.
De onwaardige heeft geen wettelijk genot op de goederen die zijn kinderen ten gevolge van zijn onwaardigheid vererven, en kan deze goederen noch rechtstreeks noch onrechtstreeks van deze kinderen vererven.
Wanneer de door een kind van de onwaardige aldus vererfde goederen bij overlijden van dit kind nog in natura in zijn nalatenschap aanwezig zijn, is de onwaardige voor deze goederen van de nalatenschap van het kind uitgesloten. Zijn deze goederen niet meer in natura aanwezig, dan is de onwaardige uit de nalatenschap gesloten ten belope van de waarde ervan, tenzij en in de mate deze goederen zijn verbruikt en dus ook hun tegenwaarde niet meer in de nalatenschap aanwezig is. De waarde van die goederen wordt bepaald op het ogenblik waarop het kind ze verkregen heeft.’
Hieruit volgt dat artikel 4.8 BBW zich richt op gevolgen op alle drie de gebieden: gevolgen voor de onwaardige, zijn opvolgers alsmede derden. Artikel 4.9 BBW is beperkt tot gevolgen voor de onwaardige alsmede zijn afstammelingen. De afgeleide onwaardigheid is tevens in deze bepaling terug te vinden.
In deze paragraaf worden deze artikelen besproken en komen de gevolgen op de verschillende gebieden aan bod. Eerst wordt stilgestaan bij de uitsluiting van de nalatenschap waar de artikelen 4.6 en 4.8 BBW over spreken (par. 5.9.1) waarbij ook ingegaan wordt op de afgeleide onwaardigheid. Daarna komt de verkrijging van de onwaardige aan de orde alsmede de gevolgen voor de rechtsopvolgers van de onwaardige (par. 5.9.2). Vervolgens wordt aandacht besteed aan derdenbescherming (par. 5.9.3).