Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.5.1.2.2
7.7.5.5.1.2.2 Ontbinding huurovereenkomst na leegstand
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291443:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hierbij dient bedacht te worden dat een verhuurder de ‘btw-schade’ die het gevolg is van de ontbinding van de huurovereenkomst normaliter op grond van de huurovereenkomst kan verhalen op de huurder (zie paragraaf 7.7.7.9), maar dat de verhuurder aan die contractuele mogelijkheid weinig heeft indien de huurder niet in staat is om die ‘btw-schade’ te betalen (bijv. vanwege faillissement). Van een kale ‘huurkip’ kan een verhuurder immers geen veren plukken.
Besluit 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, V-N 2013/54.15, paragraaf 7.3.7.
Het is mogelijk dat geopteerd is voor belaste verhuur en de huurder het gehuurde onroerend goed niet in gebruik genomen heeft in het jaar waarin hij het onroerend goed met btw is gaan huren. Indien partijen de lopende huurovereenkomst vervolgens ontbinden, dan is op grond van art. 6 lid 6 Uitv.besch. OB niet voldaan en kan ook niet meer voldaan worden aan de 90%-eis. De goedkeuring die in paragraaf 7.7.5.5.1.2.1 is besproken, biedt voor deze situatie daarom geen uitkomst. Om te voorkomen dat de verhuurder hierdoor de door hem in aftrek gebrachte btw verschuldigd wordt (zie paragraaf 7.7.5.9), keurt de Staatssecretaris van Financiën goed dat aan het niet voldoen aan de 90%-eis geen gevolgen worden verbonden indien de verhuurder binnen twee boekjaren na het boekjaar waarin de eerste huurovereenkomst is ontbonden een huurovereenkomst sluit met een andere huurder.1 De tweede huurovereenkomst treedt alsdan voor de toepassing van art. 6 lid 6 Uitv.besch. OB in de plaats van de ontbonden huurovereenkomst. Aan het toepassen van deze goedkeuring zijn de volgende voorwaarden verbonden:
de tweede huurder gebruikt het betrokken onroerend goed bij het eerste gebruik ten minste gedurende een aaneengesloten periode van zes maanden voor het verrichten van uitgaande prestaties (het voornemen daartoe volstaat dus niet);
de tweede huurder voldoet voor dit gebruik aan de 90%-eis in het boekjaar/de boekjaren waarin zich de periode van zes maanden bevindt;
de verhuurder stemt ermee in dat de naheffingstermijn en de (resterende) termijn waarin de btw-aftrek ter zake van de verhuurde onroerende zaak wordt herzien, pas ingaat in het boekjaar dat de tweede huurder het onroerend goed feitelijk gaat gebruiken voor het verrichten van uitgaande prestaties. De instemming van de verhuurder moet blijken door middel van een gedateerde en door de verhuurder ondertekende verklaring die de verhuurder binnen vier weken na overschrijding van de wettelijke referentieperiode in zijn boekhouding heeft opgenomen.2