Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.5
7.7.5.5 Referentieperiode
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291668:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Als boekjaar geldt het boekjaar van de huurder (art. 6a lid 8 Uitv.besch. OB). Aanvankelijk was het voornemen om een referentieperiode van twee (boek)jaren in te voeren (Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 7, p. 7), maar vanuit het oogpunt van rechtszekerheid is ervoor gekozen om die periode te verkorten tot één (boek)jaar (NV, Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 5, p. 9 en 13 en MvA, Kamerstukken I 1995/96, 24 172, nr. 20b, p. 2).
NV, Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 5, p. 7 en Kamerstukken I 1995/96, 24 172, nr. 20b, p. 3.
Ministeriële regeling van 4 juli 1996, nr. WV 96/217 M, V-N 1996/2358, 20.
Voor de 90%-eis geldt een referentieperiode van telkens één boekjaar.1 De keuze voor een referentieperiode van een boekjaar moet voorkomen dat tijdelijke wisselingen in het gebruik van het onroerend goed door de huurder een onevenredige grote invloed uitoefenen op de toepassing van de optieregeling.2 In art. 6a Uitv.besch. OB wordt een onderscheid gemaakt tussen het boekjaar waarin de huurder het onroerend goed met btw is gaan huren en de periode daarna.3 In de paragrafen 7.7.5.5.1 en 7.7.5.5.2 wordt op deze onderscheiden referentieperioden nader ingegaan.
7.7.5.5.1 Boekjaar waarin de huurder het onroerend goed met btw is gaan huren7.7.5.5.2 Periode na het boekjaar waarin de huurder het onroerend goed met btw is gaan huren