Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.7.3
4.7.3 Hof van Justitie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291099:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In de procestaal, het Frans, wordt het begrip ‘fonds de commerce’ gebruikt. Dit begrip kan vertaald worden als bedrijf of onderneming (V. Tweehuysen, Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (Serie Onderneming en Recht deel 92, Nijmegen): Wolters Kluwer 2016, p. 78). Die uitleg strookt met het begrip ‘bedrijfsonderdeel’ dat in de Nederlandse taalversie als equivalent van een gedeelte van een algemeenheid van goederen wordt gebruikt. Een beperking tot bepaalde bedrijven is dus niet beoogd. In gelijke zin: S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 159 die wijst op de procestaal, het Frans, alsmede de Engelse en Duitse vertaling. Anders: R.A. Wolf, ‘Geen art. 31 Wet OB 1968 bij overdracht beleggingsvastgoed’, Vastgoed Fiscaal & Civiel 2006/5, p. 18.
HvJ EG 27 november 2003, zaak C-497/01, V-N 2003/61.18, r.o. 40 (Zita Modes).
R.o. 40.
R.o. 43.
R.o. 44.
R.o. 45.
HvJ EU 19 december 2018, zaak C-17/18, BNB 2019/48, m.nt. Merkx (Mailat).
HvJ EU 28 februari 2019, zaak C-278/18, V-N 2019/17.11 (Sequeira Mesquita).
HvJ EU 10 november 2011, zaak C-444/10, V-N 2011/63.16 (Christel Schriever).
In gelijke zin: S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 139. De Hoge Raad is van oordeel dat het een acte clair is dat doorlopende diensten, zoals de verhuur van onroerend goed, niet onder het bereik van art. 19 Btw-richtlijn kunnen vallen (HR 29 januari 2010, nr. 08/01847, V-N 2010/8.16, r.o. 3.3 en HR 11 april 2014, nr. 12/01836, BNB 2014/120, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 3.3.4).
HvJ EU 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113, m.nt. Bijl (X BV).
Art. 15 lid 2, onderdeel c Btw-richtlijn.
HvJ EU 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113, m.nt. Bijl, r.o. 27 (X BV).
HvJ EU 15 september 2011, gevoegde zaken C-180/10 en C-181/10, V-N 2011/50.19, r.o. 36 (Słaby/Kuć) en HvJ EU 9 juli 2015, zaak C-331/14, V-N 2015/34.22, r.o. 23 (Kezić) Zie ook: HvJ EU 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113, m.nt. Bijl, r.o. 53 (X BV).
HvJ EU 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113, r.o. 34 (X BV).
Vgl. Bijl, noot bij HvJ EU 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113 (X BV).
Volgens het Hof van Justitie heeft art. 19 Btw-richtlijn betrekking op de overdracht van een handelszaak (lees: bedrijf of onderneming1) of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.2 De verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten, valt niet onder art. 19 Btw-richtlijn.3 De voortzetting van de economische activiteit is volgens het Hof geen voorwaarde voor het toepassen van art. 19 Btw-richtlijn, maar het gevolg van het toepassen van art. 19 Btw-richtlijn.4 Een overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen vereist een overdracht waarbij de verkrijger het voornemen heeft om de onderneming of een deel daarvan te exploiteren en niet om de betrokken activiteit onmiddellijk zonder meer te vereffenen en in voorkomend geval de voorraden te verkopen.5 Het is echter niet vereist dat de verkrijger vóór de overdracht dezelfde soort economische activiteit uitoefende als de overdracht.6
De verhuur van een restaurantgebouw inclusief inboedel en vaste activa7 en de verhuur van wijngaarden valt niet onder art. 19 Btw-richtlijn, omdat er geen eigendomsoverdracht van een goed plaatsvindt8. Omdat ook zonder eigendomsoverdracht sprake kan zijn van een levering (zie paragraaf 4.2.3.3) vat ik deze jurisprudentie zo op dat het Hof van Justitie beslissend acht dat geen levering van een goed plaatsvindt. Een dergelijke uitleg is logisch indien bedacht wordt dat art. 19 Btw-richtlijn een uitzondering is op het begrip ‘levering’ (zie paragraaf 4.7.1). Zonder de levering van een goed wordt immers niet toegekomen aan een uitzondering op het begrip ‘levering’. Uit het Christel Schriever-arrest9 is af te leiden dat de verhuur van vastgoed voor de toepassing van art. 19 Btw-richtlijn wel van belang kan zijn. De verhuur voor onbepaalde tijd van een winkelruimte in combinatie met de overdracht van de uitrusting en de voorraad van een winkel in sportartikelen is door het Hof van Justitie aangemerkt als een overgang van een algemeenheid van het geheel of gedeelte van een algemeenheid van goederen. Dat de verhuur van de winkelruimte in deze zaak wel meetelt voor de vraag of sprake is van een overgang van een algemeenheid van het geheel of gedeelte van een algemeenheid van goederen betekent naar mijn mening niet dat deze verhuurdienst deelt in de faciliteit van art. 19 Btw-richtlijn.10 De verhuur van een winkelruimte is immers geen levering van een goed, terwijl deze verhuurdienst evenmin te rangschikken is onder art. 29 Btw-richtlijn.
De overdracht van sec de aandelen in de vennootschap die eigenaar is van vastgoed kwalificeert niet als een overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen of diensten, omdat met sec de aandelen in een vennootschap geen autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.11 Lidstaten hebben de mogelijkheid om aandelen waarvan het bezit rechtens of feitelijk recht geven op de eigendom of het genot van (een deel van een) onroerend goed gelijk te stellen met een lichamelijke zaak (zie paragraaf 4.2.6.5).12 Heeft een lidstaat van die mogelijkheid gebruikgemaakt, dan rijst de vraag of een aandelentransactie waarbij moet worden doorgekeken naar het onderliggende vastgoed onder de reikwijdte van art. 19 Btw-richtlijn kan vallen.13 Naar mijn mening luidt het antwoord op die vraag ontkennend, omdat met uitsluitend de overdracht van de macht om als een eigenaar over het onderliggende vastgoed te beschikken geen autonome economische activiteit kan worden voortgezet.14 Voor een overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen is meer nodig. Hierbij zou naar mijn mening gedacht kunnen worden aan de overdracht van met het onderliggende vastgoed gelijkgestelde aandelen in de ‘vastgoedvennootschap’ in combinatie met de overdracht van de activiteit die bestaat in het tegen vergoeding beheren van het vastgoed van deze vennootschap. Echter, uit het X BV-arrest zou ook afgeleid kunnen worden dat in deze situatie de overdracht van de vastgoedbeheeractiviteit afzonderlijk bezien moet worden van de aandelenoverdracht waardoor de overdracht van de met het onderliggende vastgoed gelijkgestelde aandelen ook in deze situatie geen deel uitmaken van een overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen.15 Toekomstige jurisprudentie zal meer duidelijkheid moeten geven of en, zo ja, wanneer de overdracht van aandelen onderdeel uitmaakt van de overdracht van een autonome economische activiteit jegens de deelneming door de verkoper van de aandelen.16