Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.6.3:4.6.3 Landbouwbedrijf
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.6.3
4.6.3 Landbouwbedrijf
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630418:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2001/2002, 28 207, nr. 1, pagina 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van artikel 3.12 Wet IB 2001 behoren de voordelen uit een landbouwbedrijf ter zake van de waardeverandering van gronden, voor zover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van een landbouwbedrijf en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf, niet tot de belaste winst. De landbouwvrijstelling geldt dus niet voor alle waardeveranderingen. De waardeveranderingen die niet in de onderneming zijn ontstaan, vallen niet onder de vrijstelling. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de grond in waarde is gestegen doordat er een gas- of elektriciteitsleiding of een irrigatiesysteem in is aangebracht. Ook blijven belast de niet-agrarische waardeveranderingen. Daarbij valt te denken aan waardestijgingen doordat op de grond woningen mogen worden gebouwd. Praktisch wordt dit vormgegeven door alleen de veranderingen van de waarde die de grond in het economische verkeer zou hebben bij een agrarische voortzetting van de aanwending van de grond (WEVAB), vrij te stellen.1
De compartimenteringsleer is bij de landbouwvrijstelling voor het eerst in 1955 toegepast. In HR 23 november 1955, nr. 12 488, BNB 1956/39 staakte belanghebbende het landbouwbedrijf en verkocht de bezittingen. De Hoge Raad was van mening dat een deel van de behaalde verkoopopbrengst moest worden toegerekend aan de waardestijging van de grond in de periode waarin de grond als landbouwgrond kon worden aangemerkt en een deel aan de waardestijging in de periode waarin geen sprake was van landbouwgrond (feitenwijziging).
4.6.3.1 Bruto- of nettocompartimentering?4.6.3.2 Verplichte of vrijwillige herwaardering bij een sfeerovergang