Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/2.3.2.2
2.3.2.2 Oorzaken van group polarization
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111397:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kalven & Zeisel 1966, p. 489; Brown 1965; Myers & Arenson 1972, p. 622 (met name als groepsleden voorafgaand aan de discussie slechts in beperkte mate beschikken over de informatie).
Galinsky e.a. 2008; Dewatripont 2006, p. 259, 263-264, 266.
Pruitt 1971, p. 345; Pruitt 1971a.
Brown 1965; Pruitt 1971, p. 346.
Zie onder andere: Burnstein 1969, p. 383; Cartwright 1971, p. 371; Lamm, Trommsdorff & Rost-Schaude 1973. Zie kritisch: Myers & Lamm 1976, p. 612.
Myers 1973, p. 123.
Myers & Lamm 1976, p. 610-611; Ebbesen & Bowers 1974, p. 324. Het onderzoek van Ebbesen en Bowers laat met name een invloed van argumenten van de andere groepsdeelnemers op het eigen standpunt voor de discussie zien (p. 325). Zie voorts: Pruitt 1971a.
Pruit 1971, p. 341.
Tversky & Kahneman 1974; Zhu 2013.
Festinger 1957; Whyte 1993, p. 430 e.v.
Burnstein, Vinokur & Pichevin 1974, p. 435, 440. Dit onderzoek pleit overigens tegen het ‘sociale druk argument’ (p. 431, 440). Zie ook: Burnstein 1969, p. 382; Pruitt 1971a, p. 498.
Clausen 1965; Burnstein & Katz 1971, p. 564.
Pruitt 1971, p. 351.
Vinokur & Burnstein 1974; Vinokur 1971, p. 472 e.v. Het meten van de precieze invloed van informatie is discutabel, zie bijvoorbeeld: Bishop & Meyers 1974, p. 101.
Bishop & Meyers 1974, p. 93.
Vinokur & Burnstein 1974, p. 306.
Meyers & Lamm 1976, p. 619.
Een van de veroorzakers van group polarization is de sociale druk die een individu ervaart om de individuele mening aan te passen aan het – in de optiek van het individu – gemiddelde van de groep.1 Deze sociale druk openbaart zich in een groepsdiscussie, bijvoorbeeld tijdens een bestuursvergadering. Het individu wil zichzelf sociaal wenselijk presenteren, kent waarde toe aan de mening van de groep over hem en past daarop zijn mening aan naar het groepsgemiddelde. Dit wordt het conformity effect genoemd. Het uiten van een afwijkende mening kan leiden tot ‘sociale sancties’.2 Een verschuiving van de eigen mening kan reeds plaatsvinden bij de enkele blootstelling aan de mening van de andere individuen.3 Een andere theorie binnen het ‘sociale’ spectrum is een theorie die ervan uitgaat dat een individu ten minste zo risicovol (gedurfd) wil zijn in zijn gedrag als de ander (risk-as-value social-comparison-theory).4 Hij wil niet ‘voor de ander onderdoen’.
Een tweede veroorzaker kan zijn dat het individu zijn mening aanpast aan dat van het gemiddelde, zonder dat een psychologische verandering (zoals bij veroorzaker 1) hieraan ten grondslag ligt of bepaalde inhoudelijke argumenten een rol spelen. De meeste van deze theorieën gaan uit van de meerderheidsregel. De minderheid is geneigd de mening aan te passen aan de meerderheid en veroorzaakt daarbij een verschuiving van het gemiddelde.5 Daarbij lijkt het individu het groepsgemiddelde meer neutraal in te schatten dan de eigen mening.6
Een derde veroorzaker is de invloed van informatie en argumenten. Hierbij wordt de individuele verandering veroorzaakt door argumenten in de discussie.7 Onderdeel hiervan kan zijn dat de ervaring van de groep de angst voor een bepaald scenario kan doen afnemen, waardoor sprake is van een verschuiving van het gemiddelde richting meer risicovol handelen (de diffusion-of-responsibility-theory).8 Elk individu heeft, mede door de eigen ervaring, voorafgaand aan de groepsdiscussie een bepaalde mening met daarbij behorende argumenten. Vorige ervaringen fungeren dan als referentiepunt voor volgende beslissingen. Dit kan ertoe leiden dat een positieve ervaring met een risicovolle beslissing in de toekomst een meer risicovolle beslissing in de hand werkt.9 Omdat wij een overtuiging lijken te ontwikkelen die vorige beslissingen rechtvaardigt, worden daarmee de beslissingen die worden genomen meer in lijn met de vorige beslissingen.10 Een nieuw gemiddelde ontstaat.
Een voorbeeld is dat een bestuurder huiverig is voor een nieuw IT-systeem. Hij heeft de voorkeur voor een minder vergaand alternatief, namelijk aanpassing van het huidige IT-systeem van de vennootschap. Hoe sterk zijn mening is, hangt af van de hoeveelheid argumenten die hij heeft/kent voor dit standpunt en van de mate waarin het onderwerp hem ‘echt iets doet’. Het is niet heel waarschijnlijk dat alle bestuursleden voorafgaand aan de discussie exact hetzelfde standpunt en exact dezelfde argumenten voor dit standpunt hebben. Tijdens de discussie wisselen ze informatie, standpunten en argumenten uit. Dit kan leiden tot een verschuiving van de individuele meningen en tot een verschuiving van het groepsresultaat. Uit onderzoek blijkt bovendien dat van individuen die extreme standpunten innemen, vaak wordt aangenomen dat zij hiervoor goede argumenten hebben. Zij worden bewonderd om hun ‘kennis’.11 Een vergelijkbaar resultaat is te zien in de mate van zekerheid over de eigen ingenomen positie. Deze zekerheid is groter naarmate de ingenomen positie meer extreem is.12 Volgens de release theory zorgt het meer risicovolle standpunt van een individu ervoor dat de andere individuen van hun zorgen aangaande dit risico ‘bevrijd’ (released) worden.13 De mate waarin informatie een verschuiving in de groep bewerkstelligt, hangt af van (1) de richting van elk argument (welk alternatief het aanbeveelt); (2) de overtuigingskracht van elk argument; en (3) de originaliteit van elk argument (de mate waarin het argument al voor de discussie bekend is in de groep).14 Als de overtuigingskracht nul is, en/of het argument al voor de discussie bekend was in de groep, zal geen verschuiving plaatsvinden. Het effect is dan nul.15 Voor wat betreft de richting van het argument toont onderzoek onder meer aan dat als het argument ondersteunend is aan de dominante theorie, het argument als meer overtuigend wordt ervaren.16 Interessant detail is dat mensen in gesprekken meer polariserende argumentatie hanteren dan in geschrift. In geschrift is men vaak gematigder.17
Bij alle drie de oorzaken van group polarization is sprake van een verklaring op individueel niveau. Een individu past zich aan of wordt beïnvloed door bijvoorbeeld informatie en sociale druk. Problematisch is dat group polarization niet opgelost kan worden door enkel naar de individuen te kijken. Dit komt omdat de polarisatie zich afspeelt op het individuele niveau, maar effect heeft op het supra-individuele niveau. Hiervoor is een meer overkoepelende blik noodzakelijk. Dit is de blik op het supra- individuele niveau. Ik kom hierop terug in par. 2.4.