De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.2.3.3:9.2.3.3 Besluiten jegens geadresseerde met schadelijke gevolgen voor derden
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.2.3.3
9.2.3.3 Besluiten jegens geadresseerde met schadelijke gevolgen voor derden
1
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284694:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§5.4.
HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6012, NJ 2006/281, m.nt. J. Hijma (Duwbak Linda).
HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409, NJ 2020/233, m.nt. S.D. Lindenbergh (Schietincident Alphen a/d Rijn).
HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:ZA1598, NJ 2007/504, m.nt. M.R. Mok (Gemeente Barneveld/Gasunie).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
797. Ten slotte bestaan er besluiten die jegens een geadresseerde genomen worden en schadelijke gevolgen hebben voor derden. Onder ‘derden’ vallen allereerst belanghebbenden in de zin van art. 1:2 Awb, zoals buren, concurrenten etc, maar het kan in theorie ook voorkomen dat de derden zich buiten die kring bevinden. De schade vindt zijn directe oorzaak in het gedrag van de geadresseerde op basis van het besluit. Men kan bijvoorbeeld denken aan verleende milieu- of bouwvergunningen, evenementenvergunningen, marktvergunningen, besluiten ter toelating van potentieel gevaarlijke voertuigen in het verkeer, verlening van wapenvergunningen etc. In deze categorie vallen klassieke arresten als Duwbak Linda,2Schietincident Alphen a/d Rijn3 en Barneveld/Gasunie.4
Onrechtmatigheid, causaliteit en wettelijke bevoegdheid als rechtvaardigingsgrond
798. De onrechtmatigheid schuilt bij dit type besluiten, net als bij bezwarende besluiten jegens de geadresseerde, in de schending van de publiekrechtelijke norm die ook tot de ongeldigheid van het besluit leidt: bepaalde vormvoorschriften zijn niet nageleefd, het bestuursorgaan is buiten de grenzen van diens beleids- of beoordelingsvrijheid getreden, het besluit strijdt met door de wet of hogere regels gestelde inhoudelijke eisen etc. Door een onbevoegd bestuursorgaan of zonder wettelijke grondslag genomen besluiten zijn (bovendien) onrechtmatig, omdat zij jegens de derde strijden met het legaliteitsbeginsel.
799. Voor deze besluiten geldt dezelfde causaliteits- en rechtvaardigingsgrondbenadering als voor bezwarende besluiten jegens een geadresseerde. De onrechtmatigheidsconstructie is immers hetzelfde. In het verlengde hiervan is de bewijslastverdeling dus ook hetzelfde. De csqn-toets vereist dus het wegdenken van het normschendend doen of het bijdenken van het onrechtmatig nagelaten. Het overheidslichaam kan – los van de csqn-toets – ter afwering van aansprakelijkheid aanvoeren dat voor het nemen van het besluit een wettelijke bevoegdheid ex art. 6:162 lid 2 BW bestond en de schade daarom (in zoverre) rechtmatig is veroorzaakt.