Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.3.5
9.2.3.5 Vestigingsplaats
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398757:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Normaliter heeft een lichaam haar fiscale vestigingsplaats in het land, waar haar bestuur zetelt en de feitelijke leiding aanwezig is (art. 4 AWR 1959). Gelijktijdig met de invoering van het nieuwe fiscale eenheidsregime in 2003 geldt de vestigingsplaatsfictie van art. 2 lid 4 Wet VPB 1969 niet langer voor de fiscale eenheid. Hiermee is het arrest van de Hoge Raad van 29 juni 1988, nr. 24738, BNB 1988/331, gerepareerd. Dit arrest was de fiscus onwelgevallig, omdat hiermee verliezen zowel in het land van feitelijke vestiging van de dochtermaatschappij als in Nederland via de fiscale eenheid in aftrek konden worden gebracht.
Voor het vormen van een fiscale eenheid geldt als voorwaarde dat de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij feitelijk in Nederland moeten zijn gevestigd (art. 15 lid 4, onderdeel c Wet VPB 1969).1 Onder het huidige fiscale eenheidsregime is het de Nederlandse vaste inrichting van een buitenlandse NV/BV-‘look-a-like’ expliciet toegestaan deel uit te maken van een fiscale eenheid (als moeder en/of als dochter, zie art. 15 lid 8 Wet VPB 1969 juncto art. 3 Besluit FE 2003).
9.2.3.5.1 Grensoverschrijdende fiscale eenheid mogelijk?