Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/2.6.1.3
2.6.1.3 Financiële grenzen
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS303679:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van der Grinten en Moons (1992), p. 485-489.
ECRM 16 maart 1975, 6202/73, DR 1, p. 66.
Deze suggestie doen Snijders, Ynzonides en Meijer (2007), nr. 114.
Bij invoering van de WRB in 1994 hadden slechts 400 000 particulieren en 125 000 bedrijven een rechtsbijstandverzekering. In 2000 was het totaal aantal polissen opgelopen tot circa 1 miljoen, terwijl de verwachting voor 2004 een aantal van 1,4 miljoen was; alles bij elkaar nog maar 25% van de huishoudens. Zie De Raat, NRC Handelsblad 23-24 oktober 2004.
In gelijke zin Royer (1992), p. 387-394, tevens gepubliceerd in Adv.bl. 1992, p. 537-540 (21 oktober). Zo blijft een echtscheiding helemaal onverzekerbaar, al vergoeden onder meer verzekeraar DAS en Interpolis tegenwoordig wel de kosten van echtscheidingsmediation. Ook fiscale en vermogensconflicten, die tot voor kort niet in de polis waren opgenomen, zijn tegenwoordig wel gedekt; zie De Raat, a.w.
Er bestaat overigens in België de nodige kritiek op dit voorstel. Zie van Almelo (2006), p. 4.
Naast inhoudelijke weigeringsgronden bevat de WRB financiële grenzen.
Volgens art. 34 WRB is gefinancierde rechtshulp gekoppeld aan een financieel plafond met betrekking tot inkomen en vermogen van de rechtzoekende(n). Van een verantwoording van de vastgestelde inkomens- en vermogensgrenzen is overigens geen sprake geweest. Deze zijn historisch gegroeid.1
De hoogte van genoemde grenzen kan bij AMvB bijgesteld worden (zie art. 35 lid 5 t/m 7 WRB). Volgens art. 9 Resolution R(78)8 dienen bijstellingen van de financiële grenzen plaats te vinden in het bijzonder met het oog op de 'rises in the cost of living' van de justitiabelen ('The limits of financial eligibility for legai aid should be kept under review, especially having regard to rises in the cost of living'). In art. 35 WRB zijn de ijkpunten het jaarlijkse indexcijfer van de lonen en de bijstandsnorm; die ijkpunten zijn vaak een resultante van (politieke) onderhandelingen waarbij gestreden wordt over al dan niet noodzakelijke bezuinigingen.
Met uitzondering van de zeer hoge inkomensgroepen, inclusief zij die hun proceskosten ten laste van hun bedrijf c.q. de fiscus kunnen brengen, kunnen de financiële hindernissen verbonden aan een civiele procedure een reële blokkering van de toegang tot de rechter betekenen voor de 'gemiddelde rechtzoekenden'.
Hoewel uit het recht op toegang niet een algemeen recht op een kosteloze procedure of althans een vergoeding van advocatenkosten kan worden afgeleid, heeft de Europese Commissie wel erkend dat hoge proceskosten 'een probleem kunnen vormen in het licht van het recht op toegang en op dat van een eerlijke procedure'.2
Men kan wel beweren dat een verstandige justitiabele die niet voor een toevoeging in aanmerking komt, dan een rechtsbijstandverzekering moet sluiten,3 maar ik vind dat wat te gemakkelijk gesteld. Niet alleen ligt het voor velen niet bepaald voor de hand een jaarlijks terugkomende, niet geringe premie te betalen voor een risico waarvan een groot deel der justitiabelen altijd verschoond zal blijven,4 maar bovendien zijn de rechtsbijstandverzekeringen vaak niet dekkend voor allerlei soorten juridische kwesties of althans aan (financiële) beperkingen gebonden.5
Om de toegang tot het recht te verbeteren voor burgers met middeninkomens heeft de Belgische ministerraad begin juni 2006 een voorstel gelanceerd voor een basis-rechtsbijstandverzekering. Wellicht is de noodzaak daartoe ook wel wat groter dan bij ons; in België heeft slechts 1 à 2% van de gezinnen een uitgebreide rechtsbijstandverzekering.6 Hoe dat ook zij, wellicht een goede suggestie van onze zuiderburen?