Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/3.3.1.1
3.3.1.1 De markt van perfecte concurrentie
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183474:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Jones & Sufrin 2016, p. 10.
Faull & Nikpay 2014, 3-4. Vgl. par. 3.2.3 in dit hoofdstuk.
Zie voor een bespreking van de genoemde veronderstellingen onder meer: Areeda & Hoovenkamp, 2017, nr. 402a; Slot & Swaak 2012, p. 4; Jacobs 2008, p. 26. Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 19-21 en Bishop & Walker 2018, p. 17.
Jones & Sufrin 2016, p. 11; Slot & Swaak 2012, p. 4.
HvJ EG 25 oktober 1977, C-26/76, (Metro I), ro. 20.
Een grafische weergave hiervan is bijvoorbeeld te vinden bij Jones & Sufrin 2016, p. 4.
De marginale kosten kunnen worden omschreven als de kosten die nodig zijn om een extra product te kunnen produceren. De marginale kostprijs ziet op de prijs die ‘nog net rendabel’ is.
In economisch jargon wordt ook wel gesproken van de ‘maximum willingness to pay’.
M. Motta, Competition Policy 2004, p. 18; Bishop & Walker 2018, p. 24 (uitgebreid). Zie ook: Jones & Sufrin 2016, p. 11.
Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 23.
Bishop & Walker 2018, p. 24.
De markt van perfecte concurrentie is een markt of model waarin er sprake is van volledige mededinging. Met andere woorden: in die markt heeft de mededinging volledig vrij spel en kunnen aanbieders en vragers van goederen of diensten, zonder dat dat ten koste gaat van een van de spelers, met elkaar tot overeenstemming komen. Toch zijn er in de praktijk weinig markten waarin er echt sprake is van perfecte concurrentie.1 Te denken valt aan de aandelenmarkt op de New York Stock Exchange. Een valutamarkt zou kunnen worden gekenmerkt door volledige mededinging. Ondanks dat de markt van perfecte concurrentie in de praktijk zich weinig voordoet, biedt zij wel een nuttig theoretisch kader aan de hand waarvan door economen kan worden aangetoond hoe welvaart wordt gemaximaliseerd. Ik roep in herinnering dat ik in par. 3.2.2 besprak dat welvaartsmaximalisatie een van de doelstellingen van het mededingingsrecht is.
De reden waarom er in de praktijk weinig markten zijn die voldoen aan het model van volledige mededinging is omdat voldaan moet zijn aan een aantal veronderstellingen. Alleen onder die veronderstellingen worden de efficiëntievoordelen bereikt en wordt welvaart gemaximaliseerd.2 De volgende assumpties worden in de economische wetenschap genoemd: er zijn zoveel kopers en verkopers dat geen van hen merkbare invloed kan uitoefenen op de aangeboden hoeveelheid en prijs van het goed, elke (ver)koper neemt zijn eigen beslissing zonder overleg met de andere (ver)kopers, er zijn geen toe-en uittredingsdrempels, alle (ver)kopers hebben voldoende kennis van de markt, verkopers zijn gericht op winstmaximalisatie en er zijn geen externaliteiten.3 De genoemde veronderstellingen houden ook in dat de verkopers een min of meer identiek (homogeen)product aanbieden en niet over marktmacht beschikken.
Zoals het gering aantal verschijningsvormen aantoont, is de markt van perfecte concurrentie eigenlijk te mooi om waar te zijn. Toch is zij een belangrijk ijkpunt voor het mededingingsrecht.4 De insteek daarbij is dat als een markt sterk afwijkt van het marktmodel van perfecte concurrentie, dat zou kunnen betekenen dat er mededingingsproblemen aanwezig zijn op zo’n markt.
Juist omdat de markt van perfecte concurrentie lastig is voor te stellen, wordt er in het mededingingsrecht uitgegaan van het concept van ‘werkzame mededinging’ (workable competition). Dit betekent volgens het Hof van Justitie een mate van mededinging die noodzakelijk is voor de naleving van de fundamentele vereisten en het bereiken van de doelstellingen van het Verdrag, met name de totstandbrenging van één markt met soortgelijke voorwaarden als een interne markt. Hoewel de markt van perfecte concurrentie wel een voorbeeldfunctie vervult, is het streven in de praktijk dus naar een markt van ‘werkzame mededinging’. De insteek daarvan is dat de aard en intensiteit van de mededinging kunnen variëren naar gelang van de betrokken producten of diensten en de economische structuur van de betrokken marktsectoren.5 Bij het in kaart brengen van de economische structuur kan gedacht worden aan factoren als het aantal concurrenten, het marktaandeel en de mate van concentratie van de relevante markt, de beschikbaarheid van substituten en de mate van productdifferentiatie en – de aan- en afwezigheid van toetredingsbelemmeringen en de daarmee verband houdende potentiële concurrentie.
Kort en goed betekent dit dat voor het in kaart brengen van de mededinging op een markt er gelet moet worden op de structuur van een markt. Tegen die achtergrond moet dan beoordeeld worden welke mate van mededinging is vereist en of de mededinging in een concreet geval wordt beperkt. De veronderstellingen van de markt van perfecte concurrentie hoeven dus niet aanwezig te zijn, omdat deze markt zich in de praktijk nauwelijks voor zal doen.
Visualisatie van de markt van perfecte concurrentie
Hierboven noemde ik dat de welvaart in de markt van perfecte concurrentie wordt gemaximaliseerd. Wat betekent dat nu precies? En hoe wordt welvaart gemaximaliseerd bij perfecte concurrentie? Om dat te kunnen begrijpen, is het goed om bij de lezer enige wiskundige en economische basiskennis in beeld te brengen.
Een markt wordt in de economie weergegeven door middel van vraag en aanbodcurves. In het algemeen geldt dat consumenten bereid zijn meer producten te kopen als de prijs daalt, terwijl verkopers juist bereid zijn om bij een hoge(re) prijs meer te verkopen (wet van vraag- en aanbod). Er is een punt waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten; dat is het snijpunt van de vraag- en aanbodcurves.6 Vraag en aanbod zijn dan in evenwicht; de kopers betalen een prijs die voor de verkopers gelijk is aan de marginale kosten7 om het product te produceren. In figuur 3.1 zijn de vraag- en aanbodcurves weergegeven, met de evenwichtsprijs. Relevant is dat bij de evenwichtsprijs en -hoeveelheid er kopers zijn die bereid zouden zijn geweest om meer te betalen. Deze kopers genieten dus een voordeel of surplus (het zogenaamde consumentensurplus). Het consumentensurplus is een economische term voor de maximale bereidheid van de afnemers/consumenten om een goed of dienst tegen een bepaalde prijs aan te schaffen.8 Consumentensurplus wordt ook wel consumentenwelvaart genoemd.9 Omgekeerd kunnen ook de aanbieders, de producenten, voordeel genieten. Het gaat dan om het verschil tussen de omzet en de (variabele) productiekosten. De optelsom van de opbrengsten die door producenten wordt behaald, is het ‘producenten surplus’.10 Producenten- en consumentensurplus zijn samen de maatstaf voor de totale welvaart. 11 Bij de markt van perfecte concurrentie is de marktprijs gelijk aan de marginale kosten en is het consumentensurplus het grootst. Welvaart wordt daarom gemaximaliseerd bij perfecte concurrentie.
Figuur 3.1