Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/2.1
2.1 Inleiding
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285541:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Cloudt heeft dit in 1956 treffend samengevat: “Art. 59 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, art. 29 van het Ambtenarenreglement Belastingdienst, art. 9 van de Wet Vervanging Fiscaal Noodrecht en de in de diverse belastingwetten voorkomende geheimhoudingsartikelen zijn alle verschillend geredigeerd. Zij hebben echter alle de strekking de belastingambtenaar tot geheimhouding te verplichten met betrekking tot al hetgeen hem als zodanig bekend wordt (...)” (H.J.H. Cloudt, Het verschoningsrecht van de belastingambtenaar, WFR 1956/732).
H.E. Koning, De geheimhoudingsverplichting van de fiscus, WFR 1964/681. Koning was Staatssecretaris van Financiën in de periode 1982-1989.
Tot de inwerkingtreding van de AWR was de fiscale geheimhoudingsbepaling op het punt van inhoud en redactie in diverse materiële heffingswetten verschillend geregeld.1 Bij zijn vergelijking van de geheimhoudingsbepalingen in 1964 constateert Koning dat – rekening houdend met het tijdstip van hun totstandkoming – bij de recentere geheimhoudingsbepalingen een steeds strakkere lijn werd getrokken waarbij de geheimhoudingsbepalingen steeds strikter werden geïnterpreteerd.2 Hij verklaart dit door de verdergaande, bijzondere bevoegdheden die, met name na de Tweede Wereldoorlog, aan de Belastingdienst zijn verleend. Hij acht de uitoefening van deze bevoegdheden alleen dan aanvaardbaar als daartegenover een vergaande geheimhoudingsverplichting staat. Het is volgens Koning dan ook zonder meer juist te noemen dat bij de vervanging van de geheimhoudingsbepalingen in art. 67 AWR aansluiting is gezocht met de meest verstrekkende. De parlementaire geschiedenis en het commentaar in de literatuur met betrekking tot de geheimhoudingsbepaling bij de invoering van de AWR in 1961 zijn zeer summier. Voor een goed begrip van de huidige geheimhoudingsbepaling, die in Hoofdstuk 3 nader wordt beschouwd, heb ik daarom in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de geheimhoudingsbepalingen in het pre-AWR-tijdperk. Dit wets- en rechtshistorisch onderzoek aan de hand van de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie, beleid en literatuur plaatst het huidige art. 67 AWR in zijn historische context en biedt waardevolle aanknopingspunten voor een beoordeling van de bepaling in Deel II van deze studie (Hoofdstuk 6 tot en met Hoofdstuk 10).
2.1.1 De parlementaire geschiedenis van art. 67 AWR