Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/3.4.7.3
3.4.7.3 De tijdstipbenadering van waarde in het economische verkeer
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630511:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
De EFRAG is het Europese orgaan voor technisch advies over de toepassing van IFRS, zie onder andere http://www.efrag.org/Assets/Download?assetUrl=%2Fsites%2Fwebpublishing%2FSiteAssets%2FAnnual%2520Report%25202008.pdf.
AIG-topman Martin Sullivan in een interview met Financial Times.
Ik verwijs tevens naar Dusarduijn die in haar onderzoek ingaat op de geoorloofdheid van rechtsficties. Dusarduijn concludeert dat de eindafrekeningsfictie van artikel 4.16 Wet Ib 2001, niet doeltreffend is en niet voldoet aan de vereiste voor transparantie en tijdelijkheid. Dusarduijn, paragraaf 3.7.
Zie paragraaf 3.5.4.
De waarde in het economische verkeer wordt op veel plaatsen gebruikt als waarderingsgrondslag. Buiten het fiscale recht wordt deze waarderingsgrondslag met name gebruikt voor jaarrekeningen die zijn gebaseerd op IFRS. Een belangrijk kenmerk van een jaarrekening is dat sprake is van een momentopname en dat de jaarrekening inzicht geeft in het vermogen op een bepaald moment. Vanuit het perspectief van de jaarrekening is het derhalve veel passender om te kijken naar het vermogen op enig moment. Naar aanleiding van de kredietcrisis zijn er voor de IFRS-jaarrekening vraagtekens gezet bij deze tijdstipbenadering. Deskundigen van de EFRAG hebben daarom voor een alternatief gepleit. Huns inziens zou de waarde van bezittingen niet langer moeten worden vastgesteld op één peildatum. In plaats daarvan zou een gemiddelde marktwaarde van de afgelopen zes of twaalf maanden moeten worden genomen. Daarmee worden de korte-termijnschommelingen meer gedempt. Het koppelen van de waarde van financiële producten aan marktprijzen is volgens critici achterhaald en heeft geleid tot miljardenafschrijvingen.1 Ook de Amerikaanse verzekeraar American International Group (AIG) heeft gepleit voor het veranderen van die regels. AIG betoogt dat fair value verantwoordelijk is voor de ravage op de financiële markten. Ze betogen daarom dat alleen nog de werkelijk gemaakte bedrijfsresultaten moeten meetellen als winst of verlies. Andere resultaten zouden wel op de balans, maar niet in de winstcijfers moeten worden verwerkt. Ze geven daarbij tevens aan dat de boekhoudregels hen dwingen om verliezen te noteren op hun marktwaarde, zelfs als zij helemaal geen intentie hebben om bedrijfsonderdelen te verkopen.2 Deze kritiek lijkt met name gestoeld op de gedachte dat de commerciële balans te ver gaat in het concept van waardering tegen fair value. Op deze gedachte is echter ook weer de nodige kritiek. Zo wordt er voorbij gegaan aan het gegeven dat een balans per definitie een momentopname is. Het hanteren van meerdere peildata hoort dan ook niet in een balans thuis.
Een verschil tussen de waardering op de fiscale openingsbalans tegen waarde in het economische verkeer met andere situaties waarin binnen de fiscaliteit de waarde in het economische verkeer wordt gebruik, is dat bij de waardering op de fiscale openingsbalans de waarde in het economische verkeer doorslaggevend is voor de totaalwinstbepaling. Op basis van deze waarde wordt immers de totaalwinst vastgesteld. Als voor de jaarwinstbepaling activa en passiva gewaardeerd worden op de waarde in het economische verkeer en later blijkt dat er een waardedaling heeft plaatsgevonden, dan kan de totaalwinst in een later jaar worden gecorrigeerd door middel van een op- of afwaardering. Bij een sfeerovergang is echter één moment bepalend. Datzelfde probleem doet zich ook voor in het aanmerkelijkbelangregime, de overdrachtsbelasting en in de Successiewet waar de waarde in het economische verkeer een beslissende rol speelt om het belaste inkomen c.q. de verkrijging te bepalen. In dat geval is er echter wel sprake van een overdracht en is er sprake van een draagkrachtvermeerdering bij de verkrijger. Bij een sfeerovergang is dit niet het geval. Er is dan geen sprake van een daadwerkelijke overdracht. Het gaat om de winstbepaling bij één lichaam, zodat nog terughoudender moet worden omgegaan met het fingeren van een fictieve overdracht. Bij de waardering op de fiscale openingsbalans krijgt de waarde op een bepaald moment absolute betekenis, terwijl de toename van de draagkracht in euro's nog niet vaststaat.3
Een ander gevolg van de tijdstipbenadering is dat het moment waarop de ondernemingsbeslissing wordt gemaakt een grote invloed heeft op de totaalwinst. Als er bijvoorbeeld enkele dagen voor aanvang van de belastingplicht een contract wordt gesloten terwijl de uitvoering van het project in de belaste periode plaatsvindt, dan wordt nagenoeg het gehele resultaat aan de onbelaste periode toegerekend, terwijl in de belaste periode slechts de oprenting tot uitdrukking komt. Als het contract daarentegen enkele dagen na aanvang van de belastingplicht zou zijn gesloten, dan zou het resultaat worden toegerekend aan de belaste periode. Dit staat op gespannen voet met het neutraliteitsbeginsel. In hoofdstuk 6 zal ik dit nader uitwerken aan de hand van enkele casus.
Bij de belastingheffing over ondernemingswinsten gaat het erom dat de totaalwinst op een adequate manier wordt bepaald. Het bepalen van de jaarwinst geschiedt om een voorschot te kunnen nemen op de belasting over die totaalwinst. Het is dan ook terecht dat de Hoge Raad minder gewicht toekent aan de tijdstipbenadering. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad maak ik dan ook op dat feiten en omstandigheden die bekend zijn geworden na balansdatum, maar die betrekking hebben op de periode voor balansdatum, moeten worden meegenomen in de waardering. Uit bijvoorbeeld het Chinese Pot arrest blijkt dat de verkoopprijs belangrijker is dan de waarde zoals vastgesteld op het waarderingstijdstip.4 Desalniettemin dient wel elk jaar zijn eigen ‘voordelen en nadelen’ te dragen. Gebeurtenissen die na balansdatum zijn opgetreden en niets zeggen over de toestand op balansdatum, dienen derhalve niet meegenomen te worden. Er is fiscaal dus toch wel degelijk sprake van een tijdstipbenadering, zodat het tijdstip van de sfeerovergang een onevenredig grote invloed op de totaalwinst kan hebben.